Nieuwe columnist Babs ontdekt dat het leven vol knikken zit: ‘Soms is het de enige taal die we hebben’
In sommige gevallen schieten woorden tekort. Zelfs dichter Babs Gons kent dat gevoel. Maar woorden zijn niet altijd nodig, ontdekt ze. Er bestaat een andere taal die iedereen begrijpt: knikken.
Zelfs als dichter, of misschien juist als dichter, ben ik soms zo moe van de taal. Van het zoeken naar de juiste woorden om precies te kunnen zeggen wat ik wil. Soms wil ik de taal achterlaten op mijn schrijftafel, wil ik uit de taal lopen en de deur achter me dichttrekken.
Vooral in tijden waarin zo veel gebeurt dat je het nauwelijks kunt bijhouden, voel ik de beperkingen van de taal meer dan ooit. Welke combinatie van woorden doet nog recht aan het onrecht, aan de chaos in de wereld.
Zoeken naar de juiste woorden
Nadat ik weer dagen gefrustreerd achter mijn schrijftafel heb gezeten, loop ik naar mijn buurtpark om mijn hoofd leeg te wandelen. Als ik bij het zebrapad even opkijk, kijk ik recht in het gezicht van een man die uit het raam hangt. Zijn blik is knorrig en ik wil mijn hoofd al wegdraaien, maar besluit op het laatste moment naar hem te knikken. De man knikt terug, zijn gezicht verandert van knorrig naar een beetje aardig en de temperatuur lijkt iets te stijgen.
Even later knikt een vrouw met een knalgroene sjaal die achter haar aan wappert naar me vanaf haar fiets. Ik vraag me af of we elkaar kennen, knikte ze daarom? Of was het gewoon een hallo? Misschien had zij ook de hele dag zitten zoeken naar de juiste woorden en besloot ze alleen nog maar te knikken.
Honda C50
Terwijl een fatbike met vier pubers erop gevouwen me voorbij scheurt, moet ik denken aan hoe ik als tiener zo graag wilde knikken naar de coole kinderen. Ik logeerde toentertijd vaak bij een vriendin die in het Gooi woonde, waar de coolste brommer die je maar kon hebben de Honda C50 was. Als je iemand tegenkwam op dezelfde brommer, knikte je naar elkaar.
We knikken soms hele verhalen
Toen ik eindelijk ook zo’n brommer bij elkaar had gespaard, kon ik niet wachten om te knikken naar de hipste tieners. Alleen hadden ze in de Bollenstreek geen idee hoe hip ik was. De enige anderen die ik tegenkwam op een Honda C50 waren vissers van middelbare leeftijd, met hun visgerei achterop.
Verschillende soorten knikken
Het leven zit vol knikken, denk ik terwijl ik het park inloop. Soms knik je naar hetzelfde haar. Ik knik opvallend veel naar afro’s, vooral op plekken waar we dun gezaaid zijn. Ik knik soms samenzweerderig naar vrouwen van mijn leeftijd die zich met een waaier koelte toewuiven.
Er zijn de ‘hé, ik herken me in jou’-knikken op momenten dat je denkt dat je alleen bent. Ik knik, al heb ik je nog nooit gezien, maar ik zie jou in mij. Ik zie mij in jou. We knikken soms om het vreemden van elkaar zijn even te onderbreken, we knikken ook in andere talen, en soms knikken we hele verhalen in een eenmaatsritme.
Iedereen spreekt knik
De mooiste knik was die van mijn oma, op haar sterfbed. Met een paar familieleden zaten we om haar heen en vlak voordat ze haar laatste adem uitblies, knikte ze ons bijna onzichtbaar nog even toe. Er viel niets meer te zeggen, maar nog alles te knikken. En dat is misschien wel het mooie ervan, iedereen spreekt knik. Soms is het de enige taal die we hebben.
Door de jaren heen is schrijver en dichter Babs Gons anders gaan kijken naar de wereld om zich heen. In deze column schijnt ze een warm licht op dat wat ons menselijk maakt.
Meer lezen
- Deze intieme documentaire van Babs Gons wil je zien en wel hierom
- Als woorden tekortschieten (en dat gebeurt vaker dan je denkt)
- 5 boekentips van spoken word artiest en dichter Babs Gons
Fotografie Danique van Kesteren