Behoefte aan meer tijd? Tip: las een vast reflectiemoment in

Voor journalist Otje van der Lelij is 24 uur in een dag altijd net te weinig. Totdat ze tijd leerde maken voor een vast reflectiemoment.

“Goed maar druk!” Dat zeg ik als een vriend vraagt hoe het met me gaat. Het is de bondige samenvatting van hoe de meeste dagen in mijn leven eruitzien. De uren vliegen voorbij en ik krijg altijd minder gedaan dan ik had gewild. Gekscherend roep ik vaak: “Waarom zitten er maar 24 uur in een dag?” Drie uur extra zou mijn leven zo veel ­makkelijker maken.

Dan had ik ook nog tijd om te sporten, te lezen en uitgebreid te koken. Dingen die er nu vaak bij inschieten. En dan heb ik het nog niet eens over de rest van mijn verlangens: een moestuin hebben, geitenkaas maken en een eigen paard kopen, trainen en verzorgen. Waar haal ik die extra uren vandaan? Hoe maak ik van tijd mijn vriend?

Psycholoog Thijs Launspach, auteur van onder meer de boeken Fokking druk en Goed genoeg, gelooft dat tijdsdruk inherent is aan het menselijk bestaan. “Vergeleken met vroeger hebben we weliswaar meer tijd, simpelweg omdat we langer leven. Maar we lopen slechts een beperkte periode op aarde rond, ooit komt er een einde aan. Wat typerend is voor de huidige maatschappij is het idee dat onze tijd alleen de moeite waard is als we ’m vullen met nut.”

Volgens Launspach heeft dat te maken met onze neoliberale, kapitalistische manier van naar het leven kijken. “We bestieren onze tijd eigenlijk zoals een CEO een bedrijf runt, met opbrengsten, kosten en investeringen die zich moeten uitbetalen in de vorm van succes en geluk.” Die economische omgang met tijd maakt ook wat neurotisch. “De gedachte dat je pas geslaagd bent als je genoeg nut en plezier uit je tijd haalt – en überhaupt de illusie dat dat kan – zorgt voor stress en onrust.”

Door, door, door

Ook volgens hoogleraar sociologie Tanja van der Lippe geeft met name de manier waarop we met tijd omgaan zo veel stress. In haar boek Waar blijft mijn tijd onderstreept ze dat de feitelijke tijdsdruk best meevalt. We hebben het wel iets drukker gekregen sinds 1975, namelijk zo’n vijftien procent. Maar waar we vooral mee kampen, is een gevóél van drukte. Dat chronisch opgejaagde gevoel komt niet zozeer – zoals vaak wordt gedacht – doordat wij als individu onze grenzen niet goed bewaken, zegt Van der Lippe, maar voornamelijk door de samenleving.

Onze cultuur dicteert ons té veel te willen: succesvol zijn, een geweldige baan hebben, fit zijn en blijven, een goede ouder zijn, een goede partner én een trouwe, loyale vriendin. Daar komt bij dat we ook ongelooflijk veel mogelijkheden hebben. “Er zijn zo veel opties dat het steeds moeilijker wordt om daadwerkelijk te kiezen. We willen geen verkeerde keuze maken en daarom doen we het liefst alles.”

Het altijd bereikbaar zijn en de verleiding om elk moment van de dag in je smartphone te verdwijnen, dragen ook bij aan de gejaagdheid. “Het is zo gebruikelijk om in andere sferen te verkeren dan waar we op het moment fysiek zijn dat pure, ononderbroken tijd bijna niet meer bestaat.” Dat fenomeen is niet zonder gevolgen. Het aantal burn-outs is de laatste tien jaar schrikbarend gestegen, en één op de zeven werkenden kampt met ernstige stressklachten of zit thuis door overbelasting.

Op zich heb ik aardig wat vrije tijd en ik probeer ’s avonds en in het weekend zo min mogelijk te werken. Maar ook in mijn vrije uren ‘moet’ ik veel, vooral van mezelf. Zelfs als ik niks doe, kan ik me opgejaagd voelen, omdat ik in mijn achterhoofd voortdurend bezig ben met alles wat ik nog moet en wil doen: boeken lezen en recenseren, het huis opruimen, de voortuin opknappen, een boek schrijven. Als ik al mijn to do’s en to wants op een rijtje zet, krijg ik acute stress.

