Omgaan met groot verdriet

groot verdriet

Het hoort bij het leven: verlies. Maar wat als het je ook echt overkomt, vraagt journalist Otje van der Lelij zich af. Hoe ga je om met groot verdriet en rouw? 

Het was donderdag, een normale ochtend. Ik zat lekker te werken en opeens was daar het loodzware bericht, dat met een opgewekt bliepje in mijn mailbox plopte. Elk woord dreunde als een mokerslag door me heen. Mijn hart bonsde, mijn handen trilden. ‘Het kan nu elk moment afgelopen zijn, ze is al niet meer bij bewustzijn.’

Ik bleef maar naar dat ene zinnetje staren, het was niet te bevatten. We hadden geen contact meer sinds een paar jaar, maar ooit waren we onafscheidelijk. Daar werd nu definitief een streep onder gezet. Ze ging dood. Verdoofd staarde ik naar de planeten, sterren en melkwegstelsels op mijn screensaver. Ik kon niet huilen, niet praten, ik kon alleen aan háár denken. Flarden van beelden wervelden door mijn hoofd. Onze gesprekken, vakanties, avonturen, de hoogte- en dieptepunten, ze vormden een collage van een intense vriendschap. De volgende dag overleed ze, maar in mijn gedachten was ze nog springlevend. Maandenlang werd ik badend in het zweet wakker – mijn lichaam huilde.

Emotionele aardbeving

Een verlies is vaak ontwrichtend. Veel mensen hebben het gevoel alsof de bodem onder hen wordt weggeslagen. De droom om samen oud te worden, om je kind te zien opgroeien of nog één kerst samen te vieren. Het spat allemaal uiteen. Volgens Manu Keirse, hoogleraar verliesverwerking aan de universiteit van Leuven, kan rouw vele vormen aannemen.

“Iedereen rouwt op zijn eigen manier. Je kunt het verlies niet wegen of meten. Het is zo erg als het is voor deze persoon. Iemand die ik sprak had het gevoel dat hij een tijd op de reservebank zat en de wedstrijd niet meespeelde. Iemand anders omschreef het als een emotionele aardbeving. Je bent bedolven onder de brokstukken, alles doet pijn en het kost grote moeite je hoofd weer boven het puin uit te steken. Geleidelijk aan moet je de brokstukken weer aan elkaar lijmen als je wilt opstaan uit de chaos.”

Wat mensen vaak confronterend vinden is dat het gewone leven doorgaat. Mensen om je heen staan op, gaan naar hun werk, hebben lol, vieren het leven, maar voor jou is de wereld stil blijven staan op de dag en het uur van het overlijden – opeens werd alles anders.

Verder kunnen

In onze snelle samenleving is het moeilijk te accepteren dat iets tijd vraagt. Toch is dat de enige weg: rouwen heeft tijd en aandacht nodig. Dat ondervond ook filosoof Marc Van den Bossche, schrijver van het boek Leven na de dood. Hij vertelt er openhartig over als ik hem opbel. “Ik had net een manuscript afgerond over sport als levenskunst, een lofzang op de lichamelijkheid, op de extase en roes van het bewegen. Een dag later kregen we het bericht dat mijn vrouw Hilde niet meer zou genezen.

Ze is gestorven met haar hand in de mijne. Een lichaam dat ik een week eerder nog had omhelsd, was plots herleid tot een laagje as in het gras. Ik vond dat een zeer moeilijke confrontatie. Hilde was altijd optimistisch gebleven en heeft er tot het einde op gehamerd dat ik mezelf moest herpakken. Dat er ook een leven was na haar. Maar dat was nog niet zo makkelijk.

Het omslagpunt kwam anderhalf jaar later toen ik als gasthoogleraar werkte aan een universiteit in Yogyakarta. Tijdens het zwemmen drong het opeens tot me door hoe betekenisvol ons laatste jaar samen was geweest. De intensiteit en intimiteit van het op een bepaalde manier samen sterven, had ook iets moois en positiefs. Plots zag ik hoe Hilde wilde dat ik het zag: als iets moois dat ik een plek moest geven, waarna ik weer verder kon gaan met mijn leven, zonder haar.”

Dit keerpunt noemt Van den Bossche het symbolische overlijden, een term die hij heeft ontleend aan de psychoanalyticus Darian Leader. Naast het biologische overlijden is er ook het symbolische overlijden, zegt Leader. Als iemand sterft, staat het rouwen op de voorgrond. Je dwaalt rond met je ziel onder de arm en je weet niet waar je het zoeken moet. Tot je op een bepaald moment de overledene een plek kunt geven in je levensverhaal. Dat is het tweede, symbolische overlijden, wat nodig is om verder te kunnen gaan. Toch zal een overledene volgens Van den Bossche altijd deel blijven uitmaken van je leven.

