Het anders-dan-anders-leven van Colette

Colette

Ze was niet alleen een beroemd schrijver en journalist, maar ook actrice en pantomimespeler. In alles was de Franse Colette (1873-1954) eigenzinnig – ook in de liefde.

Haar leven lang trok Sidonie-Gabrielle Colette, later kortweg Colette genoemd, zich weinig aan van hoe het hoort: liever meed ze de gebaande paden. En dat zorgde niet alleen voor een aantal schandalen – in de Moulin Rouge speelde ze een kusscène met haar vrouwelijke geliefde – maar, zo schrijft Kiki Coumans in het boek De eerste keer dat ik mijn hoed verloor, ook voor een sprankelend oeuvre.

De opmerkelijkheid van Colette

Behalve dat er boeken verschenen over afwijkende relaties. Schreef ze duizenden artikelen, verslagen, recensies en columns. En behalve dat ze een druk sociaal leven leidde vol diners en soirees. Had Colette ook een introverte kant en verlangde ze naar alleen-zijn. Als geen ander wist ze met aandacht te leven: wanneer ze ergens was, was ze er helemaal. Met al haar zintuigen op scherp.

‘Waren Goethe of Shakespeare onverwacht ergens opgedoken, dan had dit Colette niet kunnen afleiden van het bestuderen van een spin die haar web aan het weven was,’ schreef haar derde echtgenoot na haar dood. Ze schreef over de ogenschijnlijk onbeduidendste dingen: over as, over eieren, over sneeuw (een tekst die grappig genoeg een recordaantal kleurbeschrijvingen bevat).

‘Meestal is het het alledaagse dat me prikkelt en me bezielt,’ schreef ze ooit. En in een tekst die geheel aan mussen is gewijd, merkte Colette op: ‘Zulke grote woorden over een mus? Ja, over een mus. In de liefde bestaan geen onbeduidende onderwerpen.’

Kleurrijk gezin

Eigenzinnigheid krijgt Colette met de paplepel ingegoten. Ze wordt in 1873 geboren in een atypisch, kleurrijk gezin en groeit met twee oudere broers en een zus op in het Bourgondische dorp Saint-Sauveur-en-Puisaye. Haar ouders komen ‘van buiten’ en doen weinig moeite om zich aan het dorpse leven aan te passen. Haar moeder, Sido, zwaait in de kerk opzichtig met haar zakhorloge als de preek te lang duurt en ontfermt zich over ‘bezwangerde dienstmeisjes’.

Colette krijgt veel bewegingsvrijheid en Sido neemt kinderen even serieus als volwassenen. In een verhaal over haar kindertijd beschrijft Colette hoe ze als een soort ‘Blauwkapje’ (vanwege de grote blauwe strik in haar haar) ’s morgens vroeg met een mandje aan elke arm het bos in trekt.

Colette’s zintuiglijke opvoeding

‘Zelf kijken en zelf denken’ is het credo van moeder Sido. ‘Werd er in de krant dooi aangekondigd?’ schrijft Colette later, ‘dan haalde mijn moeder haar schouders op en lachte misprijzend. “Dooi? Daar kunnen Parijse meteorologen mij niks over vertellen! Kijk eens naar de pootjes van de poes!”

De kouwelijke kat had haar pootjes inderdaad onder zich gevouwen zodat ze onzichtbaar waren en kneep haar ogen stevig dicht. “Bij voorbijgaande, niet al te grote kou,” ging Sido verder, “rolt de poes zich op tot een tulband, met haar neusje tegen het begin van haar staart. Bij bittere kou stopt ze de zooltjes van haar voorpoten weg en rolt ze op tot een mofje.”’

Colettes latere beeldende en zinnelijke schrijfstijl wordt beïnvloed door de zintuiglijke opvoeding die ze van haar moeder krijgt. Niet alleen de geur en smaak van vers brood moet worden ervaren. Maar ook de textuur van voedsel, het knapperende geluid van eten op de grill en de kleurenrijkdom van fruit. Regarde! roept Sido regelmatig wanneer ze in de tuin aan het werk is: ‘Gebogen over een plant, gebukt om een veenmol te verjagen die in de slakroppen had huisgehouden […] wanneer heb ik haar níet over enig wonder gebogen gezien?’

