Altijd maar presteren: mag die lat eens wat lager? + tips

presteren

Zo hard mogelijk werken lijkt de norm te zijn in onze maatschappij. Journalist Karine Hoenderdos vraagt zich af hoeveel waarde zíj eigenlijk hecht aan altijd maar presteren.

Toen ik zestien was, had ik mijn allereerste bijbaan als caissière in een supermarkt. De klanten waren vriendelijk, maar ik vond het werk niet leuk. Ik werkte puur omdat ik wat extra wilde verdienen naast mijn zakgeld.

Ik herinner me nog goed de nare gewoonte van de supermarktmanager, die elke week aan het eind van de avondshift boodschappen deed voor zichzelf. Hij parkeerde dan zijn boodschappenkar bij een kassa, waarna de caissière zijn boodschappen op de band moest zetten, afrekenen én inpakken. Op een avond parkeerde hij zijn overvolle kar bij mijn kassa. Ik zei: “Dat doe ik niet.” Ontslagen werd ik niet. De baas respecteerde – wonder boven wonder – mijn zestienjarige koppige grens.

Na die eerste bijbaan volgden opleidingen, andere bijbaantjes, banen en bazen, totdat ik uiteindelijk gelukkig werd in mijn werk als freelance journalist. Nou ja, helemaal gelukkig? Dit werk heeft ook nadelen. De tarieven zijn niet hoog, ik bouw geen pensioen op, de deadlines zijn strak, soms ben ik bang geen nieuwe klussen meer te krijgen en eigenlijk ben ik nooit klaar met werken.

De ene dag slaat de balans uit naar geluk: dan ben ik heerlijk aan het schrijven of interviewen en voelt het niet als werk. Op andere dagen doe ik een niet zo inspirerende klus en voelt het behoorlijk als… werk. Gewoon om de hypotheek, de verwarming en de boodschappen te betalen.

Voor wie werk je eigenlijk?

Werk is een interessant maatschappelijk verschijnsel. Aan piepjonge kinderen vragen we al wat ze later willen worden. Werk is de norm. Als je niet werkt, moet je daarvoor een goede reden hebben. We buffelen en ploeteren, zijn de afgelopen jaren steeds meer betaald gaan werken, maken overuren. En dat alles terwijl de zorgtaken voor kinderen, het huishouden of zieken ook doorgaan.

Toen de pandemie uitbrak en de scholen dichtgingen, moesten ouders toch hun werk blijven doen. Werk levert al met al veel problemen op in de maatschappij, vindt socioloog Marguerite van den Berg, hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft er een vlammend betoog over geschreven: Werk is geen oplossing.

Volgens Van den Berg zorgt werk allang niet meer voor zekerheid. We kunnen (als we veel geluk hebben) alleen met twee inkomens een huis kopen, kinderopvang is schaars en duur, er zijn flexwerkers die omgerekend maar drie of vier euro per uur verdienen, we hebben vaak geen eigen werkplek meer op kantoor, er bestaan nul­urencontracten en steeds meer mensen krijgen met een burn-out en/of lichamelijke klachten te maken.

Van den Berg vindt dat we worden uitgebuit door onze werkgevers of opdrachtgevers. We werken wel voor onszelf, maar voor een groot deel óók voor de zakken van directeuren en aandeelhouders. En die worden steeds rijker. Jeff Bezos van Amazon is zo stinkend rijk geworden dat hij het zich kan veroorloven om ruimtevluchten te maken. Zonder schaamte zegt hij in een interview: “You guys paid for all this.”

Van den Berg vraagt zich af: waarom doen we dit eigenlijk? Waarom accepteren we dat ons werk zo veel tijd in beslag neemt? Waarom gaan we niet massaal in staking? Haar prikkelende boek zet me enorm aan het denken. Ben ik wel zo vrij als freelancer? Of ben ik vaak bezig om mijn opdrachtgevers van dienst te zijn en doe ik soms werk dat ik helemaal niet zo leuk vind, maar wat beter betaalt? Is het eigenlijk wel zo goed dat ik ook in het weekend mijn mail nog lees, of altijd op zoek ben naar ideeën voor verhalen?