“De lichamelijkheid mag dan verdwijnen, in zekere zin blijft iemand voortleven. Elke stap die je zet, is getekend door vorige stappen. Wat je samen hebt meegemaakt, blijft je leven beïnvloeden. Iets van Hilde leeft voort in mij. Van wandelen tot mijn liefde voor de natuur, ze blijft aanwezig in hoe ik de wereld inkijk.”

Het gewone leven

“Een van de nieuwste inzichten over rouw is dat tachtig procent van de mensen een verlies eigenlijk heel goed te boven komt,” vertelt Paul Boelen, die als hoogleraar klinische psychologie verbonden is aan de Universiteit Utrecht en Arq Psychotrauma Expert Groep. “We hebben de neiging te denken dat veel mensen vastlopen, maar dat valt reuze mee. Hoe goed iemand ermee omgaat, heeft sterk te maken met wíe er overlijdt: in het geval van een kind is dat anders dan wanneer een groot- moeder na een lang en rijk leven rustig wegglijdt.” Ook is aangetoond dat optimisme beschermend werkt: mensen die erop vertrouwen dat ze zich erdoorheen slaan, zijn er na een jaar beter aan toe.

Het zijn hoopgevende wetenschappelijke inzichten, maar ze maken de klap niet minder heftig, en het gemis niet minder groot. Wat doe je op momenten dat er alleen maar verdriet is? Hoe kom je uit dat oneindige moeras waar je telkens weer in wegzakt? “Het is belangrijk om actief te blijven, ook al is dat met lood in je schoenen,” zegt Boelen. “Hoe moeilijk het ook is, het werkt helend om het gewone leven zo veel mogelijk op te pakken, weten we uit onderzoek. Mensen die dat doen, kunnen op de lange termijn het beste met hun verlies omgaan. Ga naar buiten, zoek vrienden op. Dat geeft niet alleen afleiding, het helpt ook te ervaren dat het leven nog steeds betekenisvol is.”

Doorgaan betekent volgens Boelen niet dat je het verdriet moet negeren of wegmaken. Het komt ernaast te staan. Rouwverwerking is een heen en weer gaande beweging van enerzijds met het verlies bezig zijn (herinneringen ophalen, fotoalbums doorbladeren) en anderzijds met het herstel ervan (vrienden opzoeken, ontspannen). Het is ook belangrijk om voor ogen te houden dat er een einde komt aan de ellende.

Er komt een moment dat je opnieuw van het leven kunt houden. Hoogleraar Manu Keirse vergelijkt het met een processie van Echternach: “Je zet drie stappen vooruit en twee stappen achteruit. Er zijn ups en downs, goede en slechte dagen. Zelfs als je het verlies verwerkt denkt te hebben, kan het overweldigende gevoel opeens weer terugkomen. Dat is normaal, het hoort bij het verwerkingsproces.”

Hulp vragen bij groot verdriet

Waar Keirse op hamert, is dat je het niet alleen hoeft te doen. Vaak gaan buitenstaanders wat onhandig om met rouw. Ze lopen er in een boog omheen, of durven het verdriet niet aan te raken. Het is dan ook goed om mensen om je heen te verzamelen met wie je wel kunt praten en huilen, adviseert hij. Het uitspreken van het hele palet aan emoties, en de erkenning van anderen dat jouw gevoelens er mogen zijn, zorgen ervoor dat je het verdriet beter kunt verwerken.

Dat laatste vind ik persoonlijk erg lastig. Ik kan normaal best goed praten, maar mijn rouwgevoelens stop ik liever weg. Mijn beste vriend, die ook flink ondersteboven was van het overlijden van onze vriendin, wil soms wél over zijn gevoelens praten. Ik luister, praat mee, maar heb niet altijd zin om mijn eigen emoties eruit te gooien. Als ik door de kiertjes gluur naar mijn gevoelswereld, zie ik wel dat er van alles zit: verdriet, gemis, angst en schuldgevoelens. Ik speelde destijds met de gedachte om weer contact met haar op te nemen. Had ik dat maar gedaan.

Creatieve energie

Gevoelens van schuld en schaamte komen vaker voor bij rouw. Martha Nussbaum, een Amerikaanse filosoof, vertelt erover in de schitterende VPRO-serie Van de schoonheid en de troost. Toen haar moeder – die lange tijd alcoholist was – overleed, was Nussbaum niet op tijd in het ziekenhuis omdat ze een lezing moest geven. “Ik had veel last van schuldgevoelens,” zegt Nussbaum.

“Waarom was ik er niet bij? Hield ik niet genoeg van haar? In mijn jeugd ben ik enorm kwaad op haar geweest, en over die woede begon ik me ook schuldig te voelen.” Troost haalde ze uit de ideeën van psychoanalytica Melanie Klein, die schreef over hoe kinderen omgaan met het verschrikkelijke besef dat ze ambivalente gevoelens voor hun ouders hebben.

