Waarom Jeannette ineens heel blij wordt van vogelsspotten

Journalist Jeannette Jonker is er dol op, de spontane onderonsjes met roodborstjes, spreeuwen en andere vogels. “Voor mij is het een bevestiging dat ik tijd moet nemen om even stil te staan en om me heen te kijken.” Alsof de vogels duidelijk willen maken: stop maar even met nadenken en kijk simpelweg naar buiten.

Als je weet dat ik ben opgegroeid in een dorp met  uitsluitend weilanden en hier en daar lammetjes, koeien en een paar mensen, is het des te gekker dat ik nooit eerder oog had voor vogels. Er was in het dorp – waar ik tot mijn negentiende woonde – werkelijk niets te doen, dus ik had alle tijd om vogels te spotten. Keek ik als kind niet om me heen? Zijn er in Amsterdam, waar ik nu woon, gewoon meer vogels? Of komt het door mijn stadse leven dat ik ineens heel blij word van die fladderaars en het groen waarin ze leven?

Vogels in de stad

Mijn eerste ontmoeting met een Vlaamse gaai was midden in Amsterdam. Het brutale beest zat pontificaal op mijn balkon naar binnen te gluren. Hij bekeek me van top tot teen en ik stond met open mond aan de andere kant van het raam terug te staren. Door zijn opvallende verenpak dacht ik toen nog dat ik een zeldzaam exemplaar had gespot.

Is niet zo: de gaai is een veelvoorkomende huis-tuin-en-keukenvogel. In Dorrestijns natuurgids lees ik dat de vogel behoort tot de kraaiensoort en zeer oplettend is. Het zijn heel slimme beesten die – net als eekhoorns – nootjes en zaden verstoppen. Dat ik midden in de stad voor het eerst van mijn leven een gaai zag, is volgens Anneke Blokker niet zo raar.

Als stadsecoloog en coauteur van Het Amsterdamse beestenboek weet ze dat er in de hoofdstad wel 350 verschillende soorten vogels voorkomen, inclusief trekvogels. Zo’n 200 soorten broeden hier zelfs. Blokker: “De diver siteit aan groen is groot. Je hebt afgesloten binnentuinen, parken, balkons vol planten. En er zijn  in Amsterdam nog altijd meer bomen dan mensen. Voor veel vogels is de stad tegenwoordig een soort bos. Dieren profiteren ook van de mensen, want wij  zijn hofleveranciers van voedsel.

Een meerkoet of wilde eend reageert hier in de stad ook heel anders op ons dan in een dorp. Ze hebben een voedselassociatie, dus je kunt dichtbij komen. Laatst liep ik door een drukke winkelstraat en op de bovenleiding van de tram zaten spreeuwen. Ik kreeg een fantastisch spreeuwenconcert, maar verder leek niemand ze te horen of zien. Stadsmensen hebben vaak haast, terwijl het zo leuk is om eens stil te staan. Het zal je verrassen wat je allemaal ziet. Laatst heb ik de trein gemist omdat ik zat te kijken naar een spreeuwenpaartje. Ze imiteren allerlei geluidjes, ook van de trein. Grappig om te zien hoe ze tussen de reizigers door lopen.”

Vogelgids

Het was een ontmoeting met Hans Dorrestijn – jaren geleden – die mijn blik op vogels voorgoed veranderde. Ik interviewde de schrijver over zijn vogelgids. Af en toe sprong hij op om met een verrekijker uit zijn keukenraam te turen. “Kijk nou wat een schoonheid!” riep hij dan. Ik had geen idee waar ik naar moest kijken, maar zijn enthousiasme werkte zo aanstekelijk dat ik sindsdien ook vol verwondering naar vogels kijk. Als je zijn vogel- en natuurboeken leest, ontdek je al snel hoeveel liefde hij voor vogels voelt. Dorrestijns vogelgids opent met een ode aan de staartmees.

‘Staartmezen zijn voortdurend met elkaar in gesprek. Soms praten ze in zichzelf en kun je horen hoe goed een staartmees in zijn vel zit: Heerlijke dag, echt een heerlijke dag. En ontzettend veel lekkere mugjes. Van die kleine mugjes met lekker veel sap.’ Dat heb ik met het roodborstje. Als dat ergens opduikt, laat ik alles uit mijn handen vallen. Over smaak valt te twisten, maar voor mij is dit de allermooiste vogel.

Vanwege die rode borst dus, maar ook zeker door zijn parmantige uitstraling. In Engeland zijn ze het met me eens, want daar is de robin de nationale vogel. Als ik aan het tuinieren ben, komen ze vaak kijken wat ik aan het doen ben. Vol zelfvertrouwen observeren ze me met net zo veel nieuwsgierigheid als andersom. Laatst vlogen er twee roodborstjes voor me uit tijdens een wandeling. Ze leken een achtervolgingsspelletje te spelen, waarbij de een de ander wilde vangen.

