Malene Lei Raben woont in een voormalig Deense commune: zo ziet haar kleurrijke huis eruit
De Deense advocaat en schrijver Malene Lei Raben woont met man en hond midden in Kopenhagen. Dat hun huis vroeger tot een commune behoorde, voelt ze nog steeds: mensen in de buurt helpen elkaar en vieren graag samen feest. Zo ziet haar huis in Denemarken ervanbinnen uit.
Waar woon je precies?
“In de kleine, rustige wijk Valby, in het midden van Kopenhagen. In de seventies maakten deze huizen deel uit van een commune, ons huis heette Tiger Mountain – die naam gebruiken we nog weleens voor de grap.
Als kind woonde ik hier al in de buurt en als ik hierlangs fietste, dacht ik altijd: wat is dit toch voor een bijzondere plek? 23 jaar geleden ging ik mee met de baas van het bedrijf waar ik werkte, om te kijken of hij dit huis wilde kopen.
Het moest totaal gerenoveerd worden en dat zag hij niet zitten. Toen heb ik gezegd: ik wil het! Stap voor stap hebben we het aangepakt. In het begin deden we alles zelf, pas toen het haar van mijn man grijs werd, zijn we dingen gaan uitbesteden, haha.”
Waarom is het hier prettig wonen?
“Deze wijk was altijd rustig, helaas is dat verleden tijd sinds de komst van toeristen. Maar onze buren zijn goud waard: het zijn stuk voor stuk aardige, gulle, artistieke bewoners. Vaak zie je dat mooie wijken worden overgenomen door mensen met te veel geld, maar hier valt dat nog mee.
Misschien is het communegevoel nog een beetje overeind gebleven: we helpen elkaar, passen op elkaars kinderen, vieren feestjes met elkaar. Dit weekend hadden we nog een groot buurtfeest, we waren met zo’n zeventig mensen de hele avond aan het dansen. Er wonen ook nog steeds bewoners van het eerste uur.
Eigenlijk is het huis wat groot, nu onze kinderen vertrokken zijn, maar we willen liever niet verhuizen, want zo’n fijne plek vinden we nooit meer. Er komen vaak mensen logeren; zoals laatst vijf jongeren die hadden gedemonstreerd voor het klimaat en een slaapplaats zochten. We vinden het fijn om ons huis te delen.”
Omschrijf je stijl eens?
“We begonnen ooit typisch Scandinavisch: strak, wit, met sobere meubels. Totdat ik ontwerper Nadia Olive Schnack leerde kennen, die kleuradvies gaf voor onze trap. Toen nam kleur het over. De sfeer is een beetje twenties, met zware gordijnen en een soort elegante touch.

Mijn man en ik houden allebei van die periode, omdat ie zo vernieuwend en bruisend was. Voordat we iets voor in huis kopen, moeten we het er allebei over eens zijn. Dat kan lang duren: over onze eettafel hebben we tien jaar gedaan, maar uiteindelijk valt het besluit.
We houden van spullen met geschiedenis, met een verhaal, uit een antiekshop of van een vlooienmarkt, dat maakt niet uit. Aan de muren hangen schilderijen van onze dochter, al bewonderen we ook Jock McFadyen, van het grote werk in de woonkamer, en Kaspar Bonnén, van wie ik ook een klein kunstwerk heb.”
Weekendrituelen?
“Ik ben freelance advocaat, maar daarnaast inmiddels ook schrijver: dit jaar komt mijn derde boek uit, over een koppel dat struggelt om er samen uit te komen. Inderdaad, inspiratie genoeg, haha. Verder ga ik graag naar musea, daar hebben we er genoeg van in Kopenhagen. En ik werk vaak in de tuin.
Ik had vroeger nooit groene vingers, maar dankzij onze tuin heb ik ze vanzelf gekregen. Zodra ik de tuin in stap, ontspan ik, het is echt een way of life geworden. Ik heb zelfs een tuinboek uitgebracht. Mijn moestuin is heilig. Sinds de kinderen uit huis zijn, kookt David. Ik lever dan de verse groenten en kruiden, dat lijkt me een eerlijke deal.”
Meer lezen
- Wonen tussen muren van glas: zo ontwierp Margit haar ‘kashuis’ in Noorwegen.
- Zo woont illustrator Mai-Britt met haar gezin in Kopenhagen: kleurrijk, creatief en heerlijk rommelig.
- Zonder hypotheek lukte het in Zweden wél: hoe freelancer Rosie een boshuisje vond en het zelf opknapte.
Fotografie Tia Borgsmidt