Intussen gaat er veel kostbare tijd op aan nutteloze dingen. Dan zit ik op televisie en social media naar mensen te kijken die hun dromen najagen en een hotelletje beginnen in het buitenland, terwijl ik nog steeds vastzit in hetzelfde script. Al word ik op zich ontspannen van dit soort verhalen, toch maken ze me ook onrustig. Mijn lijstje met to do’s en to wants wordt er nóg langer door. En voordat ik het weet, check ik woonboerderijen op Funda en speur ik op Marktplaats naar microbiggetjes en shetlanders die ik nu al zie rondscharrelen op mijn erf.

Liever effectief dan efficiënt

En toch. De ratrace levert ons ook iets op. We gaan er immers massaal in mee. “Druk zijn geeft je het gevoel dat je goed bezig bent, dat je verantwoordelijkheid neemt voor je belangrijke baan,” zegt Thijs Launspach. “Telkens als je een taak hebt volbracht, maakt je brein het genotshormoon dopamine aan. Zo kun je verslaafd raken aan de hele dag rondrennen en punten van je to do-lijst afvinken. Mensen merken dat vaak als ze op vakantie zijn. Ze voelen zich nutteloos en onrustig zodra die dopamine-shotjes wegvallen.”

Meegaan in de ratrace is ook een manier om te ontsnappen aan moeilijke thema’s. ‘Als je druk bent, hoef je niet na te denken over waar je staat in het leven. Je wordt ook niet geconfronteerd met de donkere kanten van jezelf,’ stelt auteur en journalist Tim Kreider. Volgens hem ben je dan in de ‘busy trap’ gevallen, zoals hij het in zijn essay in The New York Times omschrijft. ‘Altijd druk zijn fungeert als een soort existentiële geruststelling, een waarborg tegen leegheid. Want je leven kan toch onmogelijk onnozel, triviaal of betekenisloos zijn met een propvolle agenda en een dag waarin elk uur bezet is?’

Mensen die beginnen met mediteren, lopen daar soms tegenaan, is de ervaring van psycholoog Thijs Launspach. “Ze verwachten dat ze zullen ontspannen. Maar als ze een uur gaan zitten met hun eigen gedachten, worden ze helemaal gek. Ze worden geconfronteerd met dingen in hun hoofd die ze liever niet onder ogen willen zien.”

Wat te doen aan dat gevoel van tijdnood? We denken soms dat de oplossing in efficiënter werken zit. Als we efficiënt met onze tijd omgaan, blijft er immers meer ruimte over voor andere, leuke dingen. Maar Launspach plaatst hier een kanttekening bij. “Je kunt wel leren om de beperkte uren die je hebt maximaal uit te nutten, het gevaar is alleen dat je dan nóg meer bezigheden in je beperkte tijd gaat stoppen en daardoor alsnog druk ervaart. Dat heb ik ook een beetje tegen op timemanagement; het is een misvatting dat je daar rustiger en relaxter van wordt. Je leert om meer gedaan te krijgen op een dag. Maar die dag wordt ook voller, waardoor je je toch weer opgejaagd voelt.”

In plaats van met efficiëntie – veel doen in weinig tijd – kun je je beter bezighouden met effectiviteit, vindt Launspach. “Effectiviteit is bezig zijn met het juiste. Je kunt beestachtig productief zijn, maar totaal het verkeerde doen. Denk vooral na over de vraag: wat vind ik de moeite waard om mijn tijd aan uit te geven? Investeer in de allerbelangrijkste dingen.”

Tijd om uit te zoomen

Dat Launspach kritisch is over timemanagement, betekent niet dat je er niks aan kunt hebben. Er zijn nu eenmaal van die klussen waar je niet altijd zin in hebt, maar die je niet uit je agenda kunt schrappen: administratie, onbeantwoorde mails, belasting. Door daar efficiënt mee om te gaan, komt er tijd vrij voor zaken die energie geven.

“Een veelgemaakte fout is inderdaad dat je de tijd die je wint met efficiëntie, opvult met nog meer werk,” beaamt Patrick Stastra, productiviteitsexpert en trainer bij Tijdwinst.com. “Terwijl je die momenten veel beter kunt benutten om te pauzeren of even iets voor jezelf te doen.” Vooral ochtendpauzes kunnen ons veel brengen. “Vaak werken mensen in de ochtend, als ze de meeste energie hebben, onafgebroken door tot de lunch. Onderzoeken wijzen uit dat als je dan al begint met pauzes nemen – al is het maar twee keer vijf minuten waarin je even wegloopt van je computer – je in de middag productiever bent.” Uiteindelijk krijg je zo meer gedaan en voel je je minder opgejaagd.

