Hoe leef je in tijden van onrust en verandering? Het hoopvolle perspectief van een hoogleraar transitie
We leven in een tijd van onzekerheid en grote onrust. Maar onder de oppervlakte gebeurt ook verrassend veel goeds, zegt transitiehoogleraar Jan Rotmans.
Toen Jan Rotmans dertig jaar geleden aan de universiteit van Maastricht begon met onderzoek naar transities zag niemand daar de noodzaak van in. “Ik moest zelfs uitleggen wat een transitie was: een fundamentele verschuiving in ons denken, handelen en organiseren.”
Tegenwoordig is het een hot item. De landbouw, de zorg, de democratie, het klimaat: overal vinden grote verschuivingen plaats.
Hoe is het om transitiehoogleraar te zijn in een tijd waarin alles lijkt te veranderen?
“Voor mij als onderzoeker is dit een heel interessante tijd, maar als mens is het lastiger. Vanuit mijn expertise weet ik dat grote veranderingen altijd volgens een zeker patroon verlopen en dat er uiteindelijk een nieuw evenwicht ontstaat.
Tegelijkertijd weet ik dat het voor mensen moeilijk is om houvast te vinden als duidelijk is dat het oude niet meer werkt, maar er nog geen nieuwe norm is. In zo’n tussenfase vraagt iedereen zich af waar het heen gaat. Mensen worden bang, grijpen terug naar het verleden en verlangen vaak naar sterke leiders. Er is onzekerheid en chaos, dat voel ik natuurlijk ook.”
Wanneer ontstaat er een kantelpunt, als het gaat om grote maatschappelijke veranderingen?
“De aanloop naar zo’n kantelpunt is vaak lang en gaat over het algemeen gepaard met veel weerstand. In de eerste fase van een transitie lijkt er op het oog weinig te gebeuren, maar onder de oppervlakte verandert er van alles. Daarna komt er een tussenfase, waarin het oude systeem afbrokkelt en het nieuwe wordt opgebouwd.
‘Het ritme van de toekomst wordt door de onderstroom bepaald: de mensen die niet wachten, maar gewoon doen’
Als zo’n 25 procent van de bevolking ‘om’ is, ontstaat het kantelpunt, waarna het hard kan gaan. Er volgt dan een periode van chaos en snelle, intense verandering. Zo ging het met zonnepanelen, met elektrische auto’s, met hoe we naar voeding kijken. Op dit moment zijn er veel kantelpunten.”
Een tijd terug bent u begonnen met De Onderstroom, kunt u daar iets over vertellen?
“De Onderstroom bestaat uit mensen die nieuwe antwoorden geven op de uitdagingen van deze tijd. Want ja, we leven in grimmige tijden, in de bovenstroom zijn de golven hoog. Maar het ritme van de toekomst wordt door de onderstroom bepaald: de mensen die niet wachten, maar gewoon doen.
Met dit initiatief wil ik laten zien wat er ontstaat vanuit de mensen en de samenleving zelf. Toen ik vorig jaar merkte dat er wel erg veel somberheid heerste over de toestand van de wereld dacht ik: maar wacht eens even, er gebeurt ook zo veel moois onder de radar!
Wat voor mooie dingen bedoelt u bijvoorbeeld?
Neem bijvoorbeeld de zorgcirkels: netwerken van familie en vrienden, buren en zorgverleners. In die cirkels spreken mensen af om voor elkaar te koken, boodschappen te doen, naar de apotheek te gaan.
Er zijn nu al meer dan honderd van die cirkels, terwijl het fenomeen nog maar kort bestaat. Dat geeft hoop, dat je als gewone burger, met de uitdagingen van nu, wel degelijk iets kunt betekenen.”
Bent u wat dit betreft gevormd door persoonlijke ervaringen?
“Een aantal jaar geleden heb ik een ernstig fietsongeluk in de Franse Pyreneeën gehad. Lange tijd moest ik revalideren en kon ik nauwelijks iets doen. Opeens had ik de tijd om stil te staan bij mezelf en mijn leven. Ik vroeg me af of ik eigenlijk was geworden wie ik vroeger wilde zijn en realiseerde me dat ik weliswaar succesvol wetenschapper was, maar weinig maatschappelijke impact had.
