Hoe doorbreek je hardnekkige patronen (en waar komen ze eigenlijk vandaan)? 4 tips van experts
Je snel aangevallen voelen. Onzeker worden van een kritische vraag. Door dat soort automatische reacties onder de loep te nemen, kun je je gedrag ontrafelen en begrijpen. Maar hoe doorbreek je die patronen? Journalist Catelijne Elzes zoekt het uit.
Wat voel ik me af en toe toch snel beledigd. Als mijn man zegt dat ik de vaatwasser niet goed heb ingeruimd bijvoorbeeld. “Kijk, zo past er meer in,” legt hij uit, terwijl hij de kopjes opnieuw rangschikt. Kijken doe ik dan misschien nog net, luisteren niet meer. Ik ben afgehaakt, boos.
Geen idee waarom zo’n relatief onschuldige opmerking zó met me aan de haal gaat. Soms snauw ik iets terug als: “Waar héb je het over, ik doe al zo veel in huis!” of ik zwijg en ga door met wat ik in de keuken aan het doen was. Beide reacties zijn niet echt ideaal. Dat weet ik. Het is een terugkerend patroon. Ik reageer vaker zo als ik me aangevallen of niet gezien voel. Ik wil dat niet meer. Het doet mijn relaties met de mensen die ik liefheb én die met mezelf geen goed.
Waar komt dat gedrag vandaan?
1. Ervaringen uit je jeugd hebben invloed
De gangbaarste theorie is dat er op dit soort momenten iets getriggerd wordt uit je jeugd. Klinisch psycholoog Hannie van Genderen schreef er samen twee psychotherapeuten het boek Patronen doorbreken over.
Van Genderen legt als volgt uit: “Ervaringen uit je jeugd, met name de manier waarop je opvoeders met je omgingen, hebben een grote invloed op je gevoelsleven als volwassene. (…) Als je als kind bijvoorbeeld vaak bent uitgelachen of gepest, is de kans groot dat je minderwaardig bent gaan voelen of je schaamt voor jezelf. Gewone opmerkingen vat je dan al snel op als afwijzing, zelfs als mensen het niet zo bedoelen. Het kan zijn dat je je daardoor terugtrekt uit gezelschap of juist snel boos wordt als mensen iets over je zeggen.”
2. Je hebt bepaalde gedragspatronen ontwikkeld
Door ervaringen uit je jeugd, zowel positieve als negatieve, ontwikkel je zogenoemde gedragspatronen. De Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young noemt het ook wel ‘modi’. Een modus is een emotie of houding waar je in schiet als oude gevoelens worden opgeroepen. Young noemt een paar van die modi:
- De gekwetste-kind-modus en de boze/impulsieve-kind-modus. In beide gevallen reageer je buitenproportioneel en op een enigszins onvolwassen manier.
- De veeleisende-ouder-modus. Hierbij mag je van jezelf niet falen en je spreekt jezelf bestraffend toe.
- De gezonde-volwassene-modus. Als je in je jeugd niet al te veel nare dingen hebt meegemaakt en de meeste basisbehoeften goed zijn vervuld, ontwikkel je gezonde overtuigingen over wie je bent, hoe anderen naar je kijken en hoe de wereld in elkaar zit.
- De gezond-kind-modus. Dat is de kant die gewoon plezier maakt, doet wat leuk is en niet alles zo serieus neemt. Alles waarbij je je ontspannen en blij voelt.
Zelf denk ik dat ik tijdens incidenten zoals die met de vaatwasser meestal in de gekwetste-kind-modus terechtkom. Dat komt waarschijnlijk doordat ik me als kind vaak over het hoofd gezien voelde. Ik was de jongste in een gezin van vier en mijn moeder ‘vergat’ me geregeld.
Hoe doorbreek je deze patronen?
