Hedy d’Ancona: ‘Ik ben strijdlustig, verontwaardigd en opgewonden’

Hedy d’Ancona

In de jaren zeventig klom ze op de barricades om haar verontwaardiging om te zetten in actie. Zelfontplooiing en zelfbeschikking, daar draait het om voor feminist en oud-politicus Hedy d’Ancona – zelfs vijftig jaar later.

“Ik kan niet van elke politicus zeggen dat zijn standpunten verankerd liggen in zijn persoonlijke geschiedenis, maar bij mij is dat wel zo. Door het lot van mijn joodse vader en een halfzusje van vier dat meteen in Auschwitz werd vermoord. Ik had het gevoel: als ik de politiek in ga, is het om mijn eigen ervaringen en verdrieten en verontwaardigingen om te zetten in actie.

Mijn hoofdpunten waren: discriminatie, racisme, antisemitisme, vrouwenbevrijding. (…) Maar politiek is niet het enige wat je beweegt, hè. Het is je geest. Het is je verontwaardiging. Daar begint het mee. Die voel ik nog steeds! Als je 82 bent en je denkt: laat maar zitten… Foute boel!”

Aldus de vrouw wier ‘evangelie van het vrolijke verval’ zo inspirerend is, in een interview in de Volkskrant van juli 2020. Zoals Hedy d’Ancona, geboren op 1 oktober 1937, oud wordt – opgewekt, optimistisch, sprankelend, eigenzinnig én immer goedgekleed – dat wil iedereen wel. Zelfontplooiing en zelfbeschikking, daar draait het bij haar altijd om. En dat komt inderdaad voor een groot deel door haar joodse vader, haar sterke moeder en haar opa, een Pools-Russische balling met heimwee.

Map en Eli

Hedy’s bewuste leven begint als gekoesterd enig kind tussen volwassenen in het huis van haar grootouders in Den Haag. Als haar moeder Maaike (‘Map’) Opmeer werkt, onder andere als bedrijfsleider van een broodfabriek, zorgen oma en opa – die schoenmaker is aan huis – voor Hedy.

Haar vader is de grote afwezige. Ze kan zich hem niet herinneren; haar moeder is niet scheutig met informatie over hem. Wat Hedy na de oorlog weet, is dat Eli d’Ancona in februari 1945 tijdens een dodenmars in de buurt van Auschwitz aan longontsteking is bezweken.

Discriminatie

Pas vlak voor haar moeders dood in 1981 hoort ze Maps geheim: Eli heeft hen al voordat de oorlog uitbrak verlaten. De man die zijn joods-orthodoxe milieu achter zich liet om ongetrouwd te gaan samenleven met de niet-joodse moeder van zijn kind, was door het aanzwellende antisemitisme van de jaren dertig gevoeliger geworden voor de wens van zijn ouders om aan een joods gezin te beginnen.

Toen Hedy’s moeder ontdekte dat hij stiekem actief op zoek was naar een joodse bruid, pakte ze hun dochter op en vertrok. Eli trouwde daarna inderdaad met een joodse vrouw, vertrok met haar naar Amerika, maar kwam in 1939 terug naar Nederland met zijn vrouw en dochter omdat hij Map niet kon missen.

In het geheim pakte hij zijn relatie met Map op, totdat hij in 1941 met zijn gezin door de Duitsers werd opgepakt. Nog weer later ontdekt Hedy dat zijn vrouw en hun dochter meteen na aankomst in Auschwitz zijn vermoord. Hedy leert zo al jong wat de gevolgen van discriminatie kunnen zijn.

Hedy d’Ancona en haar licht ontvlambare hart

Op haar tiende verhuist ze naar Leidschendam, waar haar moeder als huishoudster gaat werken bij Be Maas, een weduwnaar met drie jonge kinderen. Ineens is Hedy de oudste van een groot gezin. “Jouw speelgoed is nu van iedereen,” zegt haar moeder. En na een jaar heeft ze nog iets te vertellen: ze is verliefd en gaat trouwen met ‘oom Be’.

In 1948 wordt Hedy’s halfbroer Bert geboren. Het geluk duurt niet lang: na de plotselinge dood van Be tijdens een avondje uit blijft Hedy’s moeder in 1952 met vijf kinderen achter. Geen zelfbeschikking of zelfontplooiing voor haar, ze moet het doen met wat het lot haar toebedeelt. En dat doet Map met verve, constateert Hedy vol bewondering.

