Hebben mensen met autisme minder empathie? Het zit anders dan je misschien denkt
(+ mini-empathietest)
Dat mensen met autisme weinig empathie hebben, is een hardnekkig misverstand. Empathie kan bij hen anders tot uiting komen: soms voelen ze zelfs zo sterk mee met anderen dat ze overweldigd raken. Ontdek hoe dat zit.
Een troostende hand op iemands schouder, je inleven in de verdrietige situatie van een vriend of lekker een potje huilen bij een zielige film: empathie kent verschillende vormen. Van mensen met autisme wordt vaak gedacht dacht ze weinig empathie hebben, maar volgens onderzoekers kan empathie bij hen anders tot uiting komen.
Wat is de relatie tussen empathie en autisme?
Om de relatie tussen empathie en autisme beter te begrijpen, ontwikkelden wetenschappers een model dat ze empathische onevenwichtigheid noemen. Dit model gaat uit van een disbalans tussen emotionele empathie (meevoelen met anderen) en cognitieve empathie (je in anderen kunnen verplaatsen) bij mensen met autisme.
Om het model te toetsen, vulden deelnemers met en zonder autisme vragenlijsten in over hun empathische vermogens. Daaruit bleek dat mensen met autisme veelal bovengemiddeld hoog scoren op emotionele empathie en gemiddeld of laag op cognitieve empathie.
Hoe uit empathie zich bij mensen met autisme?
Omgekeerd (hoog op cognitieve empathie en gemiddeld of laag op emotionele empathie) komt ook voor, maar wel minder. Kortom: er is een verstoorde balans tussen de twee vormen van empathie. En dat kan tot sociale problemen leiden. Mensen met autisme kunnen zich bijvoorbeeld zo overweldigd voelen door de emoties van anderen, dat ze oogcontact vermijden en zich van hun omgeving afsluiten.
Meer recent onderzoek onderschrijft dat, zoals een studie naar de emotionele reacties van kinderen met autisme op het zien van anderen in pijnlijke situaties. De onderzoekers ontdekten dat deze kinderen een verhoogde emotionele opwinding vertoonden, gemeten aan de hand van grotere pupilverwijding, in combinatie met het vermijden van aandacht voor de pijnlijke stimuli. Dat suggereert dat ze intens meeleven met het leed van anderen, maar tegelijkertijd overweldigd raken, wat leidt tot terugtrekgedrag.
LEES OOK: Hoe herken je autisme bij jezelf als vrouw? ‘Het is onzichtbaar omdat ze overcompenseren’.
Mini-empathietest
Ben je zelf affectief empathisch, en dus gevoelig voor gevoelens van anderen? Of ben je cognitief empathisch: je kunt andermans gevoelens beredeneren? Of ben je het allebei? Test het hier.
- Als mensen om me heen nerveus zijn, word ik het zelf ook (ja/nee)
- Vrienden vertrouwen me vaak hun problemen toe, ze zeggen dat ik hen zo goed aanvoel (ja/nee)
- Ik voel snel aan wat mensen overstuur kan maken (ja/nee)
- Ik heb het snel door als iemand zin heeft in een praatje (ja/nee)
- Ik blijf meestal objectief bij films, ik laat me er niet compleet door meeslepen (ja/nee)
Bij 1 tot 3 meestal ‘ja’ geantwoord? Deze vragen meten affectieve empathie: ze geven een indicatie aan of je gevoelig bent, ook voor de gevoelens van anderen.
Bij 4 en 5 ‘ja’? Deze vragen gaan over cognitieve empathie: wie hier bevestigend op antwoordt kan zich een goed beeld vormen van hoe anderen zich voelen.
Dit lezen anderen over autisme
- Ben je HSP of hoogbegaafd, of kan het toch ADHD of autisme zijn? Zo herken je de verschillen (volgens experts).
- Hoe belangrijk is het dat vrouwen met autisme een diagnose krijgen? Dit zeggen deskundigen.
- Geen autisme of ADHD, maar toch een neurodivers brein? Dat kan (en zo zit het).
Dit artikel verscheen eerder op de website van Psychologie Magazine.
Illustratie Lotte Dirks