Oké dit is het dus: het leven hoeft niet altijd leuk te zijn

leven

Het leven is niet altijd groots en meeslepend. Boodschappen doen in de regen, geruzie en je zorgen maken horen er óók bij. Journalist Caroline Buijs onderzoekt hoe je het gewone leven kunt leven.

Er was champagne en er was taart. Er waren liedjes van zussen, (klein-)kinderen en vrienden. Er was volop goed eten en er waren bloemen in allerlei kleuren. Er werd gelachen en af en toe gehuild. De zestigjarige bruiloft van mijn ouders – allebei nog gezond – was een ontroerend hoogtepunt afgelopen zomer.

De dagen daarna kon ik nog volop nagenieten, maar een week later voelde het dagelijkse leven weer zo saai en gewoon. Misschien omdat ik me weken op het feest had verheugd. Ik deed weer boodschappen in de regen, kookte met liefde een maaltijd die desondanks mislukte, maakte me zorgen over mijn werk. En ook al weet ik dat dat geen dingen zijn waarover ik hoor te klagen – ze horen bij het leven – toch kostte het me moeite om na dat feest m’n draai weer te vinden.

Plaatjeswereld

Je ‘gewone’ leven als prima ervaren is niet altijd makkelijk. Verwachtingen kunnen je in de weg zitten: dat je het altijd leuk moet hebben bijvoorbeeld, zonder gemopper op je kinderen die de gewoonte hebben om alle borden waarvan ze hebben gegeten te laten staan. Of je kijkt te veel naar je buren, die élk jaar weer met enthousiaste verhalen van vakantie terugkomen en nooit eens per ongeluk een ‘verkeerd’ huisje lijken te boeken.

Vooral als je de wereld van Instagram of andere social media toelaat, lijkt je eigen gewone leven lang niet altijd prima. Omdat je dat gewone leven – inclusief verregende boodschappen of een aangebrande ovenschotel – daar nu eenmaal niet zo vaak terugziet.

Gefilterde levensberichten

Schrijver en journalist Arjen van Veelen beschrijft in Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken hoe die glimmende plaatjeswereld van Instagram zijn intrede deed en hoe het werd ontmoedigd om ook de pijn of lelijkheid van het leven te laten zien: ‘In een tijdbestek van slechts enkele jaren begonnen miljarden mensen op aarde leuke dingen over zichzelf te vertellen. Zelfs wie niet meedeed, merkte hoe rap sociale normen veranderden. Bedeesdheid en aarzeling werden niet meer als deugd gezien. Zelfverheerlijking was niet langer een schande, maar eerder een burgerplicht. Overdrijving en bluf werden verfijnd tot levenskunst.  (…) Hoe meer succes je had met je gefilterde levensberichten, hoe hoger de druk om aan de verwachtingen te blijven voldoen.’

Zo lag ik laatst op een zondagmiddag in een slobbertrui op de bank een boek te lezen, toen ik halverwege in de verleiding kwam om op het roze icoontje op mijn telefoonscherm te tikken. Een voor een kwamen de vrolijke boottochtjes, de salades met watermeloen en de museumtuinen in de late middagzon langs – het soort plaatjes die ik zelf ook zo nu en dan post. En hoewel ik tot dan toe een prima middag had gehad, begon er iets van onvrede te sluimeren: moest ik niet meer van mijn zondagmiddag maken? Waarom heb ik eigenlijk geen vrienden met een bootje? Is mijn leven niet saai nu ik op de bank een niet al te hip boek lig te lezen?

Leukigheid

Begrijpen waarom ik zulke gedachten heb, helpt al een beetje. De Britse filosoof Alain de Botton legt in zijn boek Statusangst uit hoe het mechanisme van vergelijken – wat je op Instagram toch automatisch doet – werkt: ‘Ons idee over de redelijke grenzen van wat dan ook – van rijkdom en waardering, bijvoorbeeld – komt nooit onafhankelijk tot stand. Het komt tot stand doordat we onze situatie vergelijken met die van een referentiegroep, met die van mensen die we als onze gelijken beschouwen. (…) Het gevoel dat we iets anders zouden kunnen zijn dan wat we zijn – een gevoel dat wordt ingegeven door de grotere prestaties van hen die we als onze gelijken beschouwen – leidt tot onzekerheid en wrevel.’

