Doe de test: hoe hecht jij je aan mensen?

test

Hoe het contact tussen jou en je ouders in je jeugd was, heeft veel invloed op je latere relaties en vriendschappen. Met deze test kom je erachter welke hechtingsstijl jij hebt.

Hoe werkt de test?

Omcirkel bij elke vraag steeds het antwoord waarin jij je het meest herkent. Lees vervolgens de beschrijving die hoort bij de letter die je het vaakst hebt omcirkeld. Het kan zijn dat een combinatie van letters jou het beste typeert, in dat geval heb jij een mix van verschillende hechtingsstijlen.

Vraag 1

Toon jij makkelijk je gevoel aan de mensen met wie je dagelijks omgaat?

  • Z Ik heb daar geen moeite mee.
  • A Ik wil het wel, maar ik vind het ook lastig om me kwetsbaar op te stellen.
  • O Ik doe dat graag en praat veel over hoe ik me voel.
  • V Ik heb daar weinig behoefte aan.

Vraag 2

Van een partner wil ik graag…

  • O aandacht en de garantie dat hij/zij bij me blijft.
  • Z liefde en respect.
  • A liefde en veel ruimte om mijn eigen dingen te doen.
  • V veel ruimte om mijn eigen dingen te doen.

Vraag 3

Denk eens aan een ex- partner of beëindigde vriendschap. Wat zou diegene achteraf over jou kunnen zeggen? Dat ik…

  • V emotioneel afstandelijk ben.
  • O emotioneel intens ben.
  • Z emotioneel evenwichtig ben.
  • A me de ene keer emotioneel afsluit en de andere keer niet.

Vraag 4

Dat iemand zegt dat hij/zij van me houdt…

  • A kan ik soms moeilijk geloven. Meent de ander het wel?
  • V vind ik niet zo belangrijk.
  • O vind ik erg belangrijk. Als ik het te weinig hoor, ben ik bang dat de ander niet meer van me houdt.
  • Z vind ik fijn om te horen. Maar ook als de ander het niet zegt, weet ik dat er van me wordt gehouden.

Vraag 5

Hoe vind je het als een volwassen familielid zich afhankelijk van jou opstelt, bijvoorbeeld omdat hij of zij ziek is?

  • V Ik vind dat vervelend. Ik hou er niet van als mensen beslag op me leggen.
  • Z Ik vind dat geen probleem. Als het niet te lang duurt.
  • O Ik word daar wat onzeker van. Ik ben bang om iets verkeerd te doen.
  • A Ik wil er wel voor de ander zijn, maar eerlijk gezegd voelt het ook als een verplichting.

Vraag 6

Wat is waar over jouw verleden?

  • Z Ik heb één/een aantal serieuze relatie(s) achter de rug waar ik geen al te slecht gevoel aan over heb gehouden.
  • O Ik heb emotioneel heftige relaties gehad die vervelend eindigden.
  • A Ik heb een punt achter relaties gezet omdat ik mijn gevoel niet goed durfde te laten zien.
  • V Ik heb een punt achter relaties gezet omdat ik me niet wilde binden.

Vraag 7

Wat is waar over jou als het gaat om seks?

  • A Ik vind het soms eng om de gevoelens te ervaren die erbij komen kijken.
  • Z Ik heb het liefst seks met iemand met wie ik me emotioneel verbonden voel.
  • V Ik kan er prima van genieten zonder iets voor de ander te voelen.
  • O Ik heb snel seksueel contact met mensen en word makkelijk verliefd.

Vraag 8

In welke zin herken jij je het meest als je single zou zijn/nu je geen partner hebt?

  • Z Ik red me best, maar mis het wel om een vaste relatie te hebben.
  • V Ik red me prima en mis een relatie niet.
  • A Ik vind het aan de ene kant fijn om met niemand rekening te hoeven houden. Aan de andere kant mis ik een vaste relatie wel.
  • O Ik voel me eenzaam en niet gelukkig.

Vraag 9

Heb jij de neiging om snel jaloers te zijn in je relatie? (of als je single bent: hoe zat dat in vorige relaties?)

  • V Niet snel. Als mijn partner een ander wil, moet hij of zij dat vooral doen.
  • Z Niet snel. Ik vertrouw mijn partner voor de volle honderd procent.
  • A Redelijk snel. Ik merk dat ik soms moeite heb om mijn partner te vertrouwen.
  • O Snel. Ik denk vaak dat anderen aantrekkelijker zijn dan ik en mijn partner dus snel een ander vindt.

