Flow Sewalong week 2: knippen en spelden

Flow sewalong

Het is de tweede week van de Flow Sewalong. In samenwerking met Nienke van Leverink, auteur van Het grote naaiboek, gaan we de komende weken samen aan de slag met het maken van een (feest)jurk. Deze week de tweede stap: knippen en spelden.

Op de lapjesmarkt in de Westerstraat in Amsterdam koop ik op een maandagochtend 3,5 meter (ja, ruim, want ik heb weinig fiducie in mezelf) van een zwart/bruin/citroengele ruitjesstof. Geen roze glitters, maar toch een beetje kerstsfeer, redeneer ik. Ik betaal er 30 euro voor.

Ik kies bewust voor stof met een patroon, omdat ik dan houvast heb aan de lijnen en minder snel scheef ga. Het nadeel is natuurlijk wel dat ik die ruitjes bij de naden op elkaar moet laten aansluiten, maar wie dan leeft, die dan zorgt.

Nog een nadeel van gebreide stof is dat het glibbert en dat de lagen dus niet goed op elkaar blijven liggen als de stof is dubbelgevouwen. Het voordeel is dan weer dat je wel een oneffenheid makkelijk met de hand kunt wegstrijken of iets op een bepaalde plek strakker kunt aantrekken. Katoen (geweven stof) werkt wat dat betreft minder mee.

De jurken uit Het grote naaiboek zijn allemaal uit één stuk, dat betekent dat we een kwartpatroon tekenen (zie week 1), de stof twee keer dubbelvouwen (in de lengte en in de breedte) en uiteindelijk een enorme lap hebben, die bij de schouders gevouwen is en die je alleen nog maar onder de armen en aan de zijkant aan elkaar hoeft te naaien.

Knippen: de werkwijze (uit Het grote naaiboek)

  • Vouw de stof eerst in de lengte dubbel en vervolgens in de breedte, wat een precisiewerkje is. Doe dit met beleid, zodat de stof rustig komt te liggen en nergens trekt. Let op dat de stof bij de verticale lengtestofvouw en de horizontale breedtestofvouw precies op elkaar komt te liggen.

  • Leg het patroon met ‘middenvoor en -achter’ langs de verticale stofvouw en met de ‘schouderlijn’ langs de horizontale stofvouw.
  • Leg een paar zware voorwerpen op het patroon zodat het niet gaat schuiven.
  • Trek het patroon met kleermakerskrijt over en leg het patroon van de zak naast het patroon van de jurk op de vierdubbele stof en teken ook die met kleermakerskrijt op de stof na.
  • Knip de jurk met 2 cm extra langs de onderarm- en zijnaad en met 7 cm aan de onderkant (als je dat nog niet had ingetekend op het patroon).
  • Gebruik de hele stofbreedte voor de jurk, zodat je de mouwen zo lang mogelijk kunt maken, tenzij je voor kortere mouwen kiest.
  • Knip de achterhals uit plus 1 cm extra voor de naad.
  • Vouw nu de stof in de lengte open en knip aan één kant de verdiepte voorhals plus 1 cm extra voor de naad uit.

  • Knip de zak één keer uit 2x dubbelgevouwen stof met 1 cm extra rondom voor de naden.

Knippen: uitvoering

Ik worstel om de enorme lap netjes gevouwen te krijgen en grijp vervolgens alles wat ik maar kan om het patroon op de goede plek te krijgen. Daarna trek ik het patroon met kleermakerskrijt over. Ik teken ook alvast de zakken op de stof, zoals aangegeven op het patroon – geen idee of ik ze daar ook ga plaatsen, maar dan heb ik de informatie in elk geval compleet.

Dan moet er geknipt worden. Ik heb een beetje last van knipangst. Dit is het, als ik nu een fout maak, kan die niet meer worden hersteld: zulke gedachten gaan door mijn hoofd. Maar ik weet dat ik het patroon altijd ruim teken, dus ik zal eerder te veel stof overhouden dan te weinig. Ik begin te knippen. Dat gaat heel moeizaam. Is de schaar bot? Heb ik er papier mee gesneden? Koortsachtig ga ik mijn knipactiviteiten van de afgelopen week na. Dan bedenk ik dat dit voor het eerst is dat ik vier lagen stof in één keer knip. Het is dus normaal dat ik er niet doorheen zoef.

Na het patroon knip ik de achterhals uit, daarna vouw ik de jurk in de lengte open en knip de voorhals (nog zo’n ‘nu kan ik niet meer terug!’-moment). Als ik de stof daarna in de breedte openvouw, ziet het er bepaald al jurkerig uit.

Spelden: de werkwijze (uit Het grote naaiboek)

  • Vouw de uitgeknipte jurk langs de schouderlijn dubbel met de goede kanten naar binnen.

  • Speld de zijnaden en de onderarmnaden op 2 cm van de buitenrand dicht.
  • Rijg de onderarm- en zijnaden (facultatief), maar niet precies op 2 cm afstand van de buitenrand, zodat je straks niet door het rijggaren hoeft te stikken om daarna eindeloos bezig te zijn de rijgdraad eruit te pulken.
  • Zigzag bij losse stof de hals preventief tegen ladderen voor je de jurk gaat passen.
  • Pas de jurk en kijk of-ie goed zit. Realiseer je wel dat een jurk met gestreken naden fraaier valt, misschien dat je hem toch iets wijder of iets minder wijd wilt stikken. Zo ja, stik dan de jurk iets nauwer of wijder.

Spelden: de uitvoering

Spelden is fijn hypnotiserend. Keurig op een rijtje speld ik meters stof aan elkaar. Je kunt eventueel ook rijgen. Een vriendin die erg goed kan naaien, rijgt alles, maar ik houd er niet zo van. Ik speld liever en stik de naden desnoods later wat bij. Als je wel gaat rijgen, moet je daar speciaal rijggaren voor gebruiken. Dat is wat grover en kun je makkelijk kapot trekken, als de draad er later weer uit moet. Verder naai je met de hand als gewoonlijk.

Nu moet ik dus wel een jurk passen met tientallen naalden erin (daarom steken de naalden bij mij altijd naar de buitenkant van de stof!). En uiteráárd gaat de bel net op het moment dat ik me in dit bovenmaatse speldenkussen heb geworsteld (ik verzin dit niet).

De jurk hangt nog een beetje (ik bespaar jullie de foto’s). Ik denk dat ik hem wat strakker wil in de taille, maar ik ga eerst stikken. De mouwen zijn goed en hij is in elk geval niet te klein, dat scheelt. Ik ben eigenlijk best onder de indruk: het lijkt echt op een jurk. Nu nog kijken hoe ik er zonder verwondingen uit kom.

Meer lezen

Tekst en fotografie Nienke van Leverink  Patroon jurk Het grote naaiboek

Promotional image Promotional image

Wacht even

Neem vaker een #flowmomentje. Mijmer, verveel je, reflecteer, wacht en vooral: doe even niets. Want dat zijn we stiekem een beetje verleerd.

Even niets: zo doe je dat