Een pleidooi voor openheid over rouw

Verlies hoort bij het leven, maar praten over de dood lukt niet altijd. Terwijl dat de pijn juist kan verlichten. Daarom: een pleidooi voor openheid over diep verdriet.

Het leven van journalist Lisanne van Sadelhoff was volgepropt met uitgaan, etentjes en werk. Totdat in 2017 haar moeder overleed. Terwijl vrienden op Facebook en Instagram foto’s van palmbomen en mooi opgemaakte borden bleven posten, had de toen 26-jarige Van Sadelhoff intens verdriet – dat ze met maar weinig mensen kon delen. “Het voelde alsof mijn huid eraf was,” vertelt ze. “Alles kwam keihard binnen. Geluiden en opmerkingen, maar ook andermans geluk. Ineens voelde ik een enorme kloof tussen mezelf en mijn leeftijdgenoten. Ik had last van stemmingswisselingen, vergat cadeaus mee te nemen naar verjaardagen en stond te huilen op feestjes.

Na verloop van tijd begon ik me ervoor te schamen, omdat ik vond dat het te lang duurde. We leven in een maakbare samenleving en dat idee wordt vergroot door social media. Ben je ongelukkig? Dan volg je een cursus mindfulness. Heb je het te druk? Dan ga je surfen op Bali. Rouw matcht daar totaal niet mee.”

Rouw uit de weg

De Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum kwam tot dezelfde conclusie, door te stellen dat onze samenleving niet weet wat ze met rouw aan moet. Diepe verbondenheid kan volgens haar leiden tot diepe pijn, maar het liefst gaan we nare gevoelens uit de weg. “Veel Amerikanen hebben het idee dat je jezelf snel weer op de been moet helpen,” vertelde Nussbaum in een interview in de Volkskrant. “Ik denk dat ze zich daarom hebben afgekeerd van psychotherapie en allemaal aan de medicijnen zijn gegaan. ‘Voor elk probleem een pil’, maar zo is het natuurlijk niet.”

Hoe het wel kan zijn, beschreef Lisanne in het boek Je bent jong en je rouwt wat. Een persoonlijk verslag van het diepe verdriet dat ze ervoer rondom het overlijden van haar moeder, en de vaak stuntelige manier waarop haar omgeving daarop reageerde. Elke hoofdstuktitel is een cliché-opmerking die ze te horen kreeg, zoals ‘De pijn wordt minder’ en ‘Bel maar als er iets is’.

Van Sadelhoff: “Als je net iemand hebt verloren, heb je weinig aan dat soort teksten. Een paar jaar geleden had ik het zelf kunnen zeggen, maar inmiddels weet ik beter. Wat helpt, is een concrete vraag als ‘Hoe gaat het nu met je vader?’ Dat opent het gesprek. Veel mensen durven dat niet aan, omdat rouw ze confronteert met hun eigen sterfelijkheid, of dat van hun naasten.”

Leren omgaan met rouw

Hoe kan de dood meer onderdeel van het leven worden? Tv-programma’s als Ik mis je en Over mijn lijk breken al jaren een lans voor meer openheid over dit onderwerp. En dat lijkt te lukken, afgaand op de vele boeken over het verlies van een dierbare die recent zijn verschenen. Ook online is er van alles te vinden over rouwverwerking en begrafenissen worden steeds persoonlijker. Maar volgens Lisanne van Sadelhoff zijn we er nog lang niet.

“Ik wil de vertaalslag maken naar het dagelijks leven,” zegt ze. “Hoe gaan we om met rouw op de werkvloer en wat betekent het voor je relatie als een van tweeën iemand heeft verloren? Waarom krijgen we in Nederland maar twee dagen rouwverlof en waarom rust er een taboe op rouwtherapie? Allemaal dingen waarover we moeten praten met z’n allen. Rouw is net zo normaal als boodschappen doen. Zoals we eten en drinken nodig hebben om te kunnen leven, is verdriet nodig om dóór te kunnen leven.”

Praten over verlies

In een serie artikelen voor De Correspondent onderzoekt Van Sadelhoff verschillende aspecten van rouw. En daaraan blijkt behoefte te zijn: honderden lezers reageerden op haar vraag of fysieke klachten normaal zijn na het verlies van een dierbare. “Zou ik minder reacties hebben gekregen als rouw net zo bespreekbaar zou zijn als het weer van morgen?” vroeg ze zich af. “Het is koffiedik kijken, maar ik denk het eigenlijk wel.”