‘Het gevoel dat er iets radicaals moet gebeuren om het tij te keren, wordt steeds groter’
Toen ik hersteld was van mijn ongeluk ben ik bewust ook andere arena’s ingegaan dan alleen die van de wetenschap. Zo heb ik organisatie Urgenda opgericht, waarmee we – onder meer – de Nederlandse staat hebben aangeklaagd. Op die manier hebben we de overheid gedwongen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.”
U houdt zich al jaren bezig met klimaatwetenschap, hoe kunnen we zorgen dat die aandacht niet verslapt?
“Het gevoel dat er iets radicaals moet gebeuren om het tij te keren, wordt bij mij steeds groter, net als bij veel andere mensen. Er verschijnen steeds weer rapporten die zorgen baren voor de toekomst. Nu zijn er altijd mensen geweest die klimaatproblemen hebben aangekaart. Denk aan De Club van Rome en Al Gore met zijn film An inconvenient truth.
Die hebben heus verschil gemaakt, maar soms is er voor transitie een echte crisis nodig. Daar zitten we nu middenin. Het klimaat is zichzelf nu aan het agenderen. Kijk naar alle weersextremen: de bosbranden, de overstromingen. Daar kunnen we niet van wegkijken, daar kunnen we niet omheen. Dus ik geloof niet dat die aandacht verslapt.”
Beschouwt u zichzelf als activist?
“Jazeker. Al noem ik mezelf ook weleens ‘scientivist’: wetenschapper én activist. Ik heb zo veel kennis opgebouwd dat het bijna als een plicht voelde om aan de bel te trekken in de politiek en de samenleving. Naar mensen van een zekere statuur wordt toch eerder geluisterd. En het is ronduit nodig om druk uit te oefenen.
Tegelijkertijd denk ik dat mensen pas echt in beweging komen als ze in het hart worden geraakt. Dus dat probeer ik: mensen in het hart te raken en niet alleen in het hoofd.”
Hoe raak je mensen in het hart?
“Ik doe dat door mezelf kwetsbaar op te stellen en vanuit mijn eigen gevoel te spreken. Dat kan alleen als je in verbinding staat met je hart. Als je durft te voelen, durft te kijken naar wat er in jou leeft en wat jouw rol is in het grote geheel.
Dus als ik lezingen geef, voor groepen spreek of ergens mijn verhaal doe, spreek ik vanuit mijn hart. Vanuit daar kan ik mensen ook heel direct aanspreken, zo van: ‘Misschien hebben jullie ook kinderen en kleinkinderen. Wat als die later nou vragen: wat heb jij eraan gedaan om te zorgen dat we de wereld mooier achterlaten in plaats van slechter? Wat is dan jouw antwoord?’”
Als u vooruitkijkt, waar hoopt u dan dat we over tien jaar staan?
“De grootste verandering is die van onze mindset. Want technisch kan alles al. Over twintig jaar kunnen we volledig duurzaam zijn, op alle fronten en niet alleen qua energie. Maar de belangrijkste transitie is dat wij onszelf als onderdeel gaan zien van de aarde, van de natuur, in plaats van alleen de bewoners die hier zijn voor hun eigen gewin.
Het mooie is dat deze beweging al gaande is en zeker onder jongeren snel groeit. Ze kijken al op een andere manier naar de wereld om hen heen. Als dat één kracht wordt, kan dat wel eens het verschil gaan maken. Dus daar hoop ik erg op.”
Jan Rotmans (1961) is hoogleraar duurzaamheid en transities aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is een van de grondleggers van de transitiewetenschap. Bij het RIVM ontwikkelde hij het IMAGE-klimaatmodel dat wereldwijd wordt toegepast. Rotmans schreef meer dan twintig boeken en honderden artikelen over klimaat, duurzaamheid en maatschappelijke transities. Daarnaast is hij medeoprichter van Urgenda, een actiegroep voor snellere verduurzaming.
Meer lezen
- Activisme lijkt het nieuwe normaal – tips voor als meedoen of je uitspreken onwennig voelt
- Angst voor verandering? 5 tips van een psycholoog om daarmee om te gaan
- Een beter klimaat begint bij jou
Illustratie Yelena Bryksenkova