De naam Colette

Als ze twintig is, trouwt Colette bij gebrek aan een bruidsschat met de dertien jaar oudere Henry Gauthier-Villars, bijgenaamd Willy, en verhuist naar Parijs. Willy is een flamboyante kunstcriticus en toneelschrijver en onder zijn hoede schrijft Colette muziekrecensies. Hij brengt haar in contact met schrijvers en musici rondom het café en tijdschrift Le chat noir. En op een avond maakt ze in een matrozenoutfit haar entree in de salons waar ook schrijvers als Marcel Proust en componisten als Claude Debussy komen.

Colette valt met haar landelijke inslag en gevatte opmerkingen goed in dit milieu. En hier ontstaat haar naam Colette: de achternaam van haar vader wordt eenvoudigweg haar hele naam. Op verzoek van haar man schrijft Colette een aantal jeugdherinneringen op. Maar Willy vindt ze niet goed genoeg om te publiceren.

Twee jaar later geeft hij ze toch uit – onder zíjn naam. De Claudine-reeks, over het vrijgevochten ‘eerste pubermeisje’ van de twintigste eeuw, wordt meteen een groot succes en Willy en Colette spelen er handig op in door Claudine-hoeden, -sigaren en -stropdassen op de markt te brengen.

Onafhankelijk

Later zal ze schrijven dat ze niet van jongs af aan schrijver had willen worden: ‘Geboren in een gezin zonder fortuin, had ik geen vak geleerd. Ik kon klimmen, fluiten en rennen, maar niemand die me een carrière als eekhoorn, vogel of hert aanbood.’ Willy blijkt niet alleen onbetrouwbaar met geld (zo verliest Colette haar buitenhuis door Willy’s speelschulden). Maar ook met vrouwen: hij houdt er verschillende maîtresses op na. In 1906 gaan Colette en Willy na ruim tien jaar huwelijk uit elkaar. Waarna nog lang wordt geruzied over geld, onder andere omdat Willy zonder medeweten van Colette de rechten van de Claudines heeft verkocht.

Om als alleenstaande vrouw in haar levensonderhoud te kunnen voorzien, begint ze een carrière als mimespeler. Dat ze haar literaire reputatie zo op het spel zet (de status van variétéartiest verschilt in die tijd weinig van die van een prostituee) deert haar niet. Ze is liever (financieel) onafhankelijk dan zich aan te moeten passen aan de heersende moraal.

‘Ik wil doen waar ik zin in heb. Ik wil pantomime en zelfs komedies spelen. Ik wil naakt dansen als mijn maillot me niet lekker zit en mijn vormen onrecht doet,’ zegt een personage in haar novelle Les vrilles de la vigne en die uitspraak is haar haar hele leven op het lijf geschreven.

Schandalen

1907 wordt een jaar van schandalen. Ze speelt met ontblote borst de hoofdrol in het stuk La chair, wat niet eerder op het Franse toneel is vertoond. En ze krijgt in diezelfde tijd een relatie met Mathilde de Morny, bijgenaamd Missy, de dochter van een hertog en een Russische prinses. Colettes moeder kijkt niet vreemd op van deze lesbische verhouding en is zeer op Missy gesteld: ‘Ik zou Missy maar wat graag ook uitnodigen, maar jullie kunnen je wel voorstellen hoe al die debielen hier in het dorp naar buiten zouden komen en jullie zouden aangapen.’

Missy en Colette spelen samen de hoofdrol in de voorstelling Rêve d’Egypte, Colette als mummie en Missy als egyptoloog. Ze veroorzaken een schandaal door een kusscène. De zaal is in rep en roer – in het publiek zit zowel Missy’s adellijke familie als Willy, met wie Colette officieel nog getrouwd is – en de bonbondozen, sinaasappelschillen en stukken knoflook vliegen door de zaal. De politie laat de zaal ontruimen en Missy krijgt een speelverbod voor het stuk.

Journalist Colette

Na haar carrière als variétéartiest wordt Colette journalist. Ze gaat voor verschillende kranten en tijdschriften schrijven, waaronder La vie Parisienne en Le matin. In eerste instantie doet ze dat onder pseudoniem, want haar reputatie is door alle schandalen omstreden.

‘Je moet kijken en niet verzinnen, je moet aanraken en niet bedenken, want pas als je goed kijkt zie je dat het verse bloed op een bebloed laken een kleur heeft die je niet had kunnen verzinnen,’ wordt haar credo als journalist. Net als in haar romans neemt ze haar eigen waarneming als uitgangspunt. En zo merkt ze dingen op die anderen ontgaan.