Mijn gedachten over werk en familie verdwijnen op zo’n moment acuut, want ik ga helemaal op in wat ik zie. Een plotseling opduikende vogel haalt me uit de hectiek van de dag, laat me even stilstaan en kijken naar wat er dichtbij gebeurt. Juist het onvoorspelbare ervan waardeer ik enorm.

Aanpassen op hun omgeving

Volgens Anneke Blokker is het voor veel dieren een uitdaging om in de stad te wonen, maar kunnen vogels de dynamiek aardig aan. “Het interessante is dat ze zich lijken aan te passen. De koolmezen zingen een toontje hoger om boven het stadsgeluid uit te komen en de snavels van merels worden steeds spitser omdat ze tussen de straatstenen naar eten zoeken.

Kraaien en spechten maken ook slim gebruik van wat voorhanden is in de stad. Zo laten kraaien nootjes vallen bij de verkeerslichten, zodat de auto’s ze kraken als ze optrekken bij het groene licht. Spechten gebruiken verkeersborden en lantaarnpalen om op te roffelen. Dat doen ze om hun territorium af te bakenen; hoe meer herrie ze maken, hoe beter. Als je dit soort zaken weet en  ziet, ga je de stad op een andere manier beleven.”

Het gaat overigens goed met de grote bonte specht. Ze zijn dol op de oude Amsterdamse stadsbomen, hakken er holen in en vinden insecten in de schors. Ik doe vaak niet eens mijn best om vogels te spotten, maar de specht laat zich opvallend vaak zien en horen in mijn buurt. Laatst wierp eentje zich letterlijk voor mijn voeten. Ik liep met mijn vriend door ons volkstuincomplex en een jonge specht viel voor onze neus uit de boom en in de sloot. De reddingspoging verliep voortvarend, met rennen door brandnetels en het uit het water vissen van de vogel. Helaas werd het natte hoopje niet meer wakker. Dagen later zag ik alleen nog een paar rode veertjes in het gras liggen, als triest aandenken aan het hachelijke reddingsavontuur.

Vroege vogels

Menno Bentveld, presentator van het programma Vroege vogels, merkt dat er steeds meer aandacht  is voor vogels. “Door mijn werk leer ik er veel over en daardoor waardeer ik ze nog meer. Als kind had ik al een fascinatie voor vogels en de natuur. We hadden een zomerhuisje in Noordwijk en waren daar altijd buiten. We liepen in de duinen en gingen op excursie met de boswachter. Ik vind het een uitgelezen kans dat ik er nu op een professionele manier mee bezig kan zijn. Ik ben voortdurend in het veld met deskundigen die me veel over hun vakgebied vertellen.

Zo was ik laatst op pad met een hoogleraar dierecologie. Hij doet onderzoek naar de bonte vliegenvanger en vertelde dat veel trekvogels last hebben van de klimaatverandering. Als zij terugkomen uit Afrika om hier te broeden, hebben ze rupsen nodig, precies op het moment dat ze hun jongen moeten grootbrengen. Maar doordat de temperaturen stijgen, kruipen de rupsen al rond voordat de jongen uit het ei zijn. Zo lopen de vogels hun belangrijkste voedselbron mis. Maar niet de bonte vliegenvanger: die keert gewoon drie weken eerder terug uit Afrika. Dat is toch ongelooflijk? Ook de vlucht van trekvogels vind ik zo bijzonder. Sommige vliegen tienduizenden kilometers.  De gierzwaluw blijft maar liefst twee jaar lang in de lucht, ze eten en slapen er zelfs.”

Zoek de uil

Nee, het spotten van vogels is voor mij geen serieuze zaak. Ik heb niet eens een verrekijker en ik voel ook geen enkele behoefte om daarmee in de bosjes te gaan liggen. Voor mij is het meer een bevestiging dat ik tijd moet nemen om even stil te staan en om me heen te kijken. Als er vogels op mijn pad komen die zich laten zien, ervaar ik dat als een geluksmoment. Al moet ik bekennen dat ik laatst midden in de nacht wel actief op zoek ben gegaan naar de bosuil die ik hoorde roepen. Het geluid kwam van dichtbij en ik was vastbesloten hem te vinden. We kwamen terug van een geweldig concert, maar de aanblik van die uil, hoog in een boom, was het echte hoogtepunt van de avond.

  • Hans Dorrestijns boek Het Amsterdamse beestenboek vind je onder andere hier (of nog beter: ga langs bij je lokale boekwinkel).

Tekst Jeanette Jonker Fotografie Itay Attias/Unsplash.com

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Paper book for food lovers

Een boek over papier én eten: dat is het nieuwe Flow Paper Book for Food Lovers.

Bestel nu