Zo begin je met analoge fotografie

analoge fotografie

Analoge fotografie is terug van weggeweest, als tegenhanger van het ‘steeds meer, steeds sneller’: met analoge fotografie moet je weer écht kijken en geduld hebben. Wil je het zelf proberen? We hebben een aantal tips.

Wat is analoge fotografie?

Het verschil in analoge en digitale fotografie is dat bij digitale fotografie het beeld wordt vastgelegd op een sensor, en bij analoge fotografie gebeurt dit op een stukje film. Hierdoor heb je bij analoge fotografie maar een beperkte hoeveelheid foto’s: je kunt doorgaan tot het rolletje vol is. Veel mensen vinden dit juist de charme van analoge fotografie. Het geeft meer rust omdat je goed moet kijken, keuzes moet maken en de foto’s niet gelijk kunt zien. De populairste camera’s voor analoog fotograferen zijn kleinbeeld camera’s: hier gaat een 35mm fotorolletje in. Deze zijn in de meeste fotozaken nog gewoon te krijgen en te ontwikkelen.

Nog nooit geprobeerd? Deze tips kunnen je helpen.

  1. Begin met een wegwerpcamera. Voor een paar euro koop je al een prima exemplaar, bijvoorbeeld bij de Hema. Een goede manier om te kijken of analoge fotografie iets voor jou is. Ga op pad met je camera en leer kijken: vanwege het beperkte aantal beelden, zul je merken dat je op een andere manier foto’s maakt. De foto’s kun je vervolgens ook laten ontwikkelen bij de Hema of een fotozaak.
  2. Struin de kringloop af. Wil je je verder ontwikkelen met een professionelere analoge spiegelreflexcamera? Deze kunnen best wel prijzig zijn. Probeer daarom altijd eerst de kringloop of online tweedehandswinkels: hier zijn vaak een heleboel prima opties te vinden. Check wel goed of de camera geen beschadigingen heeft en de sluiter en diafragmalamellen nog functioneren.
  3. Doe onderzoek. Belangrijk bij analoge fotografie is dat je zelf alle instellingen kunt bepalen en aanpassen aan de omstandigheden. Hierbij moet je denken aan dingen als sluitertijd en diafragma. Leuk, maar ook een stuk lastiger dan gewoon ‘automatisch’ fotograferen met je telefoon of digitale camera. Hier alvast de basis:– Het diafragma bepaalt hoe wazig je achtergrond is door de hoeveelheid licht die de lens binnen laat. Hoe lager het f-getal, hoe lichter de foto.
    De sluitertijd bepaalt hoe snel de foto gemaakt wordt: bevries je de beweging of laat je beweging juist zien? Hoe langer de sluitertijd, hoe lichter de foto.
    – De lichtmeter laat zien of een foto goed belicht is.
  4. Bekijk video’s. Ook is het belangrijk om te weten hoe je het rolletje film uit de camera moet verwijderen. Doe je dit verkeerd, dan kunnen je foto’s verpest worden. Dit filmpje kan je hierbij helpen.
  5. Gewoon doen. Het belangrijkste bij analoog fotograferen is uitproberen, want je weet pas wat wel en niet werkt als je het een paar keer gedaan hebt. Bovendien hebben zelfs de mislukte foto’s vaak nog iets bijzonders. Want wanneer zie je in het tijdperk van digitale perfectie nog echt een ‘mislukte’ foto….?

Meer tips? Eerder interviewden we fotograaf Hanke Arkenbout over haar liefde voor analoog fotograferen, en ook zij gaf een aantal handige adviezen.

Tekst Quirine Brouwer   Fotografie Esmee Holdijk/Unsplash.com

Promotional image Promotional image

Nieuw: Book for paper lovers 7

Ga naar de shop