De schoonheid van ‘solitude’: hoe alleen zijn ook samengaat met geluk
Steeds meer mensen zijn alleen, maar voelen zich niet eenzaam. Zo ook schrijver Thomas Heerma van Voss. Hij vindt het fijn om in zijn eentje te wonen en zijn eigen space te hebben. ‘In mijn eigen domein ben ik helemaal ontspannen.’
Een doordeweekse dag. Ik kom thuis van een rits afspraken. Eerst vond er een podcastopname plaats, daarna tuimelde ik in een lastig gesprek met een vroegere vriend, ten slotte belandde ik op een rare borrel, en tussendoor was er voortdurend groots, somber stemmend wereldnieuws.
Nu ik mijn voordeur achter me dichtdoe, ben ik opgelucht: eindelijk mijn eigen plek, mijn eigen sfeer. Ik hoef me tot niets en niemand meer te verhouden. Zwijgend plof ik neer op de bank. Nergens wil ik nu liever zijn dan hier.
Onderschatte schoonheid
Al zolang ik me kan herinneren heb ik grote behoefte aan alleen zijn. Op mijn achttiende ging ik op mezelf wonen, in een piepkleine studio, zonder vrienden of studiegenoten. Ook nu, als 35-jarige, leef ik in mijn eentje. Tweemaal heb ik samengewoond. Beide keren liep de relatie spaak en vertrok de ander. Hoewel ik met een van hen nog goed contact heb, zijn beide exen hier nooit meer teruggekeerd. Wel komen er af en toe vrienden langs, maar die hebben het druk met hun kinderen, relaties en banen. En ik spreek liever buiten de deur af zodat ik me desgewenst kan terugtrekken op eigen terrein.
Soms krijg ik meewarige blikken van anderen als ik vertel over mijn verlangen naar alleen zijn. Op verjaardagen vraagt steevast iemand: “En, Thomas, ben je serieus aan het daten. Wil je niet weer eens samenwonen?” De woorden onthullen een duidelijke opvatting over hoe een leven geleid moet worden – en alleen zijn wordt dan toch gezien als iets tijdelijks, iets niet-ideaals. Natuurlijk, geen mens functioneert helemaal op zichzelf, en om een betekenisvol leven te leiden, zijn vanzelfsprekend anderen nodig. Maar er schuilt een grote, door velen onderschatte schoonheid in het alleen-zijn.
Schoolvoorbeeld
Voor de goede orde: ik begrijp best waar die meewarige blikken en de vragen vandaan komen. Wetenschappers wijzen erop dat mensen angstig, depressief of vroegtijdig dement kunnen worden van te veel tijd in hun eentje.
Sowieso blijft een heteronormatief gezin voor velen een schoolvoorbeeld: daar groeien de meeste mensen nog altijd in op, en het beeld van dergelijke liefde wordt gevoed door liefdesliedjes, romantische films en dagen als Valentijn.
Steeds meer eenpitters
Tegelijkertijd verandert er op dit vlak wel degelijk iets belangrijks. Steeds meer mensen leven in hun eentje. Dit is een wereldwijde trend die zich al decennia voltrekt en die vooral in grote steden in de westerse wereld zichtbaar wordt. In bijvoorbeeld Nijmegen en Amsterdam woont inmiddels één op de drie volwassenen alleen, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook metropolen als Londen en New York worden voor een steeds groter deel bevolkt door mensen met een eigen appartement, studio, kamer.
Het kan een verademing zijn om je op je eigen plek terug te trekken
Voor deze ontwikkeling zijn allerlei maatschappelijke en economische redenen te geven. Er is natuurlijk de gegroeide welvaart van de afgelopen eeuw, waardoor veel meer mensen, zeker vrouwen, überhaupt alleen kunnen wonen. Het vooroordeel rondom single zijn is daarnaast afgenomen. Samenhangend daarmee zijn normen rond relaties veranderd en wonen steeds meer partners in verschillende huizen. Want voor de duidelijkheid: alleenwonend betekent natuurlijk niet automatisch alleenstaand. En: het alleenwonen zit uiteraard voornamelijk in de lift in economisch ontwikkelde landen.
