Plaatjes draaien: over de charme van lp’s

plaatjes draaien karen schipper

Thuis én op kantoor heeft journalist Chris Muyres een platenspeler staan. Daarmee zet hij dagelijks de tijd even stil. “Het mooie van het opzetten van een lp is dat je aandacht al naar de muziek gaat voordat de plaat überhaupt speelt.”

Luisteren naar lp’s

“What were the clouds like when you where young?” vroeg een tv-presentator ooit aan de Amerikaanse zangeres Rickie Lee Jones. Ik vind het met afstand de mooiste vraag die je iemand kunt stellen. Rickie begon meteen te mijmeren over haar jeugd in Arizona en de ‘skies’ die ‘purple and red and yellow and on fire’ waren. Over ‘little fluffy clouds’ die voor­bijdreven en dat ‘the clouds would catch the colors everywhere’. Het inspireerde de Britse band The Orb tot het heerlijk deinende Little fluffy clouds, met daarin uitgebreide samples van de dromerige woorden van Rickie. The Orb was de uitvinder van ambient house: muziek die speciaal is bedoeld om je even lekker te laten bijkomen.

Het grappige is: vóór het verschijnen van Little fluffy clouds – ik was toen een jaar of 25 – verlangde ik nooit naar puur ontspannende klanken. Muziek betekende voor mij plezier, rebellie, energie, vriendschap, ontsnapping en troost. Maar gaandeweg werd ‘mentale massage’, zoals ik het wel noem, een steeds belangrijkere functie van muziek voor mij. ­Allerlei genres kunnen mijn hoofd tot bedaren brengen, van folk en downtempo tot slome popliedjes, klassiek, soul en minimal.

Er is wel één essentiële voorwaarde: de klankweergave moet op zich al een weldaad zijn. Want ja, ik ben een audiofiel, een stereosnob, een hififreak. Dus luister ik naar lp’s. Digitaal is me veel te schraal. Voor mij is een sublieme geluids­kwaliteit zelfs zó cruciaal, dat ik niet alleen thuis, maar ook in mijn kantoorruimte een hoogwaardige (vintage) stereoset heb staan, inclusief platenspeler.

Plaatjes draaien als ritueel

Behalve de klankschoonheid die je ermee kunt bereiken, is er nóg iets wat het draaien van platen onvervangbaar maakt. Namelijk het ritueel waaraan je jezelf moet overgeven. Het begint met het weloverwogen kiezen van een album. Je haalt de uitverkoren lp uit de buitenhoes en daarna extra voorzichtig uit de beschermende binnenhoes. Vervolgens leg je het vinyl op de draaitafel en start je deze. Als ware audiofreak heb je eerst nog een aandrukgewicht op het midden van de plaat geplaatst. Met een anti­statische borstel ontdoe je de groeven met een liefdevolle aai van stofjes. Je zet de armlift omhoog, hangt de diamantnaald boven het zwarte goud en laat de arm zakken in slow motion. Al deze handelingen vereisen concentratie. Het mooie daarvan is dat je aandacht al naar de muziek gaat voordat die überhaupt speelt. Je hoort haar al een beetje in je hoofd.

Als je eenmaal op je favoriete luisterplek zit, heb je geen enkele aanvechting om te gaan doorspoelen of skippen, want – o wat een zegen – een platenspeler heeft geen afstandsbediening. Wat rest is twintig minuten achteroverleunen om de melodieën door je hoofd te laten stromen. Stemmen en instrumenten klinken spookachtig echt. Alles is kristalhelder, nooit scherp. Diep, nooit dreunend. Elk detail vervoert je. Hoe een strijkstok op een vioolsnaar valt. Hoe een gitaarsnaar natrilt. Je aandacht wordt geleid door de muziek en blijft daar zo moeiteloos bij, dat alle gedachten uit je hoofd wegspoelen.