Praten over verlies en rouw is lastig. Zo lastig dat we het vaak liever uit de weg gaan, of blijven steken bij goedbedoelde maar weinig behulpzame opmerkingen. Het gevaar daarvan is dat isolement en eenzaamheid worden vergroot, weet rouwcoach Tim Overdiek. “Als we in de samenleving niet openlijk over rouw praten, of rouw niet publiekelijk durven te beleven, voel je je niet gezien in je verdriet en gemis. Dan ga je zelfs twijfelen of jouw rouw er mag zijn.”

Overdiek, voormalig NOS- journalist, schreef in 2010 het boek Tranen van liefde, over het eerste jaar als weduwnaar met twee zoons (waaraan hij dit jaar een extra hoofdstuk toevoegde over de tijd daarna). Tegenwoordig is hij therapeutisch coach, gespecialiseerd in rouw en verdriet. Daarover praten kan helend werken, zegt Overdiek – óók als iemand stervende is – maar het is makkelijker gezegd dan gedaan.

In zijn praktijk ziet hij dat met name mannen er moeite mee hebben. “Het is nog steeds zo dat de samenleving ‘sterke mannen’ prefereert boven ‘zielige mannen’,” verklaart hij. “Terwijl juist het tonen van je kwetsbaarheid een teken van kracht is. Verdriet wegduwen of verstoppen, is ongezond in het verwerkingsproces.”

De omgeving kan een belangrijke, ondersteunde rol spelen, benadrukt Overdiek in zijn nieuwste boek, Als de man verliest. “Humberto Tan vertelt hierin over de Surinaamse gewoonte om na een overlijden meteen de deur te openen voor wie wil komen helpen. Mensen brengen eten, zodat de familie niet hoeft te koken. Ze komen om te ontzorgen, om verhalen te vertellen, om te huilen en te lachen, en om prachtige rouwliederen te zingen. Daardoor kan de familie bij elkaar blijven en ontstaan geen eilandjes van verdriet. Dat is belangrijk, want juist in tijden van grote emoties kun je elkaar behoorlijk kwijtraken.”

Rouw anders benaderen

In Alles wat was, een boek voor kinderen over omgaan met afscheid, beschrijft filosoof Stine Jensen de rol van tradities in tijden van rouw. Zo is het in veel Griekse dorpjes nog steeds de gewoonte om na het overlijden van een dierbare veertig dagen zwarte kleding te dragen, zodat iedereen weet dat diegene het zwaar heeft en een helpende hand kan bieden. Om dezelfde reden was het vroeger in katholieke gemeenschappen in Nederland gebruikelijk om een bronzen kruis voor het huis van een overledene te zetten. Nu veel van die tradities zijn verdwenen, moeten we onze rouw zelf vormgeven.

“Laat je inspireren door wat mogelijk is, niet door wat wordt voorgeschreven,” adviseert Tim Overdiek. “Vrijheid in rouwen, daar gaat het om. Praktische hulp daarbij – een rooster van kokende, oppassende, de hond uitlatende vrienden – is ontzettend tof. Maar de belangrijkste manier om iemand te steunen, is door er simpelweg te zíjn. Door te luisteren als dat nodig is.”

Dat schrijft ook de Amerikaanse psychotherapeut Megan Devine in haar boek It’s OK that you’re not OK (dat in oktober in het Nederlands verschijnt). Erkenning van verdriet en de impact die dat op iemands leven heeft, noemt ze essentieel. Helaas is de manier waarop geïndustrialiseerde landen omgaan met rouw ‘kapot’, aldus Devine. “Zelfhulpboeken, romans en films verheerlijken verdriet als een middel om persoonlijke groei te bereiken,” legt ze uit via Skype. “Rouw wordt vaak gezien als een probleem dat moet worden opgelost, of als iets waar je sterker uit kunt komen. Maar rouw is niet te fixen. Een van de grootste misvattingen over rouw is dat je bepaalde stadia moet doorlopen en daarna verder kunt leven zoals daarvoor. Dat is niet zo. Rouw is een gevoel dat je moet leren dragen.”

Devine weet waarover ze praat. Tien jaar geleden zag ze haar partner Matt verdrinken. Hoewel ze als therapeut veel ervaring had met verlies, werd ze overdonderd door de realiteit ervan. “We hebben geen idee hoe we elkaar moeten helpen,” zegt ze. “Mensen geven advies of proberen de rouwende op te vrolijken, maar daarmee neem je juist afstand. Want eigenlijk zeg je: ‘Snel! Word beter!’, en zo ontken je iemands verdriet.

