Herenboerderij: met elkaar een boerderij beginnen

herenboerderij

Eten van eigen grond zonder zelf in de aarde te wroeten? Dat kan door je aan te sluiten bij een herenboerderij: je pacht samen land en vraagt een boer het te bewerken.

Een varken dat in de zon ligt te slapen, buiten, met meters ruimte om zich heen. Kippen die voorzichtig vanuit hun kippencaravan via een trapje naar beneden stappen om wat te gaan scharrelen in de boomgaard. Mensen die koolraap, bietjes of sla komen ophalen, recepten uitwisselen, samen zuurkool maken… Zomaar een greep van wat je kunt aantreffen op een zaterdagmiddag bij een herenboerderij. Sommige herenboeren (deelnemers) maken er een dagje van om hun eten op te halen, drinken koffie, kletsen bij. Andere nemen de groente, fruit en eieren aan en stappen daarna weer op de fiets.

Een herenboerderij is eigenlijk niks meer of minder dan een boerenbedrijf, aangestuurd door een groep burgers (leden), verenigd in een coöperatie. Vroeger werd de term herenboer gebruikt voor een boer die zo rijk was dat hij het werk door personeel kon laten uitvoeren. Nu gebeurt er iets vergelijkbaars, alleen besteed je
het werk uit samen met zo’n tweehonderd andere huishoudens. Je legt allemaal geld in, zoekt grond, neemt een boer in loondienst en beslist met z’n allen over de manier waarop het bedrijf wordt gerund.

Eén of twee keer per week wordt alles wat van het land komt ter plekke verdeeld en haal je het op. Zelf hoef je niet met de handen in de aarde, het mag vaak wel. Overigens kan het begrip ‘boerderij’ wat verwarrend zijn. Er staat namelijk niet altijd een boerderij (een gebouw om in te wonen) op het land. Een schuur voor materiaal en een tafel voor de leden is genoeg. De boer werkt er, maar woont er (meestal) niet.

Niet tegen maar anders

Het begon allemaal in Boxtel. Een paar jaar geleden werd daar de allereerste herenboerderij opgericht: Wilhelminapark. Ingenieur Geert van der Veer wilde kijken of het voedselproductiesysteem in Nederland ook anders kon: kleinschaliger, duurzamer en met (meer) betrokkenheid van de burger. Het bleek te kunnen. In 2016 was de eerste oogst een feit en tot nu toe is er bijna elke week genoeg eten voor alle deelnemers.

Douwe Korting, journalist en adviseur, onder andere van Herenboeren Nederland (zelf ook herenboer): “In het begin hadden we een beetje een geitenwollensokkenimago, maar na vier jaar heeft het concept zich echt bewezen. Er zijn inmiddels 7 herenboerderijen in Nederland en er zitten er zo’n 25 in de pijplijn. De leden zijn bijna allemaal onverdeeld enthousiast. Natuurlijk haken er weleens een paar af – mensen die verhuizen of voor wie het toch niet handig blijkt te zijn – maar we vinden altijd weer nieuwe geïnteresseerden. Wat ook helpt, is dat we iedereen acht weken laten proefdraaien. Daarna kun je alsnog besluiten dat het niks voor je is.”

Korting vertelt dat reguliere boeren eerst wat argwanend waren, maar uiteindelijk ook om zijn. “We zetten ons ook niet af tegen de boeren of het systeem. We willen bijdragen aan een voedselproductiesysteem waar iedereen blij van wordt. Bovendien verschaffen we boeren werk die op een andere manier willen boeren. Niet in een eigen bedrijf met de bijbehorende risico’s en sores, maar in loondienst. Boeren die bij een herenboerderij in dienst zijn, kunnen bij wijze van spreken in de stad wonen, hun kinderen naar school brengen en van negen tot vijf op het land aan de slag.”

Creatief met kool

Drie jaar is zelfstandig innovatie-expert Jetske Thielen uit Vught nu herenboerin en het bevalt haar goed. “Vaak maken we er op zaterdag een gezinsuitje van. Dan fietsen we met onze kinderen naar Boxtel. Laatst waren er kalfjes geboren, zo leuk. En de kinderen vinden het feest om de onbruikbare koolbladeren aan de varkens geven.”

Het idee dat het anders moest, begon voor Jetske toen ze boontjes in de supermarkt zag liggen uit Marokko. “Die moeten dus zo snel mogelijk van het land met het vliegtuig naar Nederland worden gevlogen. Dat is toch niet houdbaar, dacht ik. In die tijd kwam het herenboereninitiatief op mijn pad. Mijn man en ik zijn naar een rondleiding in Boxtel gegaan en besloten mee te doen. Een van de leukste dingen vind ik dat je veel meer met de seizoenen leeft. Je komt er weer achter wat wanneer groeit, wat de aarde te geven heeft. Herenboer zijn helpt me om het te doen met wat er is, in plaats van te kopen waar ik zin in heb.

