Gejaagde ademhaling? Zo vond schrijver Thomas de rust in zijn lichaam terug

gejaagde ademhaling

Lang zag schrijver Thomas Heerma van Voss zijn lichaam vooral als een langwerpig aanhangsel bij zijn hoofd. Tot hij zich bewust werd van zijn gejaagde ademhaling. Een heel aantal coaches en klasjes verder maakt hij de balans op.

Ze zei het weleens in de bioscoop, of ’s avonds in bed, of als we samen op ons net ingerichte zoldertje zaten met voor ons uitgestalde kranten en tijdschriften. “Je doet het weer,” zei mijn vriendin dan. “Ik hoor je ademen.”

“Natuurlijk adem ik,” antwoordde ik in eerste instantie meestal, met iets van strijdvaardigheid in mijn stem. “Wie niet?” “Bij jou is het anders,” zei ze. “Zo hard en gejaagd. Je snuift. Alsof je heel gestrest bent, of ziekig of zo. Hoor je dat zelf niet?”

Gejaagde ademhaling

Nee, ik hoorde het niet. Ik probeerde, sinds ze het had opgemerkt, op mijn ademhaling te letten en ik had het idee dat haar klacht daarmee al iets was afgenomen. Maar vroeg of laat, af en toe nog dezelfde avond, begon mijn vriendin er alweer over. En ik viel steeds vaker stil.

Later besefte ik dat ze wel degelijk een punt had. Inderdaad, ik ademde gejaagd. En inderdaad, helemaal gezond was dat niet. Ik voelde me ook regelmatig bedrukt, beklemd, of er speelde plots buikpijn op terwijl ik doodeenvoudig op de bank lag. Lang heb ik mijn lichaam toch vooral als langwerpig aanhangsel bij mijn hoofd beschouwd, maar het werd me almaar duidelijker hoe onvolledig dat beeld was. Er moest iets veranderen.

Vanzelfsprekend

Er is veel zinnigs gezegd en geschreven over het belang van goede ademhaling. Zeker de afgelopen jaren wordt die allang niet meer als een onbelangrijke vanzelfsprekendheid beschouwd, maar juist als iets waar heel bewust aandacht aan besteed moet worden.

Ik deed mijn best om enkele ademhalingstips in te voegen in mijn dagelijkse routines (voor het sporten eerst twee minuten kalm ademen; voor het slapengaan de telefoon wegleggen en me richten op het inhaleren). Ik downloadde ademhalingsapps zoals Headspace, maakte samenvattingen van wat ik zoal las en hoorde.

Stress

Een van de dingen die me opvielen: hoe vaak, in alle filmpjes en beschouwingen, het woord ‘stress’ maar bleef opduiken – als oorzaak én als gevolg van een opgejaagde ademhaling. Vermoedelijk sprong dat me extra in het oog vanwege een persoonlijke reden: kort voor dit alles was ik voor het eerst in mijn volwassen leven in een ziekenhuis beland. Ik kwam binnen met vage buikpijnklachten, ik vertrok weer met de diagnose chronisch ziek. “Crohn is een ziekte waar je nooit van afkomt,” zei de arts tegen me. “Stress moet dat bij jou hebben aangewakkerd.”

Vervolgens begon ze steevast over nieuwe medicatie die ik moest gaan gebruiken. Daar, bij een zoveelste voorschrift voor een nieuwe pil/injectie/infuus, hielden de gesprekken met de arts doorgaans op. Terwijl er genoeg reden was en is om juist verder te praten: als stress inderdaad zo’n grote rol speelt bij chronische ziekte, waarom wordt daar dan niet over gepraat? Waarom wordt er geen handvat aangereikt om die stress te verlichten?

Helaas: de medicijnen die ik kreeg voorgeschreven, hielpen niet. De apps op mijn mobiel gebruikte ik nog zelden. De tips uit al die boeken en online voorschriften hielpen hooguit tijdelijk, maar doorbraken niets structureels. Sterker nog, soms werd ik plots duizelig, of ik voelde hoe ik steeds hoger ademde en mezelf benauwder maakte.

Iets veel groters

Filmregisseur David Lynch benadrukt in zijn boek Catching the big fish hoe belangrijk gecontroleerde ademhaling is voor zijn creatieve werk. Hij doet vaak lange, meditatieve ademsessies om die big fish te vangen, oftewel: een krachtig idee voor nieuw werk.

In hun boek Verademing prijzen Koen de Jong en Bram Bakker een soortgelijke houding aan. Overtuigend zetten ze uiteen hoe belangrijk ademen is voor al het verdere functioneren: ‘Rustige ademhaling en rust in je hoofd gaan hand in hand. Adem rustig en ook je brein komt tot rust.’

Ik merkte meer en meer dat het omgekeerde ook geldt: mijn adem was onrustig dus mijn brein werd ook alsmaar onrustiger. Alles leed eronder: mijn relatie, mijn schrijfwerk, mijn hele bestaan.