Ze doet onder andere verslag van een ballonvaart, een tocht in een vliegtuig en de eerste overtocht van de Normandie (een schip groter dan de Titanic) naar New York. Met de hoofdredacteur van Le matin, baron Henry de Jouvenel, krijgt ze in 1911 een relatie en twee jaar later wordt hun dochter Colette Renée de Jouvenel geboren.

Oorlog

Colette brengt haar dochter al vrij snel onder bij een Engelse nanny. Ze schrijft haar brieven, maar ze zien elkaar alleen tijdens vakanties. Colette is namelijk bang dat een keuze voor het moederschap ten koste zal gaan van haar schrijverschap.

‘Wees maar blij dat je geen grande personne als moeder hebt gehad!’ hoort Colette haar dochter een keer tegen haar pop zeggen. Toch komen ze op latere leeftijd wat dichter bij elkaar en zal Colette de Jouvenel zeer loyaal aan haar moeder blijven. Wanneer Henry in de Eerste Wereldoorlog naar het front moet, zoekt Colette hem incognito op en doet verslag van haar ervaringen. Zo wordt ze een van de eerste vrouwelijke oorlogsverslaggevers.

Hartstocht boven deugdzaamheid

Na de oorlog verslechtert hun relatie. Net als Willy blijkt ook Henry er meerdere vriendinnen op na te houden. Als Henry haar in 1920 in hun buitenhuis achterlaat met zijn zestienjarige zoon Bertrand, begint de dan 47-jarige Colette een relatie met de jongen die vijf jaar zal duren. Hun verhouding vertoont opvallend veel overeenkomsten met de relatie die wordt beschreven in haar roman die in diezelfde tijd uitkomt, Chéri, uiteindelijk een van haar bekendste boeken.

Ook nu trekt Colette zich weer weinig aan van de heersende moraal en stelt ze hartstocht boven deugdzaamheid. Ook als haar dit niet altijd in dank wordt afgenomen. En Bertrand? Die noemt de tijd met Colette achteraf ‘de mooiste liefdesgeschiedenis van mijn leven.’

Colette’s derde echtgenoot

En dan ontmoet Colette in 1925 haar derde echtgenoot, Maurice Goudeket. Met wie ze tot haar dood samen zal blijven. Ze reizen veel en als Maurice door de crisis in de jaren dertig zijn werk als juwelenhandelaar moet opgeven, is Colette weer even inventief als altijd.

Ze opent een institut de beauté, voert zelf de behandelingen uit en verkoopt schoonheidsproducten met haar naam. Maar de klanten zijn niet tevreden: Colette maakt nooit twee ogen op dezelfde manier op omdat ze halverwege de behandeling alweer van gedachten is veranderd.

Groot schrijver Colette

In de laatste decennia van haar leven is haar status als ‘groot schrijver’ definitief gevestigd. Nadat er in 1940 artritis wordt vastgesteld en ze geleidelijk aan bed gekluisterd raakt, blijft ze met aandacht leven. Zo beschrijft ze haar pijn op een opmerkelijk positieve manier: ‘Vooral is er de pijn, die altijd jonge en actieve pijn, die een inspiratiebron is voor verbazing, woede, ritme en uitdaging, pijn die hoopt op een wapenstilstand maar niet op het einde van het leven bedacht is, gelukkig is er de pijn.’

Pijnstillers slikt ze niet, dat zou haar maar afstompen, en ze schrijft door tot kort voor haar dood. ‘De bekendste schrijfster ter wereld is overleden,’ kopt een Amerikaanse krant. Frankrijk eert haar met een staatsbegrafenis (de eerste voor een vrouw). Duizenden staan in de rij om haar de laatste eer te bewijzen en haar graf op Père Lachaise is op 7 augustus 1954 nauwelijks zichtbaar vanwege een immense bloemenzee.

Meer lezen?

Tekst Caroline Buijs Fotografie Getty Images

Valesca-van-Waveren
Lees ook: Illustrator Valesca van Waveren vertelt hoe het gaat
Promotional image Promotional image

Inclusief magazine en paper goodies

Flow Klein Geluk Box

Met een magazine (met verhalen over wat klein geluk je brengt) en weer veel paper goodies, waaronder koffiebeker-stickers, ansichtkaarten en een jaarplanner.

Bestel zonder verzendkosten