Uit huis

Als Hedy na de door haar gehate meisjes-hbs afgewezen wordt voor de toneelschool, kiest ze voor een studie die als belangrijkste kenmerk heeft dat je ’m niet in Leiden kunt doen: sociale geografie. Want als ze één ding wil, dan is het uit huis, naar Amsterdam.

Vol energie stort ze zich in het studentenleven. Haar studie is van secundair belang – al studeert ze uiteindelijk wel cum laude af – ze wil vooral haar culturele achterstand inhalen. Bij haar (uiteraard!) gemengde studentenvereniging leert ze Guus de Boer kennen, haar eerste grote liefde. In 1959 trouwen ze, Hedy in de hoop wat rust te vinden in haar licht ontvlambare hart.

Twee grote liefdes

Maar ja, het zijn de jaren zestig. Naast haar huwelijk krijgt Hedy een relatie met regisseur Berend Boudewijn. Jarenlang is ze ‘torn between two lovers’. ‘Het dagelijks gejongleer tussen twee geliefden, het schuldgevoel om de leugenachtigheid waarmee dat gepaard ging, de steeds weerkerende drama’s om beloftes die ik niet inloste: ik ga weg; ik blijf; ik kom bij jou; ik verlaat je niet. Het was gekmakend,’ schrijft ze in haar boek Het persoonlijke is politiek.

In 1967 probeert ze een oplossing te forceren door tijdens een reis met Berend te onderzoeken of de passie beklijft als ze dag en nacht samen zijn. Het bevalt, maar thuis is daar weer Guus… Hedy blijkt zwanger te zijn. Het kind kan alleen van Berend Boudewijn zijn.

Guus zegt dat hij het kind als het zijne zal erkennen en opvoeden, mits Hedy definitief voor hem kiest. In 1968 wordt Hajo de Boer geboren. Drie jaar later volgt dochter Hadassah. “Ik vind het achteraf fijn dat ik van twee grote liefdes ieder een kind heb gekregen, hoe ingewikkeld dat soms ook was.”

Tweede feministische golf

Ze is druk met haar werk als programmamaker bij de Vara, als wetenschappelijk medewerker aan de universiteit, als gelegenheidsjournalist voor Het Parool. Haar stuk Als een turende geit aan een paaltje, over de positie van de vrouw in Nederland, trekt de aandacht van de redactie van tijdschrift De Gids: wil Hedy voor hun themanummer schrijven over het vrouwelijk onbehagen?

In dezelfde week valt toevallig een stuk over de achtergestelde positie van vrouwen van een zekere Joke Kool-Smit in haar brievenbus. Hedy stelt De Gids voor om Het onbehagen bij de vrouw te plaatsen, en neemt zelf ook contact op met de schrijver. Het is 1967 en de tweede feministische golf in Nederland is begonnen.

Opzij

Naar aanleiding van alle reacties op Jokes artikel richten Joke en Hedy de actiegroep Man Vrouw Maatschappij op. Via de politiek willen ze de emancipatie van vrouwen én mannen bewerkstelligen. Joke is de theoreticus, Hedy zorgt voor de pr. Ze trekt door het land om vanaf haar zeepkist haar boodschap te verkondigen: economische zelfstandigheid voor vrouwen, eerlijke verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen en het recht op abortus.

In 1972 begint ze met haar journalistieke leermeesteres Wim Hora Adema een ‘radikaal’ feministisch maandblad: Opzij. Dat wordt voortaan haar platform, naast haar werk bij het onderzoeksbureau dat ze in 1975 met Maurice de Hond begint, haar Eerste Kamerlidmaatschap voor de Partij van de Arbeid en de zorg voor haar kinderen in een tijd waarin overblijven op school beslist niet de bedoeling is.

Biologische vader

Haar verliefdheid op partijgenoot Ed van Thijn maakt alsnog een einde aan haar huwelijk met Guus de Boer. De scheiding is “een van de ergste dingen die ik meegemaakt heb – maar ik dacht daarna wel: nu ik dit heb gedurfd, kan ik alles aan.”

