Minder veroordelen, maar wél je stem laten horen – zo pakt Tatjana het aan
Hoe blijf je het gesprek aangaan met andersdenkenden? Schrijver Tatjana Almuli vindt het moeilijk. Zo houdt ze toch een open blik, zonder te veroordelen.
Ik herinner me de familiefeesten uit mijn puberteit nog goed. Het n-woord viel weleens, bij wijze van provocatie, voor de grap. Of iemand zei dat die bekende vrouw op tv gewoon knap moest wezen en verder haar mond moest houden – daar kwam toch niet veel zinnigs uit.
Wat ik op zo’n moment maar deed, was met mijn ogen draaien om daarna weer over te gaan tot de orde van de dag. Het goddelijke eten van mijn tante verorberen bijvoorbeeld, of samen op cheesy muziek door de woonkamer dansen, net te veel wijn drinken en daarna met rode wangen in de trein naar huis grinniken om die gestoorde, maar toch ook liefdevolle familie van me.
Woke-bubbel
Die familieleden spreek ik inmiddels niet meer. Want intussen ben ik mondiger geworden en zwijg ik niet langer over misstanden en ongelijkheid.
Maar eerlijk is eerlijk: in mijn dagelijks leven bevind ik me vooral in een nogal linkse, progressieve – volgens sommigen ‘woke’-bubbel. Confrontaties op fundamenteel niveau komen daarin zelden voor.
‘Uiteindelijk moeten we het met elkaar zien te rooien’
Op zich prettig, zo’n echokamer. En toch denk ik steeds vaker: wat heeft het voor nut om je alleen te omringen met mensen die precies zo denken en leven als jij? Het voelt veilig, ja, maar het is geen realistische afspiegeling van de samenleving.
Open voor andersdenkenden
Uiteindelijk moeten we het toch met elkaar zien te rooien. Dat betekent niet dat ik racistische, fascistische of seksistische ideeën tolereer of goedpraat. Maar het betekent wel dat ik probeer open te blijven staan voor andersdenkenden.
Mijn vriend helpt me daarbij. Ook hij stemt links, maar hij roept me geregeld tot de orde als ik loop te mopperen op ‘het midden’ of kiezers van bepaalde partijen wegzet als dom, eng of ongeïnformeerd. Dan herinnert hij me eraan wat democratie betekent – dat we er meer aan hebben om, tot op zekere hoogte, in gesprek te blijven met elkaar.
Dus ik doe mijn best. Op verjaardagen, als ik naast een rechtser stemmend nichtje of jeugdvriend zit. In de trein, wanneer een oudere medereiziger, ingegeven door angst of nare ervaringen voorbarige conclusies trekt over mensen.
Kritisch, maar niet langer veroordelen
Voortaan probeer ik eerst te luisteren. Niet meteen de deur dicht te gooien, maar te begrijpen waar een voor mij minder prettige overtuiging vandaan komt. Waarom klampt iemand zich vast aan een bepaald wereldbeeld, een bepaalde partij, een bepaalde angst?
Ik stel nog steeds kritische vragen, maar hopelijk sta ik er iets menselijker en minder veroordelend in. Dat voelt soms behoorlijk ongemakkelijk en het kost veel energie. Nu en dan bijt ik op mijn tong, maar ik probeer respectvol te blijven.
Want daar draait samenleven, op kleine of grote schaal, volgens mij uiteindelijk om: het oncomfortabele niet schuwen, en iemand niet direct ontmenselijken. Ook al ben je het hartgrondig oneens.
Meer lezen
- Tatjana over haar angsten: ‘Ik heb een lijstje op mijn telefoon met hoopvolle momenten als tegengif’.
- Aaf over haar oordelen: ‘Ik ben best een veroordelend iemand, dat is niet zo fraai van me’.
- Tatjana over perfectionisme loslaten: ‘Jezelf radicaal accepteren, dat is waar het om gaat’.
Fotografie Danique van Kesteren