Niksen, hoe doe je dat?

niksen

Lanterfanteren, rommelen, prutsen, niksen. Tegenwoordig doen we het veel minder vaak dan vroeger. Hoe maken we er weer tijd voor vrij? Journalist Annemiek Leclaire zoekt het uit. 

Het ‘niksen’ kregen we vroeger ongevraagd cadeau. In de bus, in de rij, op de fiets, in de auto op weg naar het vakantieadres; er was nauwelijks afleiding. Wat kon je doen? Voor je uit kijken, een praatje maken, een houtje snijden met je zakmes. Tegenwoordig is rust nemen een vaardigheid geworden.

We moeten het in het constante bombardement van appjes, spraakoproepen en notificaties opnieuw leren. En dat kan best lastig zijn als je gewend bent alsmaar door te gaan, ongeacht je mate van concentratie, schrijft Rachel Jonat in The joy of doing nothing. ‘De hersenen moeten een gewoonte veranderen.’ Neem daar de tijd voor, adviseert ze. Zit het even uit. ‘Hoe drukker en gestrester je bent, hoe lastiger het is.’

Niksen is ook moeilijk in sommige perioden van je leven, waarin gewoon heel veel te doen is. Als je leven weinig ruimte biedt voor pauzes, begin dan eens aan de randjes van de dag, adviseert Jonat. Tien minuten voordat je opstaat of een kwartiertje voordat je gaat slapen. Even niksen voordat je je voeten op het koude zeil zet of het lichtje uitknipt.

Doe het als je moet wachten op iets, of na je werk voordat je de kinderen ophaalt. Doe het net na het eten voordat je weer de keuken gaat opruimen. Je kunt er zelfs een gezinsritueel van maken door een gezamenlijk ‘niksmoment’ in te lassen. ‘A sweet little luxury’ noemt Jonat die tijd voor onszelf. En als je eenmaal wat geoefend hebt, lukt het misschien langer, stelt ze. ‘The fringe hours’ lenen zich er goed voor, na het avondeten bijvoorbeeld, als de tafel is afgeruimd. Telefoon op nachtstand, tv uit en twee uur relaxen.

Bij mij eindigt het er altijd mee dat ik plaatjes uit tijdschriften ga scheuren, nieuwe muziek uitprobeer, het prikbord verander, door een kookboek ga bladeren, iets ga bakken. Zo is niksen voor mij ook een noodzakelijke aanloop naar iets wat ik eigenlijk heel leuk vind om te doen.

Overal en nergens

Om echt afstand te nemen heb je langere perioden van niksen nodig. Een weekend of een week. Als je geluk hebt, nog langer. Ik heb de luxe dat ik dat regelmatig kan doen op het Waddeneiland waar mijn ouders een huisje hebben. Daar maak ik een ommetje, zit ik op de vlonder naar het gefladder van de houtduif te kijken, lig ik in de tuin naar de lucht te staren, hang ik mijmerend de lakens aan de wasmolen – mijn gedachten overal en nergens.

Pas tijdens die oningevulde dagen komen de grotere vragen aan bod: ga ik goed zo? Doe ik wat goed past? Zie ik de mensen die ik wil zien? Ook komen ideeën bovendrijven. En als die periode maar lang genoeg duurt, vallen uiteindelijk ook die vragen weg en beweeg ik mee met het ritme van de dag, van het seizoen.

  • Het complete verhaal vind je in Flow 1.
  • Lees ook onze 7 tips voor een simpeler leven.

Tekst Annemiek Leclaire  Fotografie Lauren Manke

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Paper book for food lovers

Een boek over papier én eten: dat is het nieuwe Flow Paper Book for Food Lovers.

Bestel nu