Als in 1981 Berend Boudewijn weer haar leven in wandelt, moet Ed van Thijn plaatsmaken, al besluit Hedy nooit meer te gaan samenwonen. In die tijd vertelt ze Hajo pas wie zijn biologische vader is. “Ik wilde graag wachten tot het moment waarop ik hem de hele context zou kunnen vertellen,” zegt Hedy. De dertienjarige neemt het gelukkig laconiek op.

Emotioneel geraakt

In 1981 gaat Hedy d’Ancona fulltime de politiek in. Ze wordt staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheidin het kabinet Van Agt II en in die rol de eerste projectstaatssecretaris voor emancipatiezaken. Haar plannen zijn ambitieus, maar heel ver komt ze niet: het kabinet valt
al na negen maanden.

Daarna gaat ze aan de slag als Europarlementariër, om in 1989 minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te worden in het kabinet Lubbers III. Ze accepteert die zware functie vanuit het vertrouwen dat ze door het thuisfront gesteund zal worden. Maar helaas: ze is net begonnen als Berend Boudewijn haar verlaat voor Martine Bijl, wier voorstellingen hij regisseert.

Zijn vertrek – ‘een koekje van eigen deeg’ erkent ze veel later – komt als een donderslag bij heldere hemel. Met een gebroken hart doet Hedy haar werk; ze moet zich geregeld in het toilet verstoppen als het haar even te veel wordt.

Haar ministerschap is geen onverdeeld succes. Ze weet geld vrij te maken voor kinderopvang, maar ligt geregeld met de Kamer en partijgenoten overhoop waar het haar vreemdelingenportefeuille betreft. Ze pleit voor een genereuze en humane opvang van asielzoekers, en hoewel ze nooit het lot van haar vader of grootvader erbij haalt, is het voor iedereen duidelijk dat deze kwestie haar emotioneel raakt.

De gelukkigste jaren van Hedy d’Ancona

Na haar ministerschap keert ze opgelucht terug naar het Europees Parlement, om in 1998 een punt te zetten achter haar politieke loopbaan. Ze heeft genoeg aan haar vele bestuurlijke functies, wil ook meer over haar tijd kunnen beschikken. Want… ze is weer verliefd. Met kunstenaar Aat Veldhoen beleeft ze haar gelukkigste jaren.

“Voor het eerst ben ik in staat om ter wille van een ander een stapje opzij te doen. Wat hij wel heeft en de anderen niet, is dat hij me wakker houdt. Ik viel altijd op vrij introverte mannen, maar hij is het omgekeerde. Hij laat niets liggen.” Dat blijft zo na Aats herseninfarct in de zomer van 2005. Met hulp van Hedy d’Ancona knapt hij op en hervat ze haar drukke leven, wel in aangepaste vorm: in de veertien ‘heerlijke’ jaren die hen resten, slaapt ze meestal bij Aat aan de Wittenburgergracht.

Door de mazen van het net

Na Aats dood in 2018 is ze verdrietig, maar toch blijft ook dan haar glas halfvol. Tegenwoordig maakt ze zich vooral sterk voor het recht van ouderen om zelf te mogen beslissen over het einde van hun leven. De dood lijkt haar zelf ‘niet leuk’. “Maar verder? Ik zie het wel. ’t Is ook wel lekker rustig als het straks allemaal voorbij is. En ik heb zeker niet de behoefte nog eens terug te komen als kabouter of zo.”

Het besef dat ze het leven leidt dat haar ouders niet hebben kunnen leiden, houdt haar in beweging. “Een deel van mijn optimisme en vrolijkheid ontleen ik aan het feit dat ik me aldoor realiseer hoe erg het kan zijn en hoe ik het heb getroffen,” zegt ze.

“Ik ben opgegroeid met de gedachte dat het noodlot zomaar kan toeslaan. En ook met de overtuiging dat ik, tot nu toe, door de mazen van het net ben geglipt. Ik ben strijdlustig, verontwaardigd, opgewonden, altijd bereid tot actievoeren – misschien is die hele instelling wel niets anders dan het omzetten van mijn eigen pijn in compassie voor anderen.”

Meer lezen

Tekst Liddie Austin Fotografie Brunopress

Promotional image Promotional image

Inclusief magazine en paper goodies

Flow Klein Geluk Box

Met een magazine (met verhalen over wat klein geluk je brengt) en weer veel paper goodies, waaronder koffiebeker-stickers, ansichtkaarten en een jaarplanner.

Bestel zonder verzendkosten