Dit is waarom de serie ‘Too much’ Tatjana liet stoppen met vechten tegen zichzelf
Voor Tatjana was de Netflix-serie Too much meer dan een serie: hoofdpersoon Jess raakte haar diep. “Ik voelde voor het eerst meer acceptatie voor mijn veelheid.“
“You’re just too much,” zegt Felix tegen Jess in Too much, de Netflix-serie van Lena Dunham. “Well, maybe you’re just not enough,” antwoordt ze scherp. Maar haar lichaam verraadt haar emoties. Ze verstijft, slaat haar armen voor haar borst, doet een paar stappen achteruit. Ze probeert zich kleiner te maken. Felix komt dichterbij, glimlacht. Niet spottend, maar warm, lief. “Ik bedoel het als iets positiefs,” zegt hij. Jess wordt weer zacht – en ik moet huilen.
Hoewel ik groot voorstander ben van kunst en cultuur die je iets nieuws leren over een ander, over de wereld buiten je vertrouwde bubbel, grijp ik met regelmaat naar verhalen waarin ik herkenning en troost vind. Vooral in onrustige en wankele tijden wil ik voelen dat ik met al mijn nukken mag bestaan. Dat ik niet gek ben.
Geen sitcom, maar therapeutische ervaring
Too much werd in recensies weggezet als een romantische sitcom. Voor mij was het veel meer dan dat: een bijna therapeutische ervaring. Hoofdpersonage Jess raakte iets in mij dat zelden zo diep werd geraakt. Haar manier van bewegen, praten, vluchten, vragen, voelen: ik herken het tot in mijn botten. Niet eerder voelde ik me zo precies, zo lijfelijk, zo ongemakkelijk herkenbaar gerepresenteerd als door haar.
Vrouwen zijn getraind om minder ruimte in te nemen
Jess is rommelig, bang, overweldigd, ongemakkelijk. Ze is een clowntje, een hysterisch huilend wezen dat zichzelf per ongeluk in brand zet met een kaars. Ze eet stiekem als ze haar emoties niet kan reguleren, is jaloers, breekt in bij het huis van haar ex. Zoals de titel al zegt: ze is veel. In haar woorden, haar kleding, haar vriendschappen. In seks, in de liefde. In de haat voor haar ex en zijn nieuwe vriendin. In haar hunkering naar bevestiging, grip en het begrijpen van het leven.
Jezelf accepteren
Tijdens het kijken dacht ik alleen maar: ja, dít is menszijn. Of: dit is hoe ík mens ben. Vrouwen zijn door de geschiedenis heen getraind om minder ruimte in te nemen. Om niet te veel te voelen, te willen, te nemen, te dromen. Dat is niets nieuws. Maar dat ik op mijn 34e nog steeds vaak geneigd ben mezelf kleiner te maken, vind ik pijnlijk.
De laatste jaren kruipt hardnekkige zelfhaat steeds vaker terug naar binnen. Stilletjes, maar onmiskenbaar aanwezig. Misschien gevoed door alle grote-mensen-stappen om me heen: tweede kinderen, koophuizen, carrières die uitpuilen van succes. Anderen die het leven beter onder de knie lijken te hebben, minder vaak lijken te falen of zoeken.
Strijden tegen jezelf
Tijdens het kijken van Too much voelde ik voor het eerst in lange tijd meer acceptatie, voor mijn grilligheid, mijn veelheid, alle tegenstrijdigheden die ik ken. Langzaam begon ik daardoor die veelheid juist te zien als iets positiefs, als iets dat me gelaagd, interessant en beweeglijk maakt.
Misschien is het niet eens een kwestie van mezelf nog meer leren accepteren, dacht ik. Misschien gaat het meer om stoppen met eindeloos strijden tegen jezelf. Niet alles glad willen strijken. Gewoon aanvaarden dat dit het is in de kern. En een kern, die moet je eigenlijk niet eens wíllen veranderen, die is er gewoon.
Meer lezen
- Tatjana over haar menstruatie: ‘Door mijn cyclus te volgen, voel ik me meer mezelf’.
- Streng voor jezelf? Een praktische mini-gids voor meer zelfcompassie.
- Tatjana over perfectionisme loslaten: ‘Jezelf radicaal accepteren, dat is waar het om gaat’.
Fotografie Tatjana Almuli