De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Ga naar hoofdinhoud
Slow life

Hoe upcyclen voor Ruby een houvast werd: ‘Als je niets meer leuk vindt, helpt het soms om hobby’s uit je kindertijd op te pakken’

(+ upcycle-tips)
upcyclen

Online editor Ruby wordt van niets enthousiaster dan een topvondst uit de kringloop. Door middel van upcyclen tovert ze oude kleding om tot een kleurrijke outfit die haar zelfvertrouwen geeft. Haar upcycleprojecten zijn uitgegroeid tot een fijne houvast in haar leven.

Al jong wist ik wat ik wilde worden: bouwvakker, schrijver of modeontwerper. Twee van de drie zijn het niet geworden, maar ik hou nog steeds van mode en bouw dagelijks gekke outfits. Recent ook nieuwe kasten, trouwens. Want met zo’n hobby willen die nog weleens bezwijken.

De catwalk van het schoolplein

Ik weet nog hoe ik ze maar niks vond: de outfits die mijn moeder voor me in gedachten had. Ze sloten niet aan bij mijn voorliefde voor hysterische combinaties van kleuren en prints. Liever liep ik erbij als de meiden die ik al tekenend aankleedde in mijn Topmodel-kleurboeken. Vanaf mijn vierde mocht ik het zelf uitzoeken, letterlijk, met als gevolg dat ik er vaker wel dan niet uitzag als een toverbal met een vreemd hoofddeksel.

Mijn school lag in een rijke buurt; veel klasgenoten droegen dure merkkleding. Mijn ouders zijn milieubewuste, nuchtere mensen, dus voor ons was het heel normaal om tweedehands of merkloze kleding te dragen. Een kringloopje of Zeeman-item deed toch ook wat het moest doen?

Maar ik was een puber en voelde me onzeker op de catwalk die het schoolplein was. Dus loog ik als vriendinnen vroegen waar ik iets gekocht had. Liep ik met mijn moeder de kringloopwinkel uit, dan keek ik eerst schichtig of er geen bekenden in de buurt waren.

Upcyclen

Hoe anders is dat sinds ik mijn grote liefde voor upcyclen, het opleuken van oude kleding, ontdekte. Want net als iedereen heb ik items in de kast die matig zitten, een vlek hebben of gewoon niet meer bij me passen. Maar ik vind ook weinig leuker dan af en toe een (bijna-)topvondst te scoren in de kringloop.

In plaats van die items te vervangen of ze te laten hangen, upcycle ik ze. Dat is simpel: over vlekken borduur ik heen, een kapotte broek beplak ik met patches, bevalt een pasvorm me niet, dan fiks ik die met drukknopen en saaie dingen versier ik bijvoorbeeld met bedels of textielverf.

Wanneer ik met kralen of draden in de weer ben, vergeet ik de tijd

Aan ideeën geen gebrek: tik op Pinterest maar eens de term ‘upcycled clothes’ in. Iets tailleren, borduren of er kralen aan vast-maken is niet alleen eenvoudiger dan je denkt, maar ook leuker.

Bij hobbywinkels hebben ze allerlei handig spul voor luie makers en naaimachinevrezers als ik: emblemen die je in een handomdraai aanbrengt met een strijkbout of drukknopen die je aan je kleding klikt met een tang.

Vertraging

Ik ben bepaald niet de enige met deze voorliefde. Het fenomeen past binnen de trend van de granny hobbies zoals borduren, naaien of breien, die vooral jongeren massaal lijken te omarmen.

Steeds meer mensen verlangen naar de vertraging die creatieve hobby’s je kunnen brengen, zegt ook de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihály Csíkszentmihályi. In zijn boek diept hij de mentale staat die we ‘flow’ noemen uit.

Hij omschrijft het als een toestand waarin je zo opgaat in een activiteit dat niets anders meer belangrijk is. Voor mij herkenbaar: wanneer ik met kralen of draden in de weer ben, vergeet ik gerust dat het tijd is om naar de wc of naar bed te gaan.

Nuchtere mentaliteit

Maar daar is dus wel wat aan voorafgegaan. Ik weet nog goed dat ik rond mijn dertiende voor het eerst ging shoppen: ik kreeg geld mee om iets nieuws te kopen in de stad. De Coolcat, die toen nog bestond, voelde als een snoepwinkel. Ik kocht een grijs fladderrokje met cheetahprint, waar ik weg van was. Want zelfgekozen, gloednieuw en hip. Ik droeg het dagelijks, met daaronder mijn spille­benen gestoken in grijze nep-Uggs.