Nussbaum: “De boosheid die we naar onze ouders kunnen voelen, compenseren we door iets terug te geven, denkt Klein. Niet alleen tegenover die persoon, maar ook door iets tot stand te brengen waar anderen baat bij hebben. Dat heeft mij het meeste troost gegeven. De intense schuldgevoelens die ik had na het overlijden van mijn moeder, kon ik verzachten door iets goeds te doen. Ik doe dat door dingen te schrijven waar anderen iets aan hebben.”

Het omsmeden van een deel van je pijn tot creatieve energie, is ook volgens psycholoog René Diekstra een goede manier om met verlies om te gaan, zo schrijft hij in zijn boek Als leven pijn doet. ‘Dat kan zoiets eenvoudigs zijn als een (dag)boek, een relatie met lotgenoten, een schilderij, muziek, een beweging, een stichting, een vrijwilligersactiviteit. Het is het omsmelten van je pijn en dat levert niet zelden iets ‘subliems’ op.

De vraag die je jezelf zou moeten stellen is deze: Wat kan ik nog meer met mijn pijn doen dan eronder lijden?’ Als voorbeeld noemt Diekstra het verhaal van Jan Kloppenburg, die zijn zoon verloor door zinloos geweld. Vanuit zijn pijn richtte Kloppenburg de stichting ‘Kappen nou’ op, een stichting die strijdt tegen zinloos geweld op straat. ‘Jan werd op die manier niet alleen slachtoffer van, maar ook schepper uit de pijn.’

De kracht van muziek

Kunstwerken en muziek kunnen een bron van troost zijn. Auteur Maartje Wortel schreef er iets moois over in Goudvissen en beton: ‘Mijn vader zei: als je verdrietig bent kan kunst helpen. Omdat je in een schilderij soms meer nog dan in een gezicht, meer nog dan in een paar lieve ogen, kunt zien, nee vóelen, dat iemand je begrepen heeft.’

Om dezelfde reden put Nussbaum troost uit schilderijen, maar muziek heeft haar nog meer geholpen bij de verwerking van haar moeders dood. “Ik had drie cd’s bij me toen ik de zomer na haar overlijden een maand in Finland zat. De Kindertotenlieder van Mahler was er eentje van. Ik luisterde ernaar tot ik er niet meer tegen kon.” Muziek kun je volgens Nussbaum in zekere zin vergelijken met dromen. “Het vertelt geen in de tijd geordend verhaal, zoals literatuur dat doet, maar verbeeldt gevoelens op een droomachtige manier.

Emoties volgen elkaar vliegensvlug op en zijn op een vreemde manier verstrengeld met elkaar.” Muziek kan, juist door deze unieke eigenschappen, doordringen tot de diepere lagen in ons bewustzijn, tot plekken waar woorden niet bij kunnen. Het toont verborgen kwetsbaarheden, legt gevoelens bloot die diep onder de oppervlakte liggen te smeulen. Dat kan helpen bij de verwerking van een groot verlies. De muziek lijkt te begrijpen hoe jij je voelt, misschien nog beter dan je zelf deed. Dat werkt helend.

Je bent niet alleen

Zelf haal ik steun uit boeken, uit mooie zinnen. Ik kan me soms zo’n vreemde eend voelen, maar als ik een goed boek lees, merk ik hoeveel we allemaal op elkaar lijken. Hoe verschillend mensen ook omgaan met rouw, in de kern van ons verdriet lijken we sterk op elkaar. ‘Rouw is rauw,’ schreef Connie Palmen in I.M. Later in Logboek van een onbarmhartig jaar schreef ze: ‘Niet alleen hij is dood, mijn liefste ik is ook dood.’ Iedereen begrijpt wat ze hiermee bedoelt. Gemis, afscheid nemen, onmacht, we weten allemaal hoe dat je vanbinnen kan verteren. Als je een goed boek leest herken je jezelf: Ik begrijp jou, zo is het bij mij ook gegaan. Dat werkt verbindend en dus troostend, je bent niet alleen in je verdriet.

Laatst heb ik mezelf het bekroonde boek Doodgewoon van Bette Westera cadeau gedaan. Een prachtig vormgegeven en geïllustreerd boek met toegankelijke gedichten, die alle gezichten van de dood laten zien. Ik was vooral geraakt door het gedichtje ‘rouwkaart’, dat eindigt met: ‘We willen geen knuffels, geen condoleances; geen drankjes, geen broodjes; geen koffie, geen koek; geen handen op schouders, geen steun in de rug; Wij willen alleen maar ons zusje terug.’

Ik stroom niet alleen over van empathie en emoties als ik het lees, het schudt ook een dwingend gevoel in me wakker om te koesteren wat ik heb. Het leven is zo kwetsbaar, ik wil er zuinig op zijn, het omarmen. Nog meer dan ik nu doe.

Tekst Otje van der Lelij Illustratie Yelena Bryksenkova

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Paper book for food lovers

Een boek over papier én eten: dat is het nieuwe Flow Paper Book for Food Lovers.

Bestel nu