Vraag 10

In contact met andere mensen…

  • A ben ik bang dat ze niet te vertrouwen zijn.
  • Z durf ik ze meestal wel te vertrouwen.
  • V weet ik bijna zeker dat ze zelden te vertrouwen zijn.
  • O ben ik bang dat ze me niet de moeite waard zullen vinden.

Vraag 11

Wat is waar over jou, als het gaat om iemand echt leren kennen?

  • A Ik ben bang dat als iemand me echt leert kennen, hij/zij me niet meer aardig vindt.
  • V Bijna niemand leert me echt kennen.
  • O Met iemand die me leuk lijkt, wil ik het liefst snel mogelijk persoonlijk worden.
  • Z Met iemand die me leuk lijkt, bouw ik graag een band op. Maar dat hoeft niet op stel en sprong.

Vraag 12

Hoe snel vraag jij, bij een probleem, hulp aan familie of vrienden?

  • O Ik vraag vrij snel hulp aan mensen. Problemen los ik liever samen op dan alleen.
  • Z Ik probeer iets eerst zelf op te lossen. Pas als ik er zelf niet uitkom, vraag ik anderen om hulp.
  • V Ik vraag liever geen hulp aan familie en vrienden. Dat schept alleen maar verplichtingen.
  • A Ik vind het best lastig om hulp te vragen aan familie of vrienden. Het is misschien irrationeel, maar het geeft me een kwetsbaar gevoel.

Vraag 13

Hoe close wil jij zijn met anderen?

  • V Ik hoef niet zo nodig close te zijn met anderen.
  • O Ik wil nogal eens closer zijn met anderen dan zij met mij.
  • Z Ik wil graag close zijn met de mensen om wie ik geef.
  • A Ik wil wel closer zijn met anderen, maar voel me vaak geremd.

Vraag 14

Stel je de ideale liefdesrelatie voor. Hoe ziet dan de verhouding ‘ik’ en‘wij’ eruit (wij = jij en je partner)?

  • Z Evenveel ‘wij’ als ‘ik’.
  • O Veel ‘wij’.
  • V Veel ‘ik’.
  • A Alleen ‘wij’ op momenten dat ik dat graag wil.

Vraag 15

Welk zin is het meest waar?

  • Z Ik heb behoefte aan intimiteit en geborgenheid.
  • O Ik hunker naar intimiteit en geborgenheid.
  • A Als ik eenmaal intimiteit en geborgenheid ervaar, wordt het me vaak snel te heftig.
  • V Ik heb niet zo’n sterke behoefte aan intimiteit en geborgenheid.

Vraag 16

Als ik met iemand een klik voel en het is wederzijds, dan…

  • V haak ik af als de ander op emotioneel vlak van alles van me wil.
  • Z kan zich een fijne relatie of vriendschap ontwikkelen.
  • O verdiept de relatie zich vaak snel, waarna er nogal eens conflicten ontstaan.
  • A vind ik dat in het begin heel spannend. Later ervaar ik de emotionele diepgang vaak als benauwend en weet ik niet goed meer wat ik met het contact aan moet.

Vraag 17

Stel je bent single en wordt op slag verliefd. Wat geldt voor jou?

  • O Ik zou best al na een paar dagen met diegene willen samenwonen.
  • A Ik zou het heerlijk en doodeng tegelijkertijd vinden.
  • V Hoe fijn de verliefdheid ook is, ik zou er niet snel mijn vrijheid voor opgeven.
  • Z Ik zou het heerlijk vinden. Ik zou wel eerst de tijd nemen om de ander goed te leren kennen voordat ik aan samenwonen ga denken.

Vraag 18

Welke zin is waar als het gaat om je binden aan een ander?

  • Z Ik wil me graag binden aan de juiste persoon.
  • A Ik wil me binden aan de juiste persoon, maar vind dat ook beangstigend.
  • O Ik bind me makkelijk aan een ander, ook als ik eigenlijk wel weet dat diegene niet (helemaal) de juiste persoon voor me is.
  • V Ik heb weinig zin om me aan iemand te binden.

Vraag 19

Waar ben je het meest bang voor in een relatie?

  • O Om verlaten te worden.
  • V Om in mijn vrijheid beperkt te worden.
  • A Om gekwetst te worden.
  • Z Geen van bovenstaande.

Wat heb je ingevuld?

Noteer hier hoeveel keer je voor welke letter hebt gekozen.