Toen ik begon te puberen zat ik niet lekker in mijn vel en wilde ik vooral niet opvallen. Mijn ouders hadden het op dat moment niet breed, dus om iets nieuws vroeg ik liever niet. Gaven ze me wel geld voor kleding, dan voelde ik me zowel blij als schuldig. Toen ik een keer de moed bij elkaar raapte en een bijdrage vroeg voor een nieuwe broek, zei mijn moeder: “Dat mag, ik vraag even aan papa of de kinderbijslag al binnen is.”

Daar schrok ik van. Betekende dat dat we arm waren? Ik nam me voor het niet nog eens te vragen. Achteraf zie ik dat ik genoeg kleding had, echt wel af en toe iets nieuws kreeg en er meer dan prima bijliep. Ik ben mijn ouders dankbaar voor hun milieubewuste en nuchtere mentaliteit, hoewel ik daar als onzekere puber – gehuld in alles-behalve-merkkleding – anders over dacht.

Hagelbui van kralen

In de jaren die volgden, compenseerde ik mijn onzekerheid en financiële zorgen, die vooral nog in mijn eigen hoofd zaten, door ongezond hard mijn best te doen met leren. De redenering: hoge cijfers = goede baan = geen geldzorgen.

Ik was tijdens mijn studie zo druk met tienen halen dat ik niet doorhad dat ik kilo’s afviel en langzaam opgebrand raakte. Bezorgde blikken en vragen wuifde ik weg tot het moment dat zelfs XS-broeken van mijn heupen gleden, ik altijd moe was en zo somber dat ik de zin van het leven niet meer inzag.

Ik bespaarde met upcyclen duizenden euro’s, maar de echte winst is de terugkeer van mijn levenslust

Ik belandde bij een goede psycholoog, die zei: “Als je niets meer leuk vindt, helpt het soms om hobby’s uit je kindertijd op te pakken.” En zo geschiedde. Kort daarna zag ik op Pinterest een jasje met kralen waarop ik verliefd werd, maar dat 8000 euro kostte. In een overmoedige bui dacht ik: dat kan ik zelf ook.

Het werd mijn eerste upcycleproject. Dat het debuut van het jasje buitenshuis veranderde in een hagelbui van kralen, laten we voor het gemak maar even achterwege. Dankzij het upcyclen bespaarde ik duizenden euro’s, maar de echte winst was dat mijn energie en levenslust stap voor stap terugkeerden.

Invloed op hoe je je voelt

Misschien speelde daarbij, naast die fijne flow van het maken, ook ‘enclothed cognition’ mee: het idee dat kleding niet alleen iets communiceert naar de buitenwereld, maar ook invloed kan hebben op hoe we ons voelen, gedragen en wat we denken.

Anke Vermeer, die zich als psycholoog verdiept in de relatie tussen kleding, identiteit en menselijk gedrag en verbonden is aan de Hogeschool van Amsterdam, zegt daarover: enclothed cognition kun je bewust inzetten. “Door kleding niet alleen te kiezen op basis van uiterlijk, maar ook op welk gevoel het je geeft of de eigenschappen die bepaalde items voor jou hebben.”

Vermeer bestempelt zichzelf als ‘mood dresser’: ze kleedt zich naar haar stemming. “’s Ochtends check ik wat voor dag ik heb. Spannende dingen op de planning? Dan kies ik bewust iets wat me een positief gevoel geeft en waar ik me lekker in voel. Kleding is dus niet alleen esthetisch, maar ook functioneel op psychologisch niveau.”

Een upcycle modeshow

In mijn geval kregen mijn stijl en het leven weer kleur na deze creatieve wedergeboorte. Inmiddels beschouw ik elke dag als een modeshow. Nu ik erop terugkijk, was het ontwikkelen van mijn kledingstijl ook een soort remedie voor de onzekerheid die ik op de middelbare school ervoer. Alsof ik onbewust tegen mezelf zei: kleed je gerust anders, je mag opvallen, je bent goed genoeg.

Vermeer snapt dat wel: “Bij zelfgemaakte of geüpcyclede kleding is het gevoel van eigenaarschap sterker, omdat je invloed hebt gehad op hoe het eruitziet. Daardoor kan zo’n item nog meer voelen als een verlengstuk van je identiteit. Wat ertoe leidt dat je je trots voelt en dat je zelfvertrouwen groeit, zeker als je ook nog positieve reacties uit je omgeving krijgt.”

Inmiddels wil ik die merkkleding ook helemaal niet meer. Niets draagt lekkerder dan een vintage vondst of geüpcycled stuk.

Euforisch in de kringloop

Bijkomend voordeel is dat het duurzamer is om zelf kleding te upcyclen en vermaken. De pre-owned kledingmarkt groeit. Goed nieuws, want de mode-industrie is een grote vervuiler als het gaat om CO2-uitstoot, waterverbruik en afval. Volgens een artikel in The Guardian zijn het vooral gen Z en millennials die tweedehands shoppen. Geholpen door de opkomst van platforms als Vinted.

