Zo voer je betere gesprekken volgens filosoof en theatermaker Elke Wiss

Volgens praktisch filosoof en theatermaker Elke Wiss kunnen we anderen én onszelf enorm helpen door betere gesprekken te voeren. Dat begint met het stellen van goede vragen.

Je helpt mensen betere vragen te stellen. Waarom vind je dat zo belangrijk?

“Ik denk dat er in de maatschappij van nu veel behoefte is aan betere gesprekken. En goede gesprekken starten met goede vragen. Hoe vaak zie je bijvoorbeeld niet dat een gesprek ontaardt in een strijd, waarbij het hoogste doel is om van de ander te winnen? Goede vragen leiden juist tot verbinding en tot verdieping, ze zijn een manier om een gelijkwaardig gesprek te voeren met de ander en om tot de kern te komen.

Gesprekken worden echt veel fijner als je nieuwsgierig bent en andere vragen stelt. Ik heb bovendien gemerkt dat goede vragen ook leiden tot helderder denken. Vaak maak je het jezelf moeilijk met alle verhalen die steeds maar door je hoofd blijven spoken. Als je jezelf de juiste vragen stelt, kun je afstand nemen van die verhalen en dan kun je ook beter zien wat er nu echt aan de hand is. Ik lig zelf veel minder vaak te piekeren in bed sinds ik getraind ben in het voeren van goede gesprekken. Ook heb ik nu veel fijnere gesprekken met mezelf.”

We zijn slecht in het stellen van goede vragen, schrijf je in je boek Socrates op sneakers.

“Ja, dat klopt. Terwijl vrijwel iedereen denkt dat het heel makkelijk is om goede vragen te stellen, we doen het tenslotte de hele dag door. Althans, dat dénken we. Eigenlijk spreken we vaak een zin uit met een vraagteken erachter. Bijvoorbeeld: ‘Vind jij Els ook zo kortaf de laatste tijd?’ Of: ‘Waaromheb je alweer niet gestofzuigd?’ En we schieten ook vaak meteen in de advies- of reparatiereflex als iemand
een probleem vertelt. Dus in plaats van te luisteren en het standpunt van de ander verder te gaan onderzoeken,komen we met een suggestie: ‘Heb je al geprobeerd met haar te praten?’Of: ‘Heb je die-en-die therapie al eens geprobeerd? Die heeft mij namelijk erg geholpen.’

We leggen vaak meteen een relatie met ons eigen leven in plaats van bij het verhaal van de ander te blijven. Uit onderzoek blijkt ook dat we liever zelf praten dan dat we naar een ander luisteren. Als je over jezelf praat, maken je hersenen het geluksstofje dopamine aan, dus je hebt ook nog eens een natuurlijke neiging om zo snel mogelijk over jezelf te beginnen in plaats van met je aandacht bij het verhaal van de ander te blijven.”

Hoe kan het dan wel?

“Een goede vraag is een uitnodiging om een laagje dieper te gaan. Een uitnodiging tot nadenken, uitleggen, aanscherpen, verdiepen of tot iets anders. Belangrijk is dat je bij het verhaal van de ander blijft en een open en nieuwsgierige houding aanneemt. Dat betekent vaak ook een stapje terug doen en jezelf even wat minder belangrijk maken. Dat is best lastig, want we zijn erg gehecht aan onze eigen mening. Of we projecteren onze eigen angsten, gevoelens of ideeën onbewust op het verhaal van de ander. Dan stellen we een vraagom onszelf gerust te stellen en niet om uit te diepen wat de ander zegt.

Een goede vraag is oprecht en zet je gesprekspartner ook aan tot denken, zonder dat je probeert te sturen of te beïnvloeden. Zo’n vraag start vanuit ‘niet-weten’ of twijfel. Daar scoor je in deze maatschappij geen punten mee, want je moet juist overal een mening over hebben. Onwetendheid of twijfel wordt als inferieur gezien. Voor zo’n houding moet je echt je best doen.”

Jouw inspiratie is Socrates. Wat trekt je aan in de denkbeelden van deze Griekse filosoof?

“Socrates ging in Athene voortdurend in gesprek met iedereen over belangrijke kwesties in hun werk en in hun leven. Door steeds dóór te vragen liet hij mensen verantwoording afleggen over hun beslissingen en hun eigen gedrag. Want door dat doorvragen, werden de redeneringen die tot een standpunt leidden expliciet. Zijn motto was: ik weet dat ik niets weet. Eigenlijk waren zijn gesprekken een gezamenlijke zoektocht naar wijsheid. Ik pleit in mijn boek voor zo’n socratische houding. Dat is een vragende houding waarbij je ervan uitgaat dat je iets niet weet. Een beetje dus zoals kleine kinderen dat doen, verwonderd en onderzoekend.

Wil je zo’n houding ontwikkelen, dan is de eerste stap dat je je bewust wordt van je eigen denken. Dus van wat je denkt en hoe je denkt. Welke overtuigingen heb je bijvoorbeeld? En denk je snel of langzaam, associatief of logisch? Pas als je weet wat en hoe je denkt, kun je er bewust mee omgaan en ruimte maken voor iets anders.”

Dat klinkt als mindfulness.

“Ja, dat is het ook. Deelnemers aan cursussen of trainingen noemen deze manier van kijken en denken ook vaak ‘actieve mindfulness’. Een belangrijke oefening bij het ontwikkelen van een socratische houding is je eigen gedachtes observeren, doe dat echt zo vaak als je kunt. Want hoe beter je je eigen denken leert kennen, hoe makkelijker het wordt om patronen te herkennen en later ook te doorbreken.
Je kunt dit doen tijdens een gesprek, maar ook gewoon in je eentje als je thuis op de bank zit. Wees je heel bewust van wat je denkt. Dat helpt je ook om je eigen gedachtes wat minder serieus te nemen, want hé, het zijn maar gedachtes.

Als je je bewust bent van je eigen denken, kun je dat denken ook steeds beter sturen. Ook tijdens een gesprek. Merk je dat je wordt afgeleid, breng je aandacht dan bewust terug naar je gesprekspartner.
Merk je op dat je in een emotie of oordeel schiet, probeer dan afstand te nemen en te onderzoeken op welke waarden dat oordeel gebaseerd is. Probeer af en toe bewust eens niet te begrijpen, maar te onderzoeken. Dat vergt veel oefening, maar brengt je echt verder als je goede gesprekken wilt voeren.”

Een belangrijk onderdeel van een socratische houding is ook verwondering, schrijf je.

“Van Socrates is de uitspraak: ‘Wijsheid begint met verwondering.’ Een van de belangrijkste onderdelen van een vragende houding is verwondering. Verwondering is wel iets anders dan verbazing. Je verbaast je vooral als er een verrassing schuilt in een situatie. Je kunt je er bijvoorbeeld over verbazen dat je collega tien minuten te vroeg op kantoor is, als ze meestal te laat is. Verwondering is subtieler,
verwondering is meer een keuze. Je kunt naar dezelfde situatie kijken en wel of niet verwonderd raken.”

Heb je een voorbeeld?

“Wie heeft er niet ooit op haar rug in het gras gelegen, naar de wolken gekeken en toen gedacht: wolken zijn eigenlijk best bijzonder. Die ene wolk lijkt op een konijn. En op dit moment vliegen daarboven mensen in een vliegtuig en ik lig hier nu in het gras. Terwijl je op andere dagen onder diezelfde wolken door loopt en er helemaal geen seconde bij stilstaat. Voor die verwondering kun je ook kiezen in een alledaagse situatie. In plaats van je bijvoorbeeld meteen te ergeren in een gesprek met een collega, kun je je ook verwonderen en je afvragen: wat maakt dat zij in deze reactie schiet? Welke vooronderstellingen liggen er onder haar verwijten? En wat zeg ik daar dan vervolgens op?

Ik noem dat perspectivistische lenigheid. Dat is het vermogen om een idee, vraag of probleem écht van zo veel mogelijk kanten te kunnen bekijken zonder je aan één bepaald perspectief vast te klampen. Je hecht je dan niet aan je oordeel, maar je realiseert je dat dit jouw kijk is op de werkelijkheid. En dat je die kijk juist kunt onderzoeken, dat hij een ingang is naar jouw onbewuste aannames en vooronderstellingen. Als je dat traint, wordt je denken steeds flexibeler en ook sterker.”

Opvallend vond ik in je boek dat je bij een socratische houding weinig hebt aan empathie.

“Ja, met die opmerkingen maak je geen vrienden, haha. Maar het is inderdaad zo dat je weinig hebt aan
empathie als je scherpe vragen wilt stellen die het denken van de ander in beweging zetten. Dat druist natuurlijk helemaal in tegen wat je altijd hoort, dat je juist empathisch moet luisteren. Empathie houdt in dat je jezelf inleeft in de ander, de wereld probeert te ervaren zoals de ander die ervaart. Daar lijkt op het eerste gezicht ook niks mis mee. Maar empathie werkt averechts als je de juiste afstand wilt bewaren en verdiepende vragen wilt stellen.

Het probleem met emotionele empathie en het voelen van andermans pijn, is dat het je vermogen om objectief te oordelen enorm beïnvloedt. In situaties waarin het beter is als je niet wordt meegezogen in het verhaal van de ander, als je bijvoorbeeld het overzicht wilt bewaren, is het beter om compassievol te zijn dan empathisch. Je kunt dan wel hulp en steun bieden, zonder jezelf te verliezen in ‘mee-lijden’. Daardoor kun je beter luisteren en analyseren. Iemand is daar soms meer mee geholpen dan wanneer je alleen haar of zijn gevoelens spiegelt.”

Dat klinkt best rationeel.

“Volgens mij zijn ratio en emoties niet per se twee verschillende dingen. Wat we denken, beïnvloedt wat we voelen en andersom. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door de verhalen die je jezelf vertelt, kun je je emoties versterken. Je wordt dan nóg bozer of verdrietiger. Juist door jezelf of een
ander vragen te stellen, kun je een verhaal ‘ontzenuwen’ en objectiever naar de feiten kijken. Ik heb gemerkt dat ik me rustiger ging voelen toen ik beter ging denken. Verdriet werd bijvoorbeeld ‘schoner’ verdriet, ontdaan van alle bijgedachten en verhalen die het alleen maar erger maakten.”

Welke tip wil je meegeven?

“Twijfel de volgende keer dat je met iemand praat eens lekker aan je eigen gelijk. Train jezelf in het innemen van verschillende perspectieven en durf van mening te veranderen. Stel wat vaker een vraag, ook al voelt dat in het begin misschien raar. Je zult merken dat dat leidt tot verrassende gesprekken. En dat je, als je je écht verdiept in wat iemand bezighoudt, veel meer verbindt met die ander. De wereld van nu is gebaat bij gesprekken waarin we samen wijzer willen worden in plaats van de ander te overtuigen
van ons eigen gelijk. Gesprekken waarin we de tijd nemen voor nieuwe perspectieven en inzichten en waarin we eerst willen begrijpen en daarna pas begrepen willen worden.”

Elke Wiss

Elke Wiss (1986) is theatermaker en praktisch filosoof. Ze geeft lezingen, trainingen en workshops in
socratisch denken en de kunst van het stellen vande juiste vragen.

Haar eerste boek is Socrates op sneakers – Filosofische gids voor het stellen van goede vragen (Ambo|Anthos).

Interview Sjoukje van de Kolk Fotografie Priscilla Du Preez/Unsplash.com

Promotional image Promotional image

Meer dan 150 pagina’s met paper goodies

Flow Paper Book for Nature Lovers

Een lekker dik boek met patronen en illustraties van Flow illustratoren. Een Paper Book van Nature Lovers voor Nature Lovers.

Bestel zonder verzendkosten