Een grote bron van onrust is een slecht overzicht, stelt Stastra vast. “Op de werkvloer hebben mensen door het wegvallen van managementlagen meer verantwoordelijkheden gekregen. Hartstikke leuk en uitdagend, maar het is wel essentieel dat je geregeld uitzoomt om te reflecteren op hoe alles loopt. Veel mensen doen dat niet.” Een dagelijks én een wekelijks reflectiemoment brengen rust: “Het dagelijkse moment is de afsluiter van de werkdag en hoeft maar vijf minuten te duren. Je reflecteert op hoe het vandaag is gegaan en kijkt naar morgen: wat staat er op mijn takenlijst? Is dat haalbaar? Moet ik iets verplaatsen? En dan gaat je laptop uit.

De meeste mensen doen wel aan die reflectie, maar verspreiden het over de hele avond. Ze dwalen in gedachten af naar alles wat ze nog moeten doen, waardoor ze onrustig worden of er niet helemaal bij zijn als ze met vrienden gaan eten. Dat voorkom je hiermee. Je weet: voor nu is het klaar. Dat geeft een gevoel van controle. Je kunt je werk loslaten en meer genieten van je vrije tijd.”

Het reflectiemoment van een half uur aan het eind van de week zorgt er op diezelfde manier voor dat je je werk beter kunt loslaten en meer uit je vrije weekend haalt. Stastra: “Je kijkt dan twee of drie weken vooruit: wat komt er op me af? Heb ik het niet te positief gepland? Zo nodig stel je de planning bij, dan kun je mensen tijdig op de hoogte stellen als er iets verandert.” Zo’n wekelijkse reflectie geeft overzicht en rust. Want niets kan zo veel paniek veroorzaken als alles op het laatste moment moeten doen en dingen niet afkrijgen omdat je planning te optimistisch was.

Gouden uren

Ik vertel Patrick Stastra over de moeite die ik heb met goed plannen. Ik ga altijd uit van mezelf in optima forma, maar ik ben lang niet altijd in vorm. Soms zit het tegen en zijn de verhalen die ik moet schrijven veel complexer dan ik dacht. Bovendien weet ik niet of ik volgende week dinsdag wel creatief ben. Toch kan ik volgens Stastra een hoop doen. “Je kunt de kaders creëren om creatief te zijn. De meeste mensen – ik ook – zijn ’s ochtends op hun best.

Je kunt de ochtend dus het best blokken om te schrijven. Ga dan niet bellen met collega’s. Dat kun je beter voor de middag bewaren. Zorg ook dat je in je creatieve ochtenduren zo min mogelijk gestoord wordt. Zet je telefoon en mailbox op stil, want als je uit je concentratie wordt gehaald duurt het vijf tot vijftien minuten voordat je weer in een creatieve flow zit. Dit kun je allemaal meenemen in je planning tijdens je wekelijkse reflectiemoment.”

Ik vind het nuttig om op deze manier naar mijn agenda te kijken. De tijd in de ochtend is een ander soort tijd dan die in de middag of avond. Door hier strategisch mee om te gaan, gebruik ik m’n dag beter. En de uren die ik hiermee win zijn een cadeautje. Wil ik die bonustijd besteden aan televisie en social media, aan nog meer werk? Of kan ik ’m gebruiken voor andere dingen?

Die vraag wil ik mezelf voortaan stellen tijdens de reflectiemomenten, die ik toch maar eens ga inplannen. “Je kunt je tijd maar één keer uitgeven,” zegt Launspach. “Ben je ’m kwijt, dan krijg je ’m nooit meer terug.” Of zoals de Amerikaanse schrijver Seth Godin het verwoordt: ‘You can’t save up time. You can’t refuse to spend it. You can’t set it aside. Either you’re spending your time, or your time is spending you.’

Meer lezen

Tekst Otje van der Lelij  Illustratie Léa Le Pivert

Promotional image Promotional image

School of Flow

Een week voor jezelf

In deze training leer je hoe je beter voor jezelf kunt zorgen. Volg in je eigen tempo.

BEKIJK DEZE TRAINING