Lee verhuisde naar Transsylvanië en startte een eigen voedselbos

voedselbos

Journalist Lee Rammelt woont half in Nederland, half in Transsylvanië − en dat klinkt verder weg dan het is. In het noordwesten van Roemenië, met veel bloemen en natuur, is Lee een eigen voedselbos gestart.

De eerste keer dat ik Transsylvanië in reed, voelde het als de ontdekking van een goed bewaard geheim. Waarom wist ik dit niet? Waarom had niemand me ooit verteld hoe verschrikkelijk mooi het hier is? Het glooiende landschap, de weilanden vol wilde bloemen en herders die hun schapenkuddes hoeden in het gezelschap van hun trouwe honden die hen beschermen tegen wolven en beren. De dorpen waar omaatjes gehuld in bloemenschorten met hun kleurrijke sjaals stevig om hun hoofd geknoopt ijverig in de tuin werken, potten vol augurken wekken, bezems knopen en achter het weefgetouw zitten: alsof de tijd hier honderd jaar heeft stilgestaan.

Volledige overgave

Iedereen, van de buurvrouw tot de buschauffeur, vraagt het me: ‘Wat doe je hier?’ Kwam ik voor de liefde of was ik op de vlucht? Allebei is waar. Door me in een opwelling aan te melden als vrijwilliger bij een kleine Nederlandse stichting kwam ik in 2008 in Transsylvanië terecht, en ik viel er als een blok voor. Voor alles. Voor de dozijnen Romakinderen met wie ik zomer in zomer uit knipte, plakte, praatte en knuffelde. Voor de mensen, de tradities, de natuur. En vergeleken met het goedgeordende Nederland is het voor mij precies de juiste mate van onvoorspelbaar. Het leven in Transsylvanië laat zich niet sturen of regelen, het vraagt om volledige overgave.

Prachtige natuur

Toen ik een vriendin vertelde dat ik een permanente poot aan de grond ging zetten in Transsylvanië, keek ze me aan alsof ik zojuist had geopperd door de kast Narnia in te stappen. Het doet hier inderdaad niet onder voor een sprookje.

Transsylvanië staat bekend om zijn bergen en zijn bossen. Naast de wolven en beren vinden ook vossen, jakhalzen en lynxen hier hun thuis. De lijst met inheemse wilde bloemen is lang en ik kom er de een na de ander tegen op mijn dagelijkse wandelingen met mijn honden. Ze trekken bijen en vlinders aan en het maakt de explosieve lentes hier een paradijs. Van het ene op het andere moment is na een lange strenge winter alles weer groen en barst de natuur uit haar voegen.

Prins Charles

Ik ben niet de enige die zo begeesterd is geraakt, en gebleven, van het ongekende natuurschoon van deze regio. Prins Charles is een fervent liefhebber en geregeld te vinden in Viscri, een vestingdorpje met Unesco-status. Zijn traditionele Saksische boerderij in het typisch Transsylvaanse blauw trekt veel bezoekers. De prins komt niet alleen vakantie vieren, maar zet zich met zijn Prince of Wales’s Foundation Romania in voor het beschermen van de biodiversiteit en het culturele erfgoed.

Hij ondersteunt kleinschalige boerenbedrijven en stimuleert duurzaam ondernemen. Voor een van zijn passieprojecten nodigde hij in 2018 en 2019 maar liefst 36 botanische kunstenaars uit om deel te nemen en twee weken in Transsylvanië te werken. Het resultaat is een uniek tweedelig naslagwerk, The Transylvania Florilegium, dat de wilde bloemenpracht in beeld brengt met verfijnde illustraties.

Botanisch tekenen

Anita Walsmit Sachs tekende als enige Nederlandse botanische kunstenaar mee aan het prinselijk project: “Viscri ademde iets heel bijzonders uit. ’s Ochtends vroeg zag je de jonge herders de stallen openen en op pad gaan met de dieren. Wij vertrokken na het ontbijt met een auto richting de velden, waar we onze bloemen bestudeerden. In de tweede week namen we onze intrek in Zalanpatak, het historische landgoed van graaf Tibor Kalnoky. Vanuit hier konden we zo te voet het veld in. Wat een prachtige plek.”