Energie verspillen

De adviezen en lessen die ik uit boeken of gesprekjes haalde, hielpen me niet. Dus bezocht ik een ademhalingstherapeut die kantoor hield in een keldertje aan een Utrechtse gracht. Via hartslagmeters en apparaten die ik niet kende, hield hij mijn ademhaling in de gaten terwijl ik tegenover hem zat – en daarna ook terwijl ik roeide op het fitnessapparaat naast zijn bureau. Hij zei dat hij de data ging analyseren, maar kon alvast verklappen (zijn woord) dat ik héél véél energie verspilde. “Het gaat om iets veel groters dan af en toe flink inademen. Je moet echt je levensstijl aanpassen.”

Ik knikte. Niet uit automatisme, zoals ik voorheen zou ­hebben gedaan. Ik geloofde wat hij zei, en even nam ik me voor om alles wat hij aanraadde te gaan doen.

Zes uur lang

Een van die dingen was een zogeheten ademhalings­cursus, vlak daarna. Om half acht ’s ochtends meldde ik me bij een industrieterrein aan, waar al zeker vijftien mensen op yogamatjes klaarlagen. Man, vrouw, oud, jong, alles door elkaar. In totaal duurde de ‘ademsessie’ zes uur, zo deelde de cursusleider mee met zware, ontspannen stem. Direct keek ik om me heen: zés uur? Alleen maar ­liggen? Dat was een veel te grote hap uit mijn dag, ik wilde nog een stuk afmaken, aan een verhaal beginnen, er lag een boek klaar om…

Nee, zo moest ik niet denken. En al gauw ontdekte ik hoe aangenaam snel de tijd verstreek, en vooral: wat er allemaal mogelijk was door goed op ademhaling te letten. Ik deed, net zoals de rest van het clubje, in stilte precies wat de cursusleider opdroeg.

Als drugs

Met volle aandacht ademde ik. Ik stuurde zuurstof naar mijn middenrif, mijn onderbuik, tenen. Het laatste restantje scepsis dat ik nog had, verdween. Ik ademde op allerlei verschillende manieren: traag, snel, uitsluitend door mijn mond of juist door mijn neus. En het was, ik kan niet anders zeggen, een weldadige ervaring. Ik had niks geslikt of gedronken, en toch voelde ik me wezenlijk veranderen.

Voor het eerst ervoer ik werkelijk welk verschil adem kan maken, hoe een helemaal ontspannen lijf aanvoelt, hoe vast ik eigenlijk al maanden zat.

Sindsdien zie ik ademhaling niet meer als vanzelfsprekende bijzaak. Ik sta er nader bij stil en doe oefeningen. Ik ga van tijd tot tijd weer terug naar ademhalingsklasjes, die me altijd lichter en rustiger laten vertrekken dan ik er arriveer.

Zelf het tempo dicteren

Natuurlijk is dit een verhaal zonder afgebakend einde, want, tja, ik adem nog steeds, ik ben nog steeds regelmatig opgejaagd, ik raak nog steeds weleens verdwaald in mijn gedachten of ik merk gewoonweg dat mijn lichaam niet helemaal doet wat ik ervan hoop.

Ik heb geleerd hoe ik op zulke momenten mezelf kan bijsturen. Ik bel niet direct naar een arts en grijp niet automatisch naar medicijnen, maar eerst sluit ik mijn ogen. Ik probeer mijn ademhaling richting mijn onderbuik te sturen, zelf het tempo te dicteren in plaats van dat het tempo mij dicteert. Ik doe het dagelijks. Vier seconden in, vier seconden uit, sneller, trager, alles via mijn neus. Meestal lukt het en merk ik dat mijn lichaam ontspant, dus dat ikzelf ontspan.

Jaren geleden had ik zulke gedachten – en dus zinnen zoals de voorgaande – niet helemaal serieus genomen. Tegenwoordig wel. En toeval of niet, met mijn buik gaat het ook beter sinds ik hierop let.

Mijn arts wijdt dat aan een nieuw medicijn, ikzelf durf dat niet zo stellig te zeggen.

Hier ben ik

Hoe het ook zij, de vriendin die me aansprak op mijn adem­haling, zegt er nooit meer iets over. Maar dat komt doordat zij – betrekkelijk kort nadat ze hierover begon – voorgoed mijn leven uit wandelde, ze was naar eigen zeggen te rusteloos geworden. Sindsdien heeft niemand nog gezegd dat ik gejaagd adem, ook mijn nieuwe vriendin niet.

Ik weet niet of dat betekent dat ik ingrijpend veranderd ben. Wat ik wel weet: zodra mijn borstkas zich vernauwt of ik een snuifgeluid uit mijn neus hoor ontsnappen, zie ik dat niet als irritante afleiding of als iets wat losstaat van mijn verdere functioneren. Het is mijn lichaam dat me ergens op probeert te wijzen, dat zegt: hier ben ik – en alles wat je vandaag verder voelt of meemaakt, heeft hiermee te maken.

Meer lezen

Tekst Thomas Heerma van Voss  Illustratie Maggie Stephenson

Promotional image Promotional image

School of Flow

Een week voor jezelf

In deze training leer je hoe je beter voor jezelf kunt zorgen. Volg in je eigen tempo.

BEKIJK DEZE TRAINING