Mensen ‘zoals ik’

Het klopt: de onvrede die ik soms kan voelen na een rondje Instagram op een moment dat ik zelf lui lig te wezen, komt nooit door foto’s van mensen die ver van me af staan (Patti Smith, Meghan Markle, Beyoncé, om er een paar te noemen). Maar de plaatjes van mensen ‘zoals ik’ roepen soms blijkbaar, onbedoeld, onvrede op. Daarom doe ik nu pogingen om niet steeds gedachteloos Instagram te openen en verwijder ik de app regelmatig een weekje van mijn telefoon, wat best goed voelt.

Het idee dat het leven altijd ‘leuk’ moet zijn, is volgens de Belgische psychiater Dirk De Wachter de grootste ziekte van deze tijd. Aan de telefoon vertelt hij me dat we in het Westen de illusie creëren dat leukigheid het doel is van het leven. En dat het toch gek is dat de wachtkamers van de psychiaters uitpuilen, ondanks dat we in Nederland en België in onderzoeken goed scoren op gelukkig zijn. Over die paradox denkt hij graag na: “Als we nu eens zouden proberen om meer te beseffen dat het gewone leven af en toe wat lastig is en moeilijk – en dan heb ik het niet over rampzalige dingen, hè – en die lastigheden met elkaar zouden delen, dan zouden we misschien minder problemen hebben. Omdat
ik denk dat het delen van verdrietook verbindend kan zijn.

Onze maatschappij, met haar illusie van leukigheid, zet erg in op het individu. Maar het kunnen delen van onze moeilijke momenten creëert verbondenheid. Ik houd graag een pleidooi voor het meenemen van het onvermijdelijke verdriet in het bestaan. Dat levert geen minder goed leven op, integendeel. Het kunnen delen van verdriet is volgens mij de toegang tot liefde en een verbonden en vervullend leven.”

Een beetje zelfspot

Hoe kun je je dan een beetje weerbaar opstellen tegen de lastige dingen in het leven? De Wachter wil het liever omdraaien: “Het is misschien een beetje raar om ‘wees wat minder weerbaar’ te zeggen, maar ik bedoel: wees niet bang voor moeilijkheden en lastigheden, en deel ze met je geliefden en met de mensen die je nabij zijn – niet met duizenden mensen op Facebook of Instagram. Weerbaarheid mag geen weerstand zijn, het is eerder een soort flexibiliteit: als het wat minder gaat, is dat geen schande. Onze maatschappij dreigt mensen te categoriseren in winnaars en losers. De winnaars zijn de sterken en de prijs daarvoor is vaak hoog.”

Misschien is relativeren ook wel een onmisbare eigenschap om in te zien dat het leven niet van hoogtepunt naar hoogtepunt gaat, het kan je helpen om te gaan met tegenslag. Psychiater Frank Koerselman schrijft in zijn boek Wie wij zijn dat wie zowel een beetje kind als een beetje volwassen kan zijn, zowel speels als ernstig, zowel onbevangen als kritisch, meestal redelijk in staat is tot zinvol relativeren. ‘Wie vooral zichzelf niet steeds zo serieus neemt maar ook de zelfspot kent, kan in het leven meestal beter het kaf van het koren scheiden. Die kan ook verlies nemen, en – als het moet – weer op nul beginnen.’

Een gedoe

Daarbij hoort bijvoorbeeld ook het besef dat het leven soms een gedoe is, zoals schrijver en podcastmaker Tom Hofland vertelde in Trouw: “‘Ga ervan uit dat alles een gedoe is’ is sinds mijn vriendin en ik een baby hebben mijn mantra geworden. Dat had ik veel eerder willen ontdekken, want al mijn hele leven kan ik dolenthousiast aan een project of een vriendschap of een relatie beginnen en bij de eerste de beste tegenslag uit het veld geslagen zijn.

Ik weet wel dat het leven niet alleen maar leuk kan zijn, maar ergens had ik dat nog niet geïnternaliseerd. Tijdens een project dat niet helemaal lekker liep, heb ik eens een vriend gebeld met de vraag: ‘Waarom is alles altijd zo’n gedoe?’ ‘Omdat het leven een gedoe ís,’ antwoordde hij, ‘en dat is ook wel lekker, want dan heb je tenminste wat te doen.’”

Dingen die nabij zijn

Behalve niet terugschrikken voor de mindere kanten van het leven, is het volgens De Wachter ook goed om te beseffen dat de sleutel van het bestaan in de gewone dingen ligt. Dat komt misschien niet altijd overeen met je verwachtingen van het leven, die voor een deel gevoed worden door al die zonnige beelden die om je heen gedeeld worden.