Geregeld gaat Anita nog terug naar Roemenië, waar ze lesgeeft in Brasov in botanisch tekenen. “Lesgeven is de leukste kant van mijn werk. Als leerlingen zeggen dat ze anders hebben leren kijken naar de natuur, naar de planten in hun tuin, ben ik blij dat ik heb kunnen bijdragen aan die bewustwording. Die inspiratie delen, daar draait het om.”

Traditioneel huisje

Mijn plekje hier bevindt zich precies in het midden van Transsylvanië op een heuvel vlak naast de rivier de Mures, waarop ik als enige hier vanuit mijn huis direct uitzicht heb. Ik heb een traditioneel lemen huisje aan het eind van een onverharde weg. De renovatie heeft wel wat voeten in de aarde. De vorige eigenaar had er in een vlaag van modernisering overal een flinke laag cement tegenaan gesmeerd. Dat oogt strak en sterk, maar achter die façade voltrekt zich een drama. De lemen muren kunnen niet meer ademen en de leem krimpt in en trekt los, waardoor de muren flinke scheuren vertonen.

Omdat ik geen flauw idee had hoe dit aan te pakken, meldde ik me aan voor de leembouwworkshop van Ileana Mavrodin. Ze deed onder meer in Canada uitgebreid onderzoek naar leembouw, bijvoorbeeld naar hoe bestendig lemen bouwwerken zijn tegen aardbevingen, en ze tekende voor het ontwerp van het ‘kleikasteel’, een hotel in de buurt van Sibiu dat eruitziet als een elfjesdorp met kleine witte vertrekken met puntdakjes.

Klei verzamelen

Elke zomer nodigt Mavrodin groepen enthousiastelingen uit op haar terrein Casa-Verde in Sasca Româna , een afgelegen dorp richting de Servische grens, om zich de basis van het bouwen met leem eigen te maken. Dit gaat allemaal op de traditionele manier. De klei wordt in de regio bij elkaar geschept, water wordt uit de rivier gehaald en op blote voeten wordt het met wat stro en zand tot een robuust mengsel gestampt. Muren worden opgebouwd rondom een houten frame, tot minimaal veertig centimeter dik om de juiste isolatiewaarde te bereiken.

Het idee dat het hout en niet de muren het huis dragen, geeft me genoeg vertrouwen om te beginnen met bikken, zonder angst dat het dak van mijn huisje naar beneden komt. Stap voor stap transformeren mijn binnenmuren naar hun originele staat, met hulp van Marin, Adi en Dani, die met paard en wagen voor me op pad gaan om de beste klei te vinden.

Wolhandwerkplaats

Geregeld zie ik pluimpjes rook verspreid over de heuvels. Het is de wol van de pas geschoren schapen, waarvoor geen afname meer is. Opslag is te kostbaar voor iets waarvan je bijna zeker weet dat je er nooit meer vanaf komt. Dus dan maar de fik erin. Ik voel altijd een zweem van verdriet over deze verspilling.

Het Roemeense schaap, de turcana, heeft een lange, dikke en beetje pluizige vacht van wat ruwe vezels. Die werd van oudsher gebruikt voor kleding, vloerkleden en beddenspreien, alles met de hand gesponnen en geweven. Het handwerk lijkt met de huidige generatie Roemeense oma’s te gaan verdwijnen, maar gelukkig is er Gerta. Gerta van den Tol runt een wolhandwerkplaats vanuit haar huis in Metis, een klein dorp dat verscholen ligt in de heuvels voorbij Medias. Voor haar label Noetsj verzamelt en verwerkt ze lokale wol, een heel arbeidsintensief proces.

Schapen die vrij kunnen rondstruinen, houd je niet uit de buurt van struiken en stekelige planten. De vachten zitten vol met takjes en zaadpeulen, vastgeklit aan de wol. Gerta wast haar wol met regenwater, bewerkt veel met de hand en verft alles met pigmenten uit bloemen, planten en noten uit haar directe omgeving. Van het vilt maakt ze kussens en lampenkappen, en van de losjes gesponnen wol breit en haakt ze sjaals en dekens.