Permanente prikkels
Maar er speelt nog iets anders wezenlijks mee. Veel mensen verlangen aan het einde van de dag naar afzondering. Want met al die verworvenheden is de druk in de samenleving gegroeid: economisch, sociaal, intellectueel. Het soms beklemmende idee dat er constant dingen moeten en om aandacht vragen. Op de achtergrond zijn er ook nog telkens akelige politieke nieuwtjes en permanente online prikkels. Dan kan het een verademing zijn om je op je eigen plek terug te trekken.
“Het meest opvallende sociale experiment van de afgelopen decennia,” zo noemt de Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg de mondiale toename van het alleen wonen. Hij schreef het boek Going solo waarin hij beschrijft waarom (en hoe) zo veel meer mensen op zichzelf zijn gaan wonen. Interessant: zijn boek zou aanvankelijk draaien om vereenzaming, maar gaandeweg ontdekte hij dat de meeste alleenwonenden helemaal niet eenzaam zijn. Ze kozen doelbewust voor alleen wonen ‘als een manier om te kunnen herstellen’ van hun volle werkdagen.
LEES OOK: Ben je snel overprikkeld? Prikkels vermijden is níét de oplossing, zegt deze neurobioloog.
Creativiteit
Maar mijn alleen-zijn is meer dan alleen een manier om op adem te komen. Het helpt me ook met schrijven. Mijn beste ideeën bedenk ik in afzondering, wanneer er zelfs niemand stilletjes aan de andere kant van de kamer zit. Talloze wetenschappelijke onderzoeken, onder meer gepubliceerd door het platform ScienceDaily, laten zien dat mensen die vrijwillig tijd in hun eentje doorbrengen creatiever zijn dan anderen.
Door de aard van mijn werk ben ik bovendien niet gebonden aan kantoortijden of collega’s. Op onvoorspelbare momenten krijg ik een inval voor een verhaal. Het is een voorrecht om er thuis zonder overleg of sluimerend schuldgevoel aan te kunnen werken, op elk moment van de dag.
Connectie zonder contact
Vijftien minuten alleen doorbrengen helpt al om je immuunsysteem te kalmeren en angst te verkleinen, laat onderzoek van de universiteit van Rochester zien. Uiteraard zijn mensen intrinsiek sociale wezens, niemand is gebouwd om helemaal solitair te leven.
De Franse psycholoog Emma Seppälä wijst in dit verband op iets boeiends: ja, mensen die ongewenst veel alleen zijn hebben daar ook voor hun gezondheid last van, maar het idee van connectie zit doorgaans in iemand zelf. Ofwel: als je voelt dat je genoeg verbinding legt met anderen, zoals ik dat ervaar, heb je ook niet per se veel anderen in de buurt nodig.
Alleen maar niet eenzaam
Zelf voel ik me op mijn gezondst wanneer ik thuis ben, omringd door mijn eigen boeken, meubels, aantekeningenboekjes, cd’s en platen. Ik ben een fervent muziekliefhebber, en muziek helpt me vaak om mijn gedachten te ordenen.
Daarnaast hoef ik geen rekening te houden met huisgenoten. De spullen hier in huis liggen precies zoals ik ze achterliet. Er zit een groot genoegen in dat ene basale besef: dat ik genoeg heb aan mezelf. Dit is wat in het Engels ‘solitude’ wordt genoemd: een alleen-zijn dat niet als eenzaamheid wordt ervaren, maar juist als iets positiefs, iets vervullends.
Voldoening
Zeker de laatste jaren zijn er veel boeken en wetenschappelijke artikelen over dit fenomeen geschreven, waarin ik meer herken: dat een mens gezelschap van anderen juist extra waardeert als er ook genoeg tijd is om op zichzelf te zijn. Of dat je dingen soms scherper waarneemt wanneer je geen gezelschap hebt. Dat laatste merk ik wanneer ik wandel, zowel door steden als door natuur: ben ik met iemand dan ben ik veelal bezig met de ander, maar in mijn eentje let ik nauw op mijn omgeving, de geluiden, de kleurveranderingen.