Zelf ben ik ook Vinted-fanaat. Hoewel ik het een mooie ontwikkeling vind, blijkt het feit dat een platform als Vinted aanzet tot het kopen van (soms goedkope) kleding, die ook nog eens verpakt en vervoerd moet worden.

Iets aanschaffen voor de kick doe ik niet meer en ik check de labels op duurzame materialen

Volgens kledingeconoom Rens Tap, die zich meer dan veertig jaar verdiepte in de innovatie binnen de kleding- en textielbranche, is de grootste zorg niet zozeer dat de tweedehands stukken heel Europa doorreizen. De productie van kleren heeft nog altijd een grotere ecologische voetafdruk.

Maar of de vraag naar fast fashion afneemt, dankzij het aanbod op tweedehands platforms, betwijfelt Tap. In een recent interview met dagblad Trouw vraagt hij zich af: “Kopen we tweedehands naast of in plaats van nieuwe kleding?” Om daarna te concluderen: “Uiteindelijk blijft duurzamer consumeren vooral simpelweg minder kopen.”

Minder kleding, meer kwaliteit

Toegegeven: ik koop dus nog wel kleding, zowel in winkels als op Vinted. Maar ik koop wel minder, en anders. Iets aanschaffen voor de kick doe ik niet meer en ik check de labels op duurzame materialen. Ook daarin ben ik niet alleen.

Eerder vertelde duurzame mode- en lifestyle expert Marieke Eyskoot in Flow dat steeds meer mensen voor minder kleding en meer kwaliteit gaan. “Er wordt steeds meer gedeeld, geleend en geruild. Dat vind ik super. Kies liever voor kwaliteit dan voor kwantiteit, liever tweedehands dan nieuw en als je iets nieuws koopt, zorg dan dat het van een duurzaam merk is en je een ‘yes!’-gevoel geeft.”

Ze zei het er niet bij, maar voldaan in een geüpcycled item paraderen, telt denk ik ook. Net als euforisch een kringloop verlaten met een vers gevonden parel op zak. Had puber-Ruby maar geweten dat ze niet alleen een kringloper, maar ook een voorloper was.

Upcycle-tips

  1. Zelf iets maken? Laat je niet afschrikken. Van nature heb ik twee linkerhanden, maar door gewoon te doen en dingen op te zoeken, te falen en daarvan te leren, heb ik vanzelf van alles onder de knie gekregen. Begin eenvoudig, met bijvoorbeeld patches of drukknopen.
  2. Ben je, net als ik, Vinted-­fanaat? Let goed op foto’s, materialen en hoeveel iemand verkoopt. Honderden advertenties is een red flag: op tweedehandsplatforms zijn ook veel dropshippers actief die goedkope rommel verkopen onder vage merknamen zoals ‘Vintage Dressing’ of ‘Boutique’.
  3. Check het materiaal op waslabels, ga voor katoen, linnen of bamboe. Tegenwoordig is veel kleding (deels) gemaakt van synthetisch materiaal, wat snel lelijk wordt en minder prettig zit. Ook bij de duurdere merken.
  4. Upcycle geen spul dat vaak in de was moet. Colberts of wollen truien hoef ik niet vaak te wassen dus die lenen zich prima voor versiersels. Een witte blouse of strak-bij-de-oksels-shirt sla ik over.
  5. Kijk verder. Ik heb kleding in alle maten, van kindermaat tot XXL. Ik voel me fijn in oversized stukken dus kijk ook bij de mannenafdeling. Als ik een goede vondst tegenkom die net niet goed past, bedenk ik of ik dat simpel kan oplossen met bijvoorbeeld knopen, een broche of textiellijm.
  6. Dorp of stad? In veel grote steden zijn tweedehands winkels best prijzig. Wat soms terecht is: want er liggen vaak ook mooie spullen. Maar nu vintage hip is, is veel ook overpriced. In kleinere steden of dorpen buiten de randstad vind je vaak goedkopere parels.
  7. Ik ben geen schilder- of tekentalent, maar een paar hartjes of stippen maken lukt. Met iets simpels als textielverf of -stiften kun je een ‘saai’ item opfluffen. Even fixeren met de strijkbout en het is gewoon wasbaar.

Dit lezen anderen over upcyclen

Fotografie Danique van Kesteren

Deel dit artikel
Ruby Wijdenbosch (1999) is online contentcoördinator voor Flow Magazine. Ze studeerde cum laude af aan Creative Business en schrijft het liefst over creativiteit en haar (428471) hobby's. Of over mental health met een vleugje humor en zelfspot.
Van mental health tot goed nieuws

Flow nieuwsbrief

Wil je nog meer verhalen van Flow? Een keer per week versturen we een mail met onze best gelezen artikelen, fijne tips en aanbiedingen.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."