1. Krijg inzicht in je emotionele reacties
In de mindfulnesswereld wordt dit soort terugkerend gedrag ook wel een gewoontepatroon genoemd. Als bepaalde patronen je in het dagelijks leven hinderen, is de eerste, cruciale stap volgens psycholoog en mindfulnesstrainer Ger Schurink: inzicht krijgen in de verschillende onderdelen van die reactie.
Volgens Schurink hebben alle emotionele reactiepatronen vier delen:
- Aanleiding
- Negatieve automatische gedachten
- Gevoel en lichamelijke gewaarwordingen
- Tegenmaatregelen (denken en doen)
Een voorbeeld: iemand stelt op je werk een kritische vraag (aanleiding). O jee, ze vindt me niet deskundig, denk je, ik weet er natuurlijk ook eigenlijk niet genoeg van (negatieve gedachten). Je wordt angstig, voelt dat je gaat blozen en je hart bonst in je keel (gevoel en lichamelijke gewaarwording).
Vervolgens ga je denken en doen, bijvoorbeeld veel en snel praten, je terugtrekken of in gedachten tegen jezelf zeggen: het valt wel mee, het komt vast wel weer goed. Op de wat langere termijn kan ‘doen’ ook inhouden: te veel eten, alcohol drinken, afleiding zoeken, moeilijke situaties vermijden of veel willen presteren.
2. Pas je gedrag aan
Als je hardnekkige en complexe patronen wilt doorbreken, is Schurings advies om de tegenmaatregelen (denken, doen) achterwege laten. Je vervangt dit door nieuw gedrag. In het voorbeeld hierboven zou je de boel even kunnen laten in plaats van veel en snel te praten. Of je kunt een vraag stellen.
Andere voorbeelden van mogelijk nieuw gedrag: bij een meningsverschil eerst luisteren naar de ander in plaats van direct je eigen mening geven en de ander in de rede vallen. Of juist, als je geneigd bent je niet te uiten of aan te passen: zeggen wat je wilt, wat je dwarszit, ruimte innemen.
- Begin klein
Heb je een aantal alternatieven voor je gewoontepatronen bedacht, dan kun je een actieplan opstellen. Schuring: “Begin met kleine stappen. Pas je actieplan bijvoorbeeld eerst toe in situaties die het minst moeilijk voor je zijn. Het motto is oefenen, oefenen, oefenen.”
3. Observeer je foutieve aannames
Tijdens mijn Zoom-gesprek met mindfulnessexpert Marisa Garau (die in Nieuw-Zeeland woont) vertel ik over het vaatwasser-incident. Ze legt uit dat er meestal een aanname onder dit soort automatische reacties zit. Bijvoorbeeld: o, ik ben weer niet goed genoeg. Zie je wel. Garau: “Dat is een foutieve aanname, maar wel een die je reactie dicteert.”
“Het kind in je speelt op. Je wilt geen afkeuring van je ouders, want je bent afhankelijk van hun goedkeuring voor je overleving. Zo’n opmerking van je man roept oude pijn op. Daardoor neem je het persoonlijk op en maak je het te groot. Je kunt zijn opmerking ook zien als een losse opmerking. Het is je ego dat zich beledigd voelt en je aanspoort te reageren.”
- Zet een stapje terug
Garau raadt aan om op dat soort momenten een pauze in te lassen. “Neem even tijd om te ademen, je bewust te worden van wat er gebeurt, drink een glaasje water. Observeer jezelf. Bedenk: o, daar is ie weer, die aanname over mezelf. Hij is niet waar. Er is eigenlijk niks aan de hand. Als je je daar van bewust bent, kun je de gedachte en het bijbehorende gevoel loslaten.”
- Doe een elastiekje om je pols
“Trek eraan en laat het los wanneer je merkt dat iets met je aan de haal gaat. De korte pijn die je voelt als het elastiekje tegen je huid knapt, trekt je uit de automatische reactie.”
4. Breng je gewoontes in kaart met mindmaps
Een andere aanvliegroute voor het doorbreken van je patronen is die van de Britse psycholoog Shahroo Izadi, ze schreef het boek Kill it with kindness. Zelf heeft ze aan den lijve ondervonden hoe is het als je steeds maar niet komt waar je wilt zijn.