  • Z:
  • O:
  • V:
  • A:

Dit is jouw hechtingsstijl

Meestal een Z

Je hebt een zekere hechtingsstijl en bent zelfverzekerd in de liefde en vriendschappen. Je vindt het makkelijk om een emotionele band aan te gaan met iemand, maar vindt het ook niet erg als het contact even wat minder close is. Je hebt namelijk ook je eigen leven. Jouw houding in relaties weerspiegelt vertrouwen in de ander én in jezelf. De kans is groot dat je een fijne jeugd hebt gehad met ouders bij wie je terechtkon als je ergens mee zat en behoefte had aan aandacht, hulp en troost.

Een zekere hechtingsstijl is niet per se blijvend. Nare ervaringen in de liefde of in vriendschappen kunnen je onzeker maken en het vertrouwen in jezelf en anderen schaden. Krijg je te maken met teleurstellingen in je sociale leven, wees je dan bewust van dit risico. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen: in hoeverre laat ik mijn houding in toekomstige relaties hierdoor beïnvloeden?

Meestal een O

Je hebt een onzekere hechtingsstijl. Je staat op een onzekere manier in de liefde en vriendschappen en je verlangt voortdurend naar meer intimiteit en bevestiging. Het liefst zou je alles met de ander delen. Op eigen benen staan is dan ook niet jouw sterke punt. Belangrijkste reden van je onzekerheid is je negatieve zelfbeeld. Je vindt jezelf niet altijd de moeite waard en denkt daardoor dat anderen jou aan de kant zullen schuiven voor een ander.

De kans is groot dat je als kind ouders had die wisselvallig reageerden op je behoeftes: de ene keer kreeg je wel de aandacht, hulp en troost die je nodig had, de andere keer niet. Die grilligheid heeft jou als kind onzeker gemaakt over jezelf: ben ik nu wel of niet de moeite waard om aandacht aan te geven? Die onzekerheid projecteer je nu op je volwassen relaties.

Zou je het anders willen, vraag je dan af waarom je je nog laat leiden door oude angsten. De mensen met wie je nu omgaat, zijn niet de mensen uit je jeugd die jou – onbedoeld – onzeker hebben gemaakt.

Meestal een V

Je hebt een vermijdende hechtingsstijl. Dat wil zeggen dat je in de liefde en in vriendschappen emotionele diepgang en binding vermijdt. Je voelt je in je vrijheid beperkt als mensen een beroep op je doen. Hulp aan anderen vragen doe jij ook zo min mogelijk – dat schept alleen maar verplichtingen. Liever heb je geen al te hechte banden, zodat je kunt doen wat je wilt en je niet te veel rekening hoeft te houden met anderen.

De kans is groot dat je als kind weinig emotionele aandacht kreeg van je ouders. Zij zorgden misschien wel dat het eten op tafel stond en je een dak boven je hoofd had, maar oog voor je gevoelens was er niet. Je hebt als kind daardoor geleerd dat je niet bij anderen hoeft aan te kloppen als er iets is en leerde je eigen boontjes te doppen. Je bent zo zelfstandig geworden dat je niet eens meer behoefte hebt aan emotionele binding.

Je zou jezelf de vraag kunnen stellen: wat is het ergste wat er zou kunnen gebeuren als ik iets meer van mijn vrijheid zou opgeven voor een ander? En wat kan me dat opleveren?

Meestal een A

Je hebt een angstige hechtingsstijl: wel behoefte aan emotionele diepgang en binding, maar tegelijkertijd vind je dit eng en ga je het uit de weg. Je bent bang dat je, als je iets van jezelf laat zien, gekwetst wordt. Je hebt dus last van bindingsangst. In je relaties zorgt dit voor een dubbele houding: je voelt je aangetrokken tot mensen, die je ook weer kunt afstoten als het contact te dichtbij komt. Dat maakt het aangaan van stabiele, blijvende relaties lastig voor je.

De kans is groot dat je als kind weinig emotionele aandacht kreeg van je ouders. Waardoor je het gevoel kreeg dat je niet de moeite waard was én dat je beter maar niet te veel op anderen kunt rekenen. Deze angsten spelen je nog steeds parten in je relaties.

Zou je het anders willen, vraag je dan eens af waarom je eigenlijk nog met de ogen van het afgewezen en gekwetste kind naar de mensen kijkt die nu in je leven zijn en om je geven. Wil je op die manier in relaties staan? Is dit misschien een goed moment om oude angsten en onzeker­heden wat meer los te laten en wat meer te gaan varen op vertrouwen?

Lees meer

Tekst Pieternel Dijkstra Fotografie Toa Heftiba/Unsplash.com

Promotional image Promotional image

School of Flow

Een week voor jezelf

In deze training ga je zorgen voor jezelf. Je neemt de tijd om je af te vragen hoe het echt met je gaat en je last rust- en reflectiemomenten in.

BEKIJK DEZE TRAINING