Werkgeluk

In mijn vriendenkring heb ik mensen die niet (kunnen) werken of bewust weinig werken. Vriendin Wen heeft een uitkering, maar runt wel als vrijwilliger een eigen theatergroep. Is dat dan geen werk? Vriendin Teuni heeft een burn-out gehad, haar baan opgezegd en werkt bewust veel minder dan voorheen.

Voor mijn podcast werk ik samen met producer Jonne, die naar eigen zeggen geen minuut langer werkt dan nood­zakelijk is. Hij vindt zijn werk leuk, maar er zijn nog zo veel andere dingen in het leven. Slapen bijvoorbeeld. Op maandagochtend brengt hij zijn beide kinderen naar de crèche en niet zelden gaat hij dan thuis nog een paar uur zijn bed in – even bijslapen.

Dat roept in zijn omgeving veel commentaar op, want ‘dat doe je toch niet?’ Waarom niet, vraagt Jonne zich af. En ja, waarom eigenlijk niet? Hoe fijn is het om niet altijd maar met werk bezig te zijn? Marguerite van den Berg schrijft ook: ‘Al houden we nog zo veel van ons werk, ons werk houdt niet van ons.’ Het is niet je plicht om je passie te vinden in je werk, of er diepe voldoening uit te halen.

Ze haalt in haar boek de Amerikaanse kunsthistoricus Miya Tokumitsu aan, die zegt dat het mantra ‘do what you love’ ervoor zorgt dat we het gevoel krijgen dat we ons werk lief moeten ­hebben en dat dát de route naar succes is. Niets is ­minder waar, zegt Tokumitsu. Want juist het idee dat we altijd moeten houden van ons werk maakt ons kwetsbaar voor uitbuiting.

Wie houdt van zijn werk accepteert namelijk makkelijker minder goede arbeidsvoorwaarden of slechte betaling. Oef! In mijn hoofd begint het nu te wringen en te schuren. Ik snap wat Tokumitsu zegt, maar… ik ben echt dol op mijn werk. Is het nou echt zo gek om daarin ook geluk te zoeken?

“Helemaal niet. Werkgeluk is noodzaak!” zegt Gea Peper. Zij is hoofddocent aan de opleiding tot werk­gelukdeskundige, die onder meer in samenwerking met de Erasmus Universiteit door een aantal hogescholen wordt aangeboden. En als directeur van het Happiness­Bureau adviseert ze organisaties die het werkgeluk van hun medewerkers willen vergroten.

“We werken gemiddeld zeventigduizend uur in ons leven, dat is meer tijd dan je met familie en vrienden doorbrengt. Dan is het echt geen overbodige luxe om te zorgen dat je ook in je werk geluk vindt. Het is zelfs noodzaak, want er worden steeds meer werknemers ziek door hun werk. Er zijn elf miljoen verzuimdagen per jaar in Nederland en dat is een grote kostenpost. Werkgeluk verlaagt het ziekteverzuim en verhoogt de productiviteit, dat is wetenschappelijk bewezen.”

Een werkgever komt er volgens Peper niet door simpelweg een fruitschaal of een tafeltennistafel op het werk te zetten. “Ik definieer werkgeluk als de combinatie van drie factoren: verbinding en plezier met anderen, voldoening doordat je je talenten inzet om mooie dingen te maken en tot slot zingeving, doordat het werk iets toevoegt aan de wereld.”  Werkgeluk kan ontstaan uit zoiets simpels als elke dag samen lunchen met je collega’s of een baas die erop let dat je goed in je vel zit.

Je batterij opladen

Het kan behoorlijk misgaan op de werkvloer, zegt Peper. “Je wordt bijvoorbeeld verpleegkundige omdat je zo graag met mensen werkt – een roeping dus. Maar doordat de vele administratieve taken je zó tegenstaan, wordt het uiteindelijk gewoon een baan voor je. Dat worden ‘broodbroeders en hypotheekzusters’ genoemd. Het vuurtje van het werkgeluk dooft dan uit en dat is natuurlijk zonde. Een werkgelukdeskundige zoekt de ruimte buiten de regels, zodat iemand zijn talenten optimaal kan benutten.”