De Wachter: “Steeds nadat je een fantastische berg hebt beklommen of een verre reis hebt gemaakt, kom je ook weer thuis. Dáár speelt de werkelijkheid zich af. De schoonheid van het leven bevindt zich denk ik in dingen als thuiskomen na een drukke werkdag, moe en een beetje ontevreden, en dan bijvoorbeeld iemand hebben om bij te zijn. Die ‘gewonigheid’ kan ongelooflijk vervullend en prachtig zijn en is moeilijk op Instagram te posten. De consumptiemaatschappij – die door social media wordt ondersteund – lijkt te propageren dat het ware leven een soort evenement is waarvoor betaald moet worden.”

Gratis pracht

De Wachter zet daar graag tegenover dat de grootste pracht van het leven gratis is: een wandeling door je eigen buurt, bijvoorbeeld. “Het is een uitnodiging om eens na te denken of we het wel altijd zo ver moeten zoeken. Want ik denk dat er een onwaarschijnlijke schoonheid kan liggen in de dingen die nabij zijn. Maar dan moet je daar wel aandacht voor hebben: we gaan slordig om met die dagelijkse schoonheid doordat de consumptiemaatschappij ons wil aanzetten tot groter en duurder.” Er bestaat een mooie anekdote over Socrates, die bij een processie een berg goud en sieraden door de straten van Athene gedragen ziet worden en uitroept: “Kijk eens hoeveel dingen er zijn die ik niet begeer.”

Meebewegen

Een vleugje taoïsme in je leven, de Chinese filosofische stroming waarbij je je ontspannen overgeeft aan wat zich van moment tot moment in je leven aandient, kan misschien ook helpen. Door mee te drijven met de stroom wordt het leven vanzelf lichter en vrediger. Een taoïst is een flexibel mens die er onder alle omstandigheden het beste van weet te maken – roem en aanzien laten ’m koud.

De woorden van schrijver Annet Schaap in Trouw helpen daar ook bij, merk ik. “De laatste jaren kan ik het steeds meer waarderen dat ik rust krijg door te denken: het is zoals het is. Misschien is Lampje het enige grote boek dat ik zal schrijven – dat hoop ik niet – maar dat ís dan zo. Waarschijnlijk val ik nooit meer twintig kilo af, maar dit is het lichaam dat ik heb. En dit is ook de man die ik heb, van wie ik had gehoopt dat-ie nog eens Nederlands zou leren of een fantastische baan zou vinden. Nou, dat gaat niet meer gebeuren, en dat ís zo.

Door op die grote golven van het leven mee te bewegen, ben je niet meer de hele tijd in gevecht – en dat is iets anders dan passief zijn. Het is misschien niet een erg hip standpunt, maar die rust vind ik zo ontzettend fijn.”

Omarmen

Als ik nu opnieuw terugkijk naar het feest van mijn ouders afgelopen zomer, realiseer ik me dat er veel mensen waren die er op hun trouw-dag zestig jaar geleden ook al bij waren, en hoe bijzonder dat is. En
dat al die mensen, de een wat meer dan de ander, al zestig jaar deel uitmaken van het leven van mijn ouders en óók elkaars mindere tijden kennen. Wat ze, zoals De Wachter zegt, met elkaar heeft verbonden.

Inmiddels heb ik mijn gewone leven weer omarmd. Het leven waarin ik intens kan genieten van een goed feest, maar ook door de regen fiets. Waarin ik de schoonheid zie van een simpel wandelingetje over de hei, met mijn ouders bijvoorbeeld. En met ze op een bankje zit, genietend van de hei die in bloei staat. Gratis en voor niets.

Meer lezen?

  • De kunst van het ongelukkig zijn, Dirk De Wachter (Lannoo Campus)
  • Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, Arjen van Veelen (De Bezige Bij)
  • Statusangst, Alain de Botton (Olympus)
  • Wie wij zijn – Tussen verstand en verlangen, Frank Koerselman (Prometheus)
  • Dit verhaal komt uit Flow 1-2020.

Tekst Caroline Buijs Fotografie Nick Brookenheimer/Unsplash.com

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Paper book for food lovers

Een boek over papier én eten: dat is het nieuwe Flow Paper Book for Food Lovers.

Bestel nu