Zines: de opkomst van het zelfgemaakte tijdschrift

zines floor van meeuwen wobby wonderland

Zines: wat zijn het precies? Waarom zijn ze zo populair? En: hoe maak je zelf een zine? Flow’s coördinator online Ilse dompelt zich onder in de wereld van het zelfgemaakte tijdschrift.

Zelf uitgegeven mini-tijdschrift

In tijdschriftenwinkels, op Instagram en op craftmarkten kom ik ze tegen: zines. Zelf uitgegeven mini-tijdschriften, vaak over een specifiek thema, gemaakt van een stapel gekopieerde, dubbelgevouwen A4’tjes met een nietje erdoor. Of soms net iets professioneler: gezeefdrukt of met felgekleurde illustraties. Er zijn zines over planten, over feminisme, over katten en over muziek.

Mijn DIY-hart gaat harder kloppen van al die boekjes, die misschien best makkelijk te maken zijn. Ik koop me een ongeluk (want een zine kost vaak maar een euro of drie) én ik wil zelf aan de slag. Maar hoe enthousiaster ik word, hoe meer vragen er oppoppen. Hoe start je zoiets? Waar verkoop je je blaadjes? En hoe print je ze, als je het ook een beetje mooi wilt hebben?

Zines als statement

Op blogs en in boeken duik ik in de wereld van zines. Het woord blijkt van fanzine te komen, wat op zijn beurt is afgeleid van fandom. Want daar ligt de oorsprong, leer ik: vanaf de jaren twintig, toen sciencefiction en strips nog niet zo mainstream waren, verenigden fans zich door simpele boekjes samen te stellen en uit te wisselen. Dat niche-aspect is nog steeds kenmerkend voor zines: makers en lezers vinden elkaar dankzij hun gedeelde interesse. En door die thema’s worden ze verspreid in kleine oplages: een paar honderd of nog minder.

Met zo’n blaadje kun je dus op een goedkope maar krachtige manier een statement maken, en daarom waren ze door de jaren heen kenmerkend voor hun tijd. In de punktijd van de jaren zeventig gingen ze over muziek, in de decennia daarna volgden politieke thema’s als feminisme en het milieu. Dat protest-randje zie ik ook nu veel terugkomen. Behalve luchtige boekjes over 35mm-fotografie en koffie, duiken er minstens zo veel op rond eigentijdse (en soms controversiële) thema’s als body positivity, het klimaat en de LGBTQ-gemeenschap. Zines kunnen (minderheids)groepen een podium bieden dat ze anders niet zo vaak krijgen. Zij kunnen onderwerpen aan de kaak stellen waarover volgens hen gepraat moet worden. Het gaat hen dus niet zozeer om het verspreiden van kennis of regels, maar om de vrijheid om hun stem te laten horen.

Handgemaakt

Maar de hernieuwde populariteit zit ’m in nog veel meer, leer ik als ik met mensen uit de zine-scene praat. “Als tegenhanger van het vluchtige internet hebben mensen weer behoefte aan iets handgemaakts, iets tastbaars,” vertelt Karin de Jong van de PrintRoom in Rotterdam, waar ontwerpers aan de slag kunnen met hun eigen publicaties. “Daarnaast worden de uitgeef- en  kunstwereld steeds commerciëler. Zine-makers daarentegen zijn zelfredzaam en hebben het hele proces zelf in de hand.”

Bij het maken van een zine ben je dus schrijver, illustrator, vormgever, distributeur en uitgever in één. En al zitten de meeste makers al in de creatieve hoek (of gaan ze dankzij hun zine meer met hun creativiteit doen), iedereen kan het. Karin: “Als je een idee hebt, kun je meteen aan de slag en heb je als je wilt dezelfde avond een blaadje voor je neus liggen.”

Zines in de underground-scene

Is die laagdrempeligheid de reden dat ik ineens overal zines zie opduiken? Of heb ik er nu een scherper oog voor? “Zines zijn in de underground-scene eigenlijk nooit weggeweest,” vertelt Carlien Peijsel van Kapitaal, een open studio voor zeefdruk, ets en riso in Utrecht. “Maar door social media zijn ze beter zichtbaar en hebben ze ook invloed op een groter publiek.” Dat sluit aan bij wat Karin me vertelde: “Mensen vinden elkaar online en zo ontstaat een wereldwijd netwerk. Je zine duikt mogelijk niet alleen op in je eigen woonplaats, maar ook in Tokio of New York.”