Klinkt goed, maar hoe doe je dat in de praktijk van alledag? “Maak allereerst regelmatig de balans op. Houd eens een week een dagboek bij van je werkzaamheden. Welke vreten energie en van welke taken krijg je juist energie? Is dat nog in balans?” Ik weet best welke werkzaamheden mijn innerlijk vuur uitdoven. Mijn batterij loopt helemaal leeg van vergaderen en ik vind het ook niet leuk om routineklussen te doen. Maar geef mij een nieuw onderwerp of een uitdagend interview en ik geniet.

“Jij hebt overduidelijk het talent van de ‘Nieuwfreak’,” zegt coach Karijn Breuning. Ze werkt met de theorie van talentcoach Luk Dewulf, die 39 talenten onderscheidt. “Jij fleurt op van nieuwe ­dingen. Maar je energie en aandacht nemen af zodra het nieuwe eraf is.”

Breuning leert me dat er een groot verschil is tussen competenties en talenten: “Je kunt ergens heel goed in zijn, bijvoorbeeld in organiseren of in leidinggeven. Dat zijn dan je competenties en die kun je aanleren. Maar het kan best zijn dat je die dingen eigenlijk helemaal niet zo leuk vindt en dat ze meer energie kosten dan dat ze je opleveren. Je kunt veel beter werken vanuit je talenten: de dingen die je zonder enige moeite heel goed kunt en die je plezier en energie opleveren.

Ieder mens heeft gemiddeld zo’n zestien à zeventien talenten, en je werkgeluk neemt toe als je op je werk een mix ervan kunt inzetten. Stel dat je op een advocatenkantoor werkt. De ene advocaat kan het talent hebben van de ‘Groeimotor’ en is daardoor heel goed in het opleiden en inwerken van stagiaires. De ander heeft het talent van de ‘Foutenspeurneus’ en wordt gelukkig van het opsporen van procedurefouten.

Als je werkt vanuit talent neemt het werkgeluk toe, maar word je ook creatiever en productiever.” Breuning wordt ontzettend gelukkig van haar werk als coach, omdat ze een echte ‘Zinzoeker’ is en niets liever doet dan daar gesprekken over voeren. Eigenlijk is het niet zo moeilijk om gelukkiger te worden in je werk. Word je bewust van je energiebronnen en je energieslurpers, leer je talenten kennen en zorg dat je werk beter bij je past.

Maar let er ook op dat je werk niet het allerbelangrijkste wordt in je leven. Dat je uit de ratrace stapt, zodat er een balans is tussen werk en alles daarnaast. Nu weet ik best dat het allemaal geen rozengeur en maneschijn is op de Nederlandse werkvloer en dat het niet altijd even makkelijk is om af en toe afstand te nemen. Daarom blader ik tóch nog even door het boek Werk is geen oplossing van Marguerite van den Berg. Wat ziet zij als oplossing?

We mogen wel een beetje minder ons best doen, zegt ze. Kritisch kijken naar de invloed van ons werk op ons leven, kleine daden van verzet tonen, zoals je mails niet lezen na werktijd (of terug naar bed gaan op maandagochtend). Zorg ook voor voldoende activiteiten buiten je werk, zodat je werk niet je leven wordt.

En haar belangrijkste oproep: staak! Vind een manier – klein of groot – om je werk te weigeren. Een beetje zand in de machinerie strooien, zal helpen om het systeem te laten kraken. Ik denk vol liefde terug aan mijn zestienjarige ik, die weigerde de boodschappen van de supermarktmanager in te pakken. Ik heb een beetje zand gestrooid.

Lees meer

Tekst Karine Hoenderdos Fotografie Alexandre Chambon/Unsplash.com

Promotional image Promotional image

School of Flow

Een week voor jezelf

In deze training ga je zorgen voor jezelf. Je neemt de tijd om je af te vragen hoe het echt met je gaat en je last rust- en reflectiemomenten in.

BEKIJK DEZE TRAINING