Uiteindelijk ontwikkelde ze een evidence-based methode waarmee ze eerst zichzelf en vervolgens een heleboel anderen heeft geholpen om daar te komen waar ze wél willen zijn. Of het nu gaat om ander (eet)gedrag, het minder vaak uit de weg gaan van confrontaties of eindelijk wél gaan doen wat je al zolang wilde.
Haar stap-voor-stapplan werkt met mindmaps die ze kaarten noemt. Hoe het werkt:
- Eerst schrijf je een brief aan jezelf. Daarin schrijf je waarom je deze nieuwe aanpak wilt proberen, wat je zat bent, welke consequenties je oude gedrag hebben, en ga zo maar door.
- Vervolgens maak je mindmaps. Hierdoor ga je jezelf aardiger vinden, accepteren wie je bent en jezelf zo zien als iemand ‘die het waard is om het leven te leiden dat je wilt’.
Voorbeelden van onderwerpen die je op de mindmaps zet: ‘hoe je graag bent’, ‘waar je trots op bent’, ‘wat je in het verleden gemotiveerd heeft en ervoor heeft gezorgd dat je ergens hard aan kunt werken’, maar ook ‘wat niet heeft gewerkt’ en ‘gesprekken met jezelf’. Zo krijg je inzicht in hoe het komt dat je steeds terugvalt en kun je die automatismen ook gaan doorbreken.
- In de praktijk brengen
Izadi’s methode is positief en nuchter. Ik merkte dat ik alleen al door het tekenen van een aantal van haar mindmaps nieuwe dingen over mezelf te weten kwam. Bijvoorbeeld dat het me motiveert als er iemand meekijkt (een therapeut, een lezer) en dat het helpt als ik iemand bij mijn veranderplannen betrek. Ik heb dan ook tegen mijn man gezegd dat ik wil werken aan het doorbreken van mijn patronen. En daar ben ik mee begonnen door uit te leggen wat er met me gebeurt als hij zo’n opmerking maakt.
Onthoud: patronen doorbreken heeft tijd nodig
Toch reageerde ik laatst weer overdreven kwaaiig toen iemand in het verkeer naar me riep dat ik had moeten voorsorteren. Ik schoot meteen in de boze/impulsieve-kind-modus en begon te schelden. Wat later weer tot teleurstelling leidde: nou héb je je erin verdiept en trap je er toch weer in. Natuurlijk weet ik dat niet alles maakbaar is, maar stiekem wil ik dat wel.
- Je bent nooit klaar
Ik praat erover met Frank Meester, filosoof en auteur van het boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Hij vat het licht op: “Je kunt patronen doorbreken, maar dan kom je weer nieuwe patronen tegen en die moet je ook weer doorbreken. Je bent nooit klaar.” Deze kennis geeft hem rust, hij wordt er zelfs vrolijk van. We zijn vaak krampachtig bezig ‘het’ rond te krijgen, maar dat lukt dus nooit.
- Rommel wat aan
Moeten we het werken aan onszelf dan maar opgeven? Meester: “Zeker niet. Dat kan ook niet, want wij mensen zoeken naar ordening en verbetering, dat is een gegeven. Accepteer dat je wat aanrommelt en aanklooit – en dat het best goed gaat, toch? Als je helemaal perfect zou zijn, word je een statisch figuur. Dan kun je ook niet meer op jezelf reflecteren. Het zou een saaie wereld worden, want alle kunst ontstaat door zelfreflectie.”
Meer lezen
- Waarom het zo moeilijk is om patronen te doorbreken (en hoe het wél lukt)
- Dit zijn de verschillende hechtingsstijlen (+ test jouw hechtingsstijl)
- De knop om: zo kun je negatieve gedachten de goede kant op sturen
Fotografie Benjamin Voros/Unsplash