Dat betekent soms wel drie weken achter elkaar kool op het menu, maar daar word je creatief van. Op Herenkeuken.nl wisselen we vaak recepten uit en laatst had iemand allemaal potten meegenomen en een keukenmachine. Wie wilde, kon zuurkool leren maken.”

Het sociale aspect is voor veel deelnemers een belangrijk onderdeel van het herenboerderijconcept. Je mag zelf weten hoeveel je doet en wat. Je kunt je bijvoorbeeld aanmelden voor het bestuur of een van de commissies, die op elke plek anders zijn. Zo kun je in Boxtel samen snoeien en zagen, of elkaar en de boer inspireren nog duurzamer te werken. Alleen meedoen aan activiteiten kan ook, of de boer helpen met zaaien en oogsten. Jetske: “Iedereen doet waar-ie goed in is. Zelf heb
ik weinig tijd en ruimte om op het veld te werken of voeding uit te leveren, maar ik leid wel mensen rond en promoot Herenboeren op social media. Er zijn geen verwachtingen of ideeën over wat moet. Wat ons wél bindt, is het communitygevoel en de boerderij, maar ook de levensfilosofie erachter.”

Geld op de juiste plek

Uit een peiling blijkt dat vijftig procent van de herenboeren en -boerinnen van Wilhelminapark deelneemt omdat ze een betere wereld willen creëren, veertig procent omdat ze lekker(der) willen eten en tien procent omdat het een sociale beweging is. Ad Stenzler, mede-initiatiefnemer van Herenboeren West-Friesland (ze zoeken nog leden), noemt er nog een: “Van elke euro die je in de supermarkt uitgeeft, gaat maar vijftien cent naar de boer. Een grote groep boeren verdient weinig en ook nog eens onregelmatig.

Bij een herenboerderij krijgt de boer een goed en vast salaris. Het geld komt op de juiste plek terecht. Ik vind het fijn om daaraan bij te dragen.” Ook een voordeel, legt hij uit, is dat je zelf de regie voert over wat er verbouwd wordt. “Wat willen we op ons bord? Binnen de grenzen van het redelijke natuurlijk, want kiwi’s gaan niet in ons klimaat.” Dat gevoel van autonomie voelt Jetske Thielen ook. “Ook al weten we dat het niet echt ons eigendom is, het voelt als onze grond. Op zaterdag zeggen we altijd dat we even naar ‘onze boerderij’ gaan. Als ik er met de auto langsrijd, denk ik: hoe zou het gaan? En zwaai ik even.”

Is alles wat van de herenboerderij komt trouwens biologisch? Ad Stenzler: “We hoeven er geen officieel etiket op te plakken, want we weten precies waar het voedsel vandaan komt en hoe het geproduceerd is. Leden overleggen via het bestuur zelf met de boer over hoe ze het willen. Geen preventieve antibiotica voor de dieren, geen kunstmest, alleen maar bestrijdingsmiddelen die in de biologische landbouw gebruikt worden… al die spelregels hanteren we.”

Een laatste voordeel is dat grondkwaliteit verbetert als je op deze manier boert. Ad: “Steeds andere gewassen verbouwen, kippen tussen de fruitbomen laten scharrelen, onkruid laten staan, dat alles is goed voor de aarde. Na drie à vier jaar kun je het gezonde grond noemen.”

Vijftig groenten

Naast de inleg aan het begin betaal je per week per persoon gemiddeld tussen de zes en dertien euro (afhankelijk van of je wel of geen vlees eet). Hoef je
dan eigenlijk niet meer naar de supermarkt? Volgens Douwe Korting hangt dat af van het seizoen en de oogst. “We krijgen zo’n 45 weken per jaar eieren, vlees en groente van de herenboerderij.

Fruit is er minder vaak en voor mijn rijst, pasta en vis ga ik nog steeds naar de winkel. In totaal denk ik dat ik er de helft van mijn voeding vandaan haal, en van de warme maaltijden wel tachtig procent. Sowieso eet je veel gevarieerder: per jaar liggen er zo’n vijftig verschillende soorten groente op mijn bord. Terwijl mensen gemiddeld maar acht verschillende soorten schijnen te eten.”

Jetske geeft aan dat ze vroeger zo’n twee à drie keer per week naar de supermarkt ging en nu nog maar één keer. Het kan dus wel uit, denkt ze. Ze voegt eraan toe dat het haar niet om het economisch voordeel gaat –al is dat mooi meegenomen, maar omdat ze gelooft dat dit de toekomst is. Het past perfect in haar idee
van verantwoordelijkheid nemen voor eigen voedsel en omgeving. Van ‘think global, act local’. Wat haar betreft zijn er straks minstens honderd herenboerderijen in Nederland en meer nog daarbuiten. De kans dat dit gaat gebeuren acht ze groot: het concept is gewoon te sterk om klein te blijven.

  • Dit verhaal vind je ook terug in Flow 7.

Tekst Cateline Elzes Fotografie Arnaldo Aldana/Unsplash.com

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Paper book for food lovers

Een boek over papier én eten: dat is het nieuwe Flow Paper Book for Food Lovers.

Bestel nu