Zelf heb ik net het werk van Ashley Ronning uit Melbourne ontdekt. Ze maakt boekjes over tuinieren in de herfst en zwarte gaten in de ruimte, heel interessant. Ashley: “Het internet is niet alleen een manier om de wereld te vertellen wat je aan het doen bent, maar ook een geliefd thema op zich. Kijk naar alle zines over memes, emoji’s, eBay en Tinder.”

zine ashley ronning

Zine-fairs

Behalve online kun je ook ‘zinesters’ ontmoeten en blaadjes (ver)kopen op zine-fairs. Vooral in Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk zijn dit soort beurzen, naast de vele workshops en zine-libraries, een levendige business. Ik bezoek er een in Tilburg. In een voormalige locomotiefhal vindt Wobby Wonderland plaats, genoemd naar het tijdschrift Wobby dat wordt gedrukt met een soort stencilmachine.

Organisator Marjolein Schalk: “Een zine-festival is de perfecte manier om elkaar te ontmoeten. Het is vaak kleinschalig en je verkoopt niet per se veel, maar de community is een belangrijke reden om samen te komen. Steeds vaker zie ik kleine netwerken of collectieven ontstaan: de nieuwe generatie zine-makers wacht niet af, maar organiseert zelf iets.”

Marjolein begon eind 2014 met Wobby om werk te publiceren van zichzelf en gelijkgestemde tekenaars, en inmiddels verschijnt het vier keer per jaar. “In die zin is het meer een tijdschrift, want een zine wordt onregelmatig of zelfs eenmalig gemaakt. Wobby verschijnt op vaste data en we werken meer vanuit een concept, terwijl een zine veel vrijer is.”

Wat Wobby en de ‘echte’ zines gemeen hebben, is het kleinschalige en de handmatige manier van drukken. Zo werkt Marjolein met een risoprinter, een techniek die ook in de zine-scene steeds populairder wordt. “De scheidslijn is soms dun,” legt ze uit. Wat ik zelf zo leuk vind aan zines, is dat hoe, hoeveel en waarover eigenlijk niets uitmaakt. Ze worden niet gemaakt om geld mee te verdienen, het plezier en de kracht zitten ’m in het maken én het delen. Marjolein: “Door een thema, formaat of kleur te kiezen, heb je een beetje houvast. Verder ben je helemaal vrij.”

Van posterzines tot mini-boekjes

Dat zines veel speelruimte bieden, blijkt wel uit de immense diversiteit die ik tegenkom op de fair. Behalve professioneel geïllustreerde blaadjes zie ik mini-zines van een paar centimeter groot, met één nietje erdoor of een touwtje eromheen. Er zijn zelfs posterzines die je opgevouwen kunt lezen of uitgeklapt kunt ophangen.

Al net zo inspirerend is het communitygevoel. Ondanks het grote aantal illustratoren en uitgevers is de sfeer niet competitief, maar gezellig – alsof iedereen elkaar kent. Anne Stalinski werkt als illustrator vaak alleen. “Zo’n fair is een concentratie van gelijkgezinden,” vertelt ze. “Je bent geen concurrenten, maar denkt bij het werk van een ander: wat leuk, zo kan het ook.” Er wordt onderling dan ook veel geruild. “Zines zijn een sympathieke manier om je werk te laten zien. Je haalt er sowieso geen economisch succes uit. Vaak werk je als illustrator of voor een klant voor geld, of je tekent voor jezelf. Dit is een leuke tussenvorm.” Ze drukt me een geel boekje in mijn hand van twaalf pagina’s met op elk een tekening. “In zines kun je de gekste onderwerpen kwijt, ik zie het als een rare uitlaatklep. Mijn volgende zine gaat over complottheorieën.”

Bij Floor van Meeuwen (die om de paar jaar het Spread Zinefest in Groningen organiseert) koop ik twee zines: een met knipsels gebaseerd op een Playboy uit de jaren zeventig – inclusief getekende centerfold – en een over koffie. De reflectie van licht maakt de zwarte inkt op het zwarte papier zichtbaar. Haar aanbod is divers, van simplistisch tot gedetailleerd. “Mijn zines gaan over kruiden, de kleur indigo, verzamelingen roerstaafjes, plastic dat ik tegenkwam op reis. Per editie bedenk ik: waar ben ik nu mee bezig? Vaak maak ik niet meer dan veertig exemplaren per keer.”