Het is beter om diegene gezelschap te houden in zijn of haar pijn. Dat is moeilijk, maar ik denk dat vriendschappen verdiepen als we dit voor elkaar doen. En je kunt het elke dag oefenen. Vertelt een vriendin dat ze een rotdag heeft en een pan soep heeft laten vallen, gum haar gevoel dan niet uit door te zeggen: ‘Gelukkig schijnt de zon.’ Maar zeg: ‘Dat klinkt vervelend. Zal ik langskomen om de vloer te helpen poetsen?’ Hóór het als iemand ‘au’ zegt. Dan ben je veel beter voorbereid op grotere gebeurtenissen.”

Rouw in het dagelijks leven

Devine pleit voor een wereldwijde grief revolution. Rouw is volgens haar niet iets slechts, maar een natuurlijk verlengstuk van liefde. “We benaderen rouw verkeerd om,” verduidelijkt ze. “Veel mensen zien het als een omweg van het ‘normale’ leven, terwijl het daar juist onderdeel van is. Als je niet bereid bent om pijn te voelen, zul je ook nooit echte liefde ervaren. Rouw kan ons daaraan herinneren. Daarom vind ik het bijvoorbeeld fijn dat mijn stem nog steeds breekt als ik over Matt praat. Wat we nodig hebben, is een samenleving die dat accepteert en die rouwende mensen hun verhaal laat vertellen. En die snapt dat je iemand niet alleen in het verleden verliest, maar ook in de toekomst. Elke grote gebeurtenis beleef je zonder die persoon. Zoiets als deze andere tijd kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je je dierbaren extra mist.”

Ook Lotte de Schouwer is op een missie om de dood meer te integreren in het dagelijks leven. Toen ze te horen kreeg dat de hersentumor van haar vriend was gegroeid en de kans op levensverlenging minimaal was, besloot ze een dagboek bij te gaan houden. “Ik voelde dat dit iets bijzonders was,” vertelt ze, “een periode die het waard is om vast te leggen. Michiel was pas 32 en had in de kracht van zijn leven moeten zijn. Omdat we wisten dat het niet lang zou duren, bloeide onze liefde op en bleef alleen datgene over wat er echt toe deed. Dat heeft me een hoop inzichten gegeven. Die kant van afscheid blijft vaak onbenoemd.”

Het dagboek van De Schouwer verscheen begin 2020 in boekvorm. Overlijdensberichten is een eerbetoon aan hun liefde, maar geeft ook een inkijkje in hoe onze samenleving omgaat met rouw. De dood is groot en onhandelbaar, schrijft De Schouwer, een olifant in de kamer. Het is raar en pijnlijk om die olifant overal mee naartoe te nemen en vervolgens te merken dat er toch wordt gedaan of hij er niet is.

De Schouwer: “Mensen denken vaak: ik zeg maar niks, anders herinner ik haar aan de pijn. Maar zo werkt het niet. Je denkt toch niet dat er één dag is waarop ik niet aan hem denk? Rouw
is vaak als een verstikkende deken. Door rouwende mensen actiever te benaderen, bied je ze wat lucht
om te ademen. Al stip je het verdriet maar even aan, met een opmerking als: ‘Ik vind dit superongemakkelijk, maar wil je erover praten?’ Dan zíe je de rouwende persoon tenminste.”

Verlies is overal

Een van de lessen die De Schouwer leerde, is dat rouw overal is – net als onze houding ertegenover. “Je baan verliezen of een scheiding meemaken, kan ook ingrijpend zijn,” vertelt ze. “Ook dáár hebben we het vaak niet over. Verlies is een moeilijk thema, terwijl leven zonder verlies onmogelijk is. Ik luister graag naar de podcast ‘Terrible, thanks for asking’, waarin eerlijke gesprekken worden gevoerd over onderwerpen die we liever vermijden. Daaruit blijkt dat wat we vaak beschouwen als het allerergste, ook het begin is van iets nieuws. En dat meer mensen worstelen. Die wetenschap alleen al is troostend.”

De tijd heelt niet alle wonden, zegt Lotte de Schouwer. Daarom is het extra belangrijk om elkaar te steunen op moeilijke momenten. “Tegenwoordig herken ik rouw als ik het zie. Laatst hoorde ik op een feestje een roddel over iemand die ik al tijden niet meer had gezien. Hij bleek zich in een lastige situatie te bevinden en ik dacht: dat moet pijn doen. Vroeger had ik misschien gedacht: ach, het contact is verwaterd, wie ben ik om erover te beginnen? Nu stuurde ik hem een berichtje. En raakten we weer aan de praat.”

  • Dit verhaal over rouw vind je in Flow 7.

Meer lezen, bekijken & luisteren over rouw?

Tekst Eveline Stoel Illustratie Elise Vleugels

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Paper book for food lovers

Een boek over papier én eten: dat is het nieuwe Flow Paper Book for Food Lovers.

Bestel nu