Peter McGraw, Amerikaans hoogleraar psychologie, heeft in zijn werk laten zien dat het geijkte beeld dat iemand die samenwoont meer voldoening uit zijn leven haalt op geen enkele manier wordt ondersteund door data. Rondom een bruiloft is er vaak een korte piek in persoonlijk geluk te zien, maar die verdwijnt al snel.
Double solitude
Al moet ik wel bekennen: ik ken ook het fenomeen dat in The New Yorker werd gemunt, double solitude. Dit betekent: samenwonend compleet je eigen gang kunnen gaan terwijl je toch in elkaars buurt bent, de stilte tussendoor af en toe doorbrekend door samen te lunchen of kort te praten. Dat double solitude-gevoel heb ik ervaren tijdens mijn samenwoonperiodes. Op de beste momenten dacht ik: ja, dit klopt helemaal. En daar kan ik nog steeds weleens naar terugverlangen.
Alleen wonen is niet zielig, het is geen tekortkoming, er zit groot geluk in
Hoe te leven, daar draait welbeschouwd alle literatuur en cinema om. Door die vraag kan ik in conflict met mezelf komen. Want er zijn momenten die simpelweg kleurrijker zijn met een significant other aan je zijde – denk aan ’s avonds uitgebreid koken, aan feestdagen, en ook aan het kort nabespreken van een dag. Kleine, losse opmerkingen over wat je zoal beleefde of dacht, minieme gesprekjes waardoor je de werkelijkheid voortdurend enigszins kunt toetsen.
Ja, dat mis ik soms. Maar daartegenover staat de rijkdom van de solitude. Ik gun iedereen genoeg van zulke afzondering in zijn of haar leven om stress te verdrijven, om op de meest creatieve ideeën te komen, om sociale interacties weer voluit aan te kunnen gaan.
Groot geluk
In 1920 woonde in Nederland nog 10 procent van de volwassenen alleen. Nu gaat dat aantal richting de veertig tot vijftig procent. De verwachting is dat het alleen maar zal toenemen, net als in andere economisch ontwikkelde landen. Wat dat ontegenzeggelijk laat zien: hoe iemand zijn of haar leven inricht, ligt minder vast dan vroeger.
Zo worden grote steden, zeker in het Westen, steeds meer onderverdeeld in twee min of meer even grote groepen: de ene helft woont samen, de andere alleen. Uiteraard zijn er mensen die over die tweede groep zullen blijven denken: arme stakkers, wat doen ze zichzelf aan? Maar alleen wonen is niet zielig, het is geen tekortkoming, er zit groot geluk in.
Verwachtingen
Meestal ervaar ik het tenminste als een verworvenheid. Ik schrijf dit stuk aan de grote houten tafel midden in mijn appartement – mijn vaste schrijfplek. Er zijn geen ogen op me gericht. Ik word omringd door spullen die ik zelf in de loop der jaren heb verzameld. De afgelopen uren heb ik niemand gezien of gesproken, niemand verwachtte iets van me, alles gaat in mijn eigen tempo en ik ben in mijn eigen domein. Ik ben helemaal ontspannen.
Soms probeer ik te bedenken hoe ik me mijn volwassenheid als kind voorstelde. Het is moeilijk om precies te achterhalen wat ik zag toen ik vooruitkeek, maar ik weet wel dat ik verwachtte dat ik op mijn 35e wel een gezin zou hebben, een huwelijk eventueel, een volwaardige eigen woning, allerlei zaken die ik associeer met volwassen zijn. Ik had niet verwacht dat ik zo veel tijd in mijn eentje zou doorbrengen. En vooral: ik had niet verwacht dat dat zo fijn zou zijn.
Dit lezen anderen over alleen zijn
- Bente: ‘Ik laad op als ik alleen ben, en daardoor word ik een socialer mens’.
- Waarom de een single zijn heerlijk vindt en het voor de ander vreselijk is.
- Wat doet keuzevrijheid met de liefdesrelaties van deze tijd? ‘Er is veel onzekerheid,’ zegt deze socioloog.
Illustratie Damien Florébert Cuypers