De Antwerpse Shamisa Debroey en Charlotte Dumortier van Yum Yum maakten zines met strips en tekeningen over noedels, Kanye West en clickbait. “Dingen die ons opvallen in de wereld geven we een eigen twist.” Op Wobby Wonderland geven ze een workshop waarbij je binnen twee uur samen een zine maakt. “Samen iets maken is minder stressvol en verrassend,” vinden ze. Waar sommige zine-makers het liefst alles zelf doen, geeft het Shamisa en Charlotte juist iets extra’s om de controle en het eindresultaat los te laten. “Door met anderen te tekenen, blijf je niet in je eigen denkbeelden hangen.” Dat herken ik in zines waarbij co-makers ieder een pagina insturen en zo samen een thema belichten. Als fluorroze kopieën uit de risoprinter komen rollen, sprint Shamisa weg: “Haaa, zalig! Dit is waar ik ’s morgens voor opsta, kleuren zoals deze!”

Print als podium

Bij Sanne Boekel staat een omgebouwde sigarettenautomaat op tafel waar je voor een paar euro een boekje uit trekt. In haar werk zie je invloeden terug uit de punk-zines, met donkere kleurvlakken en statements in vette letters. Tekenen ziet ze als guerrilla-activisme. “Zines zijn voor mij een makkelijke manier om een boodschap over maatschappelijke onderwerpen te verspreiden. Tegenwoordig zijn ze vaak esthetisch of visueel, en ik ga graag een discussie aan over identiteit of seksualiteit.”

Ook op andere plekken komt het kopieer-gevoel terug, geïnspireerd op de ‘it’s not about the money, it’s about the message’-tijd. Vier vrienden verkopen hun zine Murf/Murw. “We werken niet met thema’s, maar geven alleen een plekje aan vrienden die een platform missen voor wat ze willen zeggen. Met de omzet – drie euro per zine – kunnen we nieuwe edities drukken.”

Marjolein Schalk van Wobby.club: “De jaren tachtig zijn weer hip. Niet alleen in de mode, ook in vormgeving zie je het terug. Die ‘net niet’-look, een beetje lelijk zelfs: daar bewust voor kiezen kan een maatschappelijk betrokken boodschap extra kracht bijzetten.”

Zelf een zine maken

Door de verscheidenheid aan zines die ik hier tegenkom, wordt een groot deel van mijn koudwatervrees al weggenomen. Als zo veel mensen een zine kunnen maken, moet ik het toch ook kunnen? Maar al heb ik ideeën en tekeningen genoeg, vooral de gedachte aan (dubbelzijdig) printen, binden en verspreiden houdt me een beetje tegen.

Marjolein: “Denk er niet té veel over na en begin met een kleine oplage. Je kunt ook je eerder gemaakte schetsen bundelen, zonder achterliggende bedoeling. Daarna kun je bijschaven of de aantallen vergroten.”

Ze herkent wel dat het distributiegedeelte kan afschrikken: waar verkoop je je zines? “Om te beginnen kunnen volgers je op Instagram een privéberichtje sturen en regel je de betaling en het versturen onderling. Op een marktje of beurs kom je mensen tegen die je anders niet zou bereiken. Een website of webshop is een volgende stap.”

Anne Stalinski: “Een A3-vel vouwen, tekenen, scannen en printen is het meest laagdrempelig. Daarna kun je het ingewikkelder maken met kleuren of andere drukwerktechnieken.”

DIY

Hoera, ik kan van start. Het helpt om me te realiseren dat wat ik maak, niet voor een groot publiek hoeft te zijn. Dat niet iedereen het interessant hoeft te vinden. Mijn tekeningetjes over een weekend Parijs, die ik op roze papier printte en bundelde voor vriendinnen, waren eigenlijk ook al een zine.

Ik maak een indeling voor mijn zine over blij worden van mini-avonturen en schets een posterzine over de nineties. Het verhalen vertellen vind ik het leukst, maar ook dat design en activisme samenkomen – en dat je daar je eigen keuze in kunt maken. En: het hoeft niet allemaal perfect: leve de DIY-charme van zinesters.

Tekst Ilse Savenije Fotografie Hanna van Dun/Amber Dijs voor Wobby Wonderland (met zines van Floor van Meeuwen)

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Paper book for food lovers

Een boek over papier én eten: dat is het nieuwe Flow Paper Book for Food Lovers.

Bestel nu