Dit verklaart ook waarom complete stilte vaak averechts uitpakt. In stilte wordt je brein namelijk nergens door (af)geleid, waardoor er een tsunami van ongecontroleerde piekerstromen op gang kan komen. Je zou kunnen tegenwerpen dat wandelen in de stilte van de natuur toch ook heel rustgevend is. Klopt, maar de natuur is dan ook verre van geluidloos. Wat me weer terugbrengt bij de openingsvraag: “What were the skies like when you were young?”

De muziek van de stilte

Welnu, de blauwe zomerhemels boven het Maasdorpje waar ik opgroeide waren hoog, veel hoger dan die van nu. Als ik naar boven tuurde, voelde het soms als omgekeerde hoogtevrees. Misschien leken de luchten toen groter omdat ik zelf kleiner was, hoewel ik terugkijkend denk dat het eerder kwam door de leeuweriken. Zo mooi om te zien hoe die in kleine trossen loodrecht naar boven klommen, hoger en hoger. Om elkaar heen fladderend alsof ze elkaar aan het uitdagen waren: hoe dicht durf jij bij de zon, hoe dicht durf jij bij de zon? Een hypnotiserend schouwspel waar ik liggend op mijn rug in een weiland eindeloos naar kon kijken en dat ik mis in de stad waar ik nu woon.

Zoals ik het hele openluchtconcert onder de hemels van mijn jeugd mis. Niet alleen de leeuweriken, maar ook de merel die zingt vanaf zijn nest in de vuurdoorn. Het geritsel van berkenbladeren. Een vrachtschip op de Maas, dat een bijna onhoorbaar lage grom over de winterbedding laat rollen waardoor ramen in hun sponningen trillen. Een koppel patrijzen dat opvliegt vanuit het hoge gras. De deur van een schuur, die openschuift. Het gezoem van de bijen. Het ­ritmische getik van schrikdraad. Een koe die loeit in de verte. De galm van kerkklokken. Gekabbel van een beek. Was die wappert aan de lijn. Deze stilte die nooit stil was, klonk als muziek in mijn oren. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat het de eerste muziek was waarvan ik genoot. Of zoals componist John Cage zei: “My favorite piece [of music] is the one we hear all the time if we are quiet.”

Stop de tijd

Natuurlijk, dat ben ik me allemaal pas veel later gaan realiseren. Net zoals ik later ben gaan vermoeden dat muziek op sommige momenten een vervanging is geworden voor de buitensymfonie van toen. Speciaal op de momenten dat ik een lp opzet ter wille van een opgeruimde boven­kamer. Of dat nu is aan het eind van de avond als alles stil is in huis of overdag op kantoor te midden van de dagelijkse drukte. Toen, naar de hemel starend in een weiland, was mijn hoofd zorgeloos en vrij. Mijn geest kon totaal in beslag worden genomen door de fascinatie voor iets kleins als omhoog dansende leeuweriken.

Als kind leef je nog echt in het moment. Die onbekommerde tijd van de jeugd, dat is iets waar bijna iedereen later tevergeefs naar terugverlangt. Maar ik ben blij dat ik platen draaien heb ontdekt als middel om soms weer een piepklein beetje bij het gevoel van toen te komen. Dat gevoel alsof tijd niet bestaat. Alsof niets ertoe doet behalve het nu.

  • Dit verhaal stond in de Flow Calm Down Box, waarin je nog meer verhalen vindt over rust zoeken en vinden.
  • Voor wie (nog) geen platenspeler heeft: luister naar de Flow Slow Sunday playlist op Spotify, met golden oldies en langzaamaan-klassiekers voor het plaatjes draaien-gevoel. Zelf nummers toevoegen kan ook . Graag zelfs!

Tekst Chris Muyres Illustraties Karen Schipper

Promotional image Promotional image

Wacht even

Neem vaker een #flowmomentje. Mijmer, verveel je, reflecteer, wacht en vooral: doe even niets. Want dat zijn we stiekem een beetje verleerd.

Even niets: zo doe je dat