Een klein voedselbos

Op een stuk grond van zo’n vijftienhonderd vierkante meter wijd ik me aan mijn eigen passieproject: het uitvogelen van een permacultuurplan, ofwel de aanleg van een klein voedselbos. In theorie moet dit in vijf jaar te realiseren zijn. Maar mijn vingers waren in het begin hier verre van groen. Het huis stond zes jaar leeg en de tuin en boomgaard waren veranderd in een metershoge brandnetel-jungle. Dus die moest eerst worden getemd, zodat de wilde aardbeien weer kunnen ademhalen.

Het is ook de uitdaging om met zo min mogelijk aanschaffen de tuin toch vol te krijgen. Een van de lokale tradities is het uitdelen of uitwisselen van zaadjes. Dit gebeurt met buren, vrienden en familie, maar er worden ook in het voorjaar zaadruilbeursjes gehouden in buurthuizen. Zo kom ik aan zaden voor kruiden en bloemen. Ik verheug me ook elke keer weer op mijn buurvrouw, die aan het hek staat met een zakje zaadjes.

Zaden

Van groente die ik op de markt koop, bewaar ik zelf ook de zaden. Een vriendin kwam fruitboompjes brengen en zelf lukte het me om uit noten drie walnotenboompjes en twee tamme kastanjeboompjes op te kweken. Naast de hardnekkige brandnetel heb ik een haat-liefdeverhouding met de acacia. Deze boom is geen inheemse soort en hoewel ik acaciahoning een van de lekkerste varianten vind, is het snoeien en weghakken van de jonge scheuten die overal uit de grond schieten niet mijn hobby.

Er zitten gemene, stevige stekels aan en de puntjes van deze doornen gaan dwars door mijn handschoenen heen. Volgens mijn goede vriend Stefan Constantin, een bosbouwingenieur, kan de walnoot de acacia goed aan, dus uiteindelijk krijgen we hem er wel onder. Ik mag de acacia ook niet helemaal uitvlakken, want het is wel het hout waarvan Stefan met zijn team mijn prachtige omheining heeft gebouwd, duurzaam en helemaal zonder restafval.

Mijn buurman komt geregeld poolshoogte nemen en loopt dan hoofdschuddend over mijn terrein, waarbij hij kreten slaakt als ‘Doamne fereste’ (God verhoede) bij de aanblik van mijn organisch gevormde bedden bedekt met stro om het onkruid te temperen en de dille die vrij mag woekeren. Maar ik weet dat hij stiekem trots op me is. Zodra hij denkt dat ik buiten gehoorafstand ben, zegt ie tegen mijn leemwerkers: “Wat is zij toch ijverig en alles puur natuur.”

Zingend oogsten

Voor mijn verjaardag neemt Greg, reisgids en goede vriend, me mee naar de provincie Harghita. We brengen een bezoekje aan een biologische theetuin die Emese Csiki opzette samen met haar, wijlen, Nederlandse man. Emese houdt open dagen en terwijl de tuin open is voor publiek worden al zingend de rozen geoogst.

Ik zie dat haar Echinacea-planten het veel beter doen dan de mijne, dus ik kan het niet laten haar om advies te vragen. Als antwoord nodigt ze me binnen uit om een blik te werpen op de uitgebreide bibliotheek die haar man aanlegde. Ik neem me voor een keer terug te komen, want hier staat een schatkist aan informatie op de planken. Met een doos vol thee op schoot zit ik als een kind zo blij in de auto op de terugweg. Terwijl ik uit het raam staar denk ik: er zijn zo veel droomplekken hier, ik zou overal wel willen wonen.

Meer lezen

Tekst en fotografie Lee Rammelt

Promotional image Promotional image

Met DIY-papier

Flow 7 is er!

Flow 7 ligt in de winkel mét vernieuwde vormgeving en inhoud. In het nieuwe nummer lees je onder andere verhalen over de ruimte nemen om het anders te doen en hoe trots je verder kan